Doop van de Heer - Verkondiging op zondag 13 januari 2008 in de H. Laurentiuskerk te Weesp

1e lezing: Jes. 42, 1-4 + 6-7
2e lezing: Hand. 10, 34-38
evangelie: Mt. 3, 13-17

De grote feesten zijn weer voorbij en het begin van het nieuwe jaar 2008 ligt alweer twee weken achter ons. Het dagelijkse leven heeft zijn gewone gang hernomen en we volgen weer ons gewone leefpatroon. Of zijn er misschien toch dingen in ons leven veranderd,omdat we goede voornemens hebben gemaakt bij het begin van het nieuwe jaar?

Willen wij als christenen – ieder persoonlijk- maar ook als gemeenschap meer trendsetters dan trendvolgers worden? Ingaan op de roepstem van de Heer houdt altijd in: je eigen leven kritisch bezien en je afvragen: Waar ben ik mee bezig?
Met de wereld?
Met mezelf?
Of met Gods bedoelingen voor mij in deze wereld?!

<i>Pieter van Velzen</i>- De doop van de HeerOp dat keerpunt in zijn leven moet Hij een bijzondere ervaring hebben gehad. Toen Hij tot volwassen man was uitgegroeid,trok Hij naar de boetepredikant Johannes die de mensen uitnodigde zich te laten onderdompelen in het water van de Jordaan. Je laten onderdompelen is een gebaar van bekering. Je wordt herboren. Jezus ging er als doodgewone man in de rij staan,als Mens onder de mensen,als Mens met de mensen. Hij sloot zich aan bij die lange rij wachtende van het volk Israel - en eigenlijk van heel de wereld – die ook nu nog verlangend uitzien naar innerlijke bevrijding. Die doop van Jezus is er een uit een serie,zou je kunnen zeggen. Dat wilde Jezus ook zo. Hij is Gods zoon die mens werd, een van ons. Maar dan gebeurt er toch plotseling iets bijzonders. Dat bijzondere komt echter niet van de mensen ,maar van een onverwachte kant,uit de hemel – van God. Als Jezus uit het water opstijgt,gaat de hemel open.

Jezus' doop was een keerpunt in zijn leven. Dertig jaar lang ongeveer was hij verborgen gebleven in Nazareth. En na zijn doop begon Hij plotseling rond te trekken en in het openbaar te spreken.

Een afbeelding hiervan is in onze kerk duidelijk te zien in een van de ramen in het priesterkoor links achter mij.

Van uit de hemel klonk een stem:” Dit is mijn Zoon,mijn veelgeliefde in wie Ik welbehagen heb” En de naam wordt onderstreept en bevestigd door de heilige Geest die vanuit de hemel als een duif neerdaalt en over Jezus komt. Die woorden uit de hemel openbaren Jezus ware persoonlijkheid. Uiterlijk lijkt Hij een zondig mens, zoals u en ik, maar Hij is de Geliefde Zoon van God. Door deze liefdesverklaring van God, ervaart Jezus dat Hij een beminde mens is, dat Hij graag gezien wordt en wel door een God die niet veraf is. Zo’n godservaring brengt ook een opdracht met zich mee. Jezus werd zich bewust van zijn zending: Hij moest die nabije, liefdevolle God aan iedereen gaan verkondigen. Jezus zag in dat Hij niet meer verborgen moest blijven wachten, maar dat HIJ ZELF naar de mensen toe moest gaan en de eerste stap moest zetten, zoals de liefde altijd doet. Gedreven door de Geest begint Jezus dan ook, na zijn doop rond te trekken, naar de armen, de kleinen, de zieken. Hij wil iedereen laten voelen dat God liefdevol is en hen echt bemint zoals een Vader, zonder eerst voorwaarden te stellen. Hij beseft meer dan ooit dat het Zijn roeping is de liefdevolle God zichtbaar te maken. En dus begint Hij een tocht van genegenheid, van goedheid, van bevrijding en vergeving. “Hij ging al weldoende rond” zegt de tweede lezing.

Werden ook wij niet gedoopt in de kracht van de heilige Geest? Worden ook wij dus eigenlijk niet gedreven om de hartelijkheid van onze God te tonen met woord en daad? Ook voor ons is ons doopsel het begin van een leven van dienstbaarheid, ieder volgens zijn talenten en mogelijkheden. Zo herkennen wij dus, in de doop van onze Heer, de diepe zin van ons eigen doopsel en van heel ons leven.

Er zijn voor elkaar.

Amen.

Hannie Kuijpers lid liturgiegroep