Doop van de Heer - Verkondiging op zondag 13 januari 2008 in de Boskapel te Muiderberg

1e lezing: Jes. 42, 1-4 + 6-7
2e lezing: Hand. 10, 34-38
evangelie: Mt. 3, 13-17

Jezus is zo ongeveer 27 jaar oud als hij hoort over de activiteiten die zijn neef Johannes bij de Jordaan is begonnen. En op zekere dag besluit Hij naar hem toe te gaan. Jezus staat daar in een lange rij mensen uit Jeruzalem en omstreken, die gekomen zijn om zich te laten dopen. Anoniem in de massa wacht Hij geduldig op zijn beurt. Zijn gelovige gedachten hebben Hem geleid naar de plaats op de wereld waar de Geest van God het meest creatief en helend werkzaam is: bij zondaars die zich willen bekeren, bij mensen die vastgelopen zijn op de bochtige wegen van het leven, bij allen die een nieuw leven willen beginnen omdat ze vermoeden dat er van godswege meer voor hen is weggelegd dan het al of niet lieve leventje dat ze leiden.

Dat Jezus zijn optreden in het openbaar begint aan de oever van de Jordaan, ter hoogte van Jeruzalem, heeft een sterk symbolische betekenis. Ter hoogte van Jeruzalem ligt de Jordaan, heel diep in een dal. Je zou kunnen zeggen: dieper kan een mens niet afdalen; lager wal bestaat niet. Van het begin af aan toont Jezus zich solidair met al die mensen op deze wereld die er niet zoveel van terechtbrengen, die aan lager wal zijn geraakt, maar die diep in hun hart toch zo graag anders zouden willen doen.

Wanneer wij zelf onze positie in dit verhaal zouden bepalen, waar staan wij dan in dit landschap? Staan wij onder in het dal, in de rij mensen die zo graag opnieuw willen beginnen? Staan wij te midden van die mensen die zich ervan bewust zijn dat ze misschien niet genoeg op God gericht zijn? Hoe barmhartig zijn wij voor al die mensen voor wie de wetten net even boven hun vermogen liggen? Zetten wij onze deuren open voor hen?

Als we teruggaan naar het evangelie, zien we de reactie van Johannes op het feit dat Jezus zich, net als al die anderen, wil presenteren voor de doop. Johannes protesteert heftig, en zegt: 'Ik heb Św doopsel nodig, en Gij komt tot mij?' En dan komt het eerste woord dat Jezus spreekt. In dat woord maakt Hij zijn levensprogram bekend: 'Laat het nu zijn; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.' Toen liet Johannes hem toe. Dat wil zeggen: hij liet Jezus zijn eigen gang gaan. Hij gaf Jezus de kans te worden wie Hij moest zijn. Jezus is met zijn doop in de Jordaan een nieuwe weg ingeslagen, een mijlpaal voor zijn volgelingen. Hij is de lang verwachte profeet, de zoon van God.

Jezus zijn gang laten gaan. Hem niet onze woorden in de mond leggen, maar luisteren naar de diepste betekenis van wat Hij te zeggen heeft. Deze woorden zou je kunnen beschouwen als een programma voor de kerk, voor de parochie, en ook voor ons eigen persoonlijk leven. Ook wij zijn gedoopt naar het voorbeeld van Jezus om met elkaar zijn boodschap uit te dragen.

Amen.

Lidwien Griffioen, lid liturgiegroep