Epifanie - Driekoningen - Zondag 6 januari 2008 te Weesp
1e lezing: Jes. 60, 1-6 Epifanie is een Grieks woord dat verschijning betekent. Aan het begin van onze jaartelling duidde het enerzijds op de manifestatie van een godheid en anderzijds was het een hofterm om een officieel bezoek van een koning of keizer aan te kondigen. Komt koning Herodes op bezoek? Of keizer Augustus? Wat vertelt Matteüs ons in het verhaal? Toen Jezus geboren was te Betlehem in Judea in de dagen van koning Herodes. Niks geen stal, geen herberg, geen engelen, geen herders. Matteüs is sober over de geboorte van Jezus. We horen als plaats Betlehem noemen, de stad van David. En de tijd? Het zijn de dagen van koning Herodes. Stamt Herodes uit het huis van David? Nee, hij is niet eens een jood en alleen maar koning van Judea en dus de joden, dankzij de Romeinen. Zie wijzen uit het oosten. Geen koningen? Nee, ‘magiërs’ staat er in het Grieks, astrologen, sterrenkijkers. Ze hebben een slechte naam bij de joden, want je weg staat immers niet in de sterren geschreven maar in de Tora, de leefregels van God. Waar komen ze vandaan? Uit het oosten. Arabië? Perzië, Babylon? We weten het niet. Ze vragen aan koning Herodes, die eigenlijk helemaal geen koning is: "Waar is de koning der joden, die geboren is?" Het is een heidense vraag, want joden zouden gevraagd hebben naar de koning van Israël. Waarom schrijft Matteüs deze woorden? Loopt hij al vooruit op het bordje bovenaan het kruis waarop jaren later geschreven stond Jezus van Nazareth, koning van de joden.? Waarom zijn de magiërs helemaal uit het verre oosten naar Jeruzalem gekomen? Wij hebben zijn ster zien opkomen in het oosten en wij zijn gekomen om hem hulde te bewijzen! Zeggen ze. In die dagen geloofde men, dat bij de geboorte van een mens een ster aan de hemel opkwam, zeker bij de geboorte van een koning. Een prachtige gedachte: iedereen heeft dus zijn eigen ster! De magiërs zijn de eersten die Jezus koningschap erkennen. Maar hoe reageert die andere koning op dat bericht? Toen Herodes hiervan hoorde ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem! Dat kunnen wij ons wel voorstellen! Stel je voor: je bent Mugabe, die hartvochtige dictator in Zimbabwe, en er wordt bij je aangebeld. Er staan een paar vreemde snuiters op de stoep en die vragen: waar is de nieuwe leider van Zimbabwe geboren? Daar schrik je van. Het is een gezagsondermijnende vraag. Terug naar Jeruzalem. Kerk en staat zien hun troon wankelen. De komst van Jezus wordt door Matteüs onomwonden voorgesteld als bedreiging van allen die over mensen macht uitoefenen. Niet om mensen te dienen maar om over ze te heersen, om ze uit te buiten. En dat staat helemaal in tegenstelling tot Jezus’ tweede naam Immanuël oftewel:God met ons! Niet voor niks zingt psalm 72: Voor kleine mensen is Hij bereikbaar, Hij geeft hoop aan rechtelozen! En wat doet Herodes? Hij knijpt hem als een ouwe dief – gek eigenlijk dat je bang bent voor een pasgeboren kind – en hij raadpleegt zijn adviseurs, die voor hem de Schrift openen. Herodes roept vervolgens de magiërs in het geheim bij zich. Natuurlijk in het geheim, want wat zulke mensen als Herodes doen kan het daglicht niet verdragen. Zij leven bij de gratie van hun geheime dienst. Wat een verschil met Jezus, het licht der wereld, die verschijnt, die geopenbaard wordt, die licht brengt in duistere toestanden, in duistere harten. Herodes wil dat de magiërs hem tippen als zij de nieuwe koning gevonden hebben. Zeggen ze dat toe? Dat horen wij niet. Er staat alleen maar: zij hoorden de koning aan. Vervolgens gaan de astrologen op weg. Ze volgen de ster. Ze vinden het kind met zijn moeder. De grote wijze mannen vallen op oosterse wijze op hun knieën en bewijzen het kind hulde. Wat schenken zij hem? Goud, wierook en mirre. We horen Psalm 72 terug, we horen Jesaja terug. Ze schenken goud want Jezus is koning, wierook want Jezus is God, Gods liefste kind en tenslotte mirre want Jezus is mens. Mirre heerlijk geurende balsem, maar tegelijkertijd de dodenbalsem. Zij wijzen al vooruit naar Jezus’ dood. Alsof ze willen zeggen: jij, Jezus, jij redder van mensen, wij buigen ons voor jou, grote koning, maar eens zul je een doornenkroon dragen! Waar is de koning van de joden? Vragen ook wij. Kijk daar hangt hij aan het kruis! Gaan de wijzen terug naar Herodes om hem te vertellen waar de nieuwe koning te vinden is? Nee, in een droom worden zij gewaarschuwd dat vooral niet te doen. Zij keren bekeerd en wel langs een andere weg terug naar hun land, want ook zij, vertelt de brief van Paulus aan de Efeziërs, zijn mede-erfgenamen geworden van de belofte die in Jezus gestalte heeft gekregen. En wij? Wat moeten wij met dit prachtige verhaal? Wij horen vandaag wat wij moeten zijn en doen. Wij horen de profeet Jesaja roepen: “Sta op en schitter, want uw licht is gekomen, de glorie van de Heer komt over u!” Sta op betekent hier niet dat je uit je stoel omhoog moet komen. Nee het betekent: mens sta op uit de dood! Het is ook Pasen vandaag! En vervolgens schitter, wees een ster! Jesaja verteld ons, dat God wil dat ook wij – zoals Jezus – licht zijn. Ben jij een licht? Ben ik een licht? Brengen wij licht in al die duistere toestanden waarvan wij horen, die wij zien veraf en dichtbij? Brengen wij licht in het duistere hart van die mens om de hoek? Ben je het soms zelf . Worden wij in beweging gezet door liefde die haar oorsprong in God heeft? Keren wij straks net als de wijzen bekeerd terug naar onze huizen? Dat de kerstster, het licht nog lang mag blijven branden omwille van Gods vrede op aarde, voorkomend uit onze handen. Omwille van de kinderen in krottenwijken van Rio, en de geestelijk en lichamelijk gehandicapten uit Boitekong waar ik samen met anderen uit de kerk binnenkort naar toe ga. Dat het licht lang mag blijven branden omwille van de joden de Palestijnen, de Kenianen en de Pakistani’s, voor medelanders en Nederlanders, voor jou en voor mij. Dat bidden wij. Want in duisternis leven, is geen leven. Pater Jan Haen (met dank aan Het Woord Delen.) |