Oecumenische viering - Verkondiging in de Boskapel op 27 januari 2008Bid onophoudelijk. Zoals dat altijd gaat, als je ergens een plaatje bij hebt, is de werkelijkheid anders. En toch is het ook niet heel gek, als je bij dit thema allereerst denkt aan kloosterlingen. In de kloosters wordt de gang van de dag bepaald door het ritme van de gebeden. En niet alleen de gang van de dag, ook het leven wordt op dat ritme geleefd. De nacht en de dag worden erdoor gedragen, net als het werk en de maaltijden. Een ritme overigens, dat je niet zomaar overneemt, daar moet je jezelf in oefenen. Zoals de pelgrim zich in het Jezusgebed moest oefenen. Dat ontdek je, als je uit de hectiek van het leven stapt om een paar dagen in een klooster te verblijven. Bidden midden in de nacht mag wel heel bijzonder zijn, maar als je daar de avond ervoor geen rekening mee hebt gehouden, krijg je ergens op de dag wel signalen van je lijf. Je stapt niet zomaar in het ritme van het klooster, je moet daarvoor je eigen ritme aanpassen. Bid onophoudelijk. Je kunt niet geloven in iets dat niet bestaat, zeggen we, ook niet als dat iets God is. Hij moet bestaan, anders kun je er niet in geloven. Maar als er bedoeld wordt, dat wij allemaal onze eigen voorstelling van God hebben, dan kan het wel kloppen dat wij geloven in een God die niet bestaat. Dan komt dat soms ook akelig dicht bij, als we kijken naar de verdeeldheid onder de kerken en binnen de kerken. Omdat mensen dachten te weten hoe God is en denkt en doet, en wat hij (of zij) wil, daarom zijn de verschillende kerken ontstaan. Als wij met elkaar spreken, gewoon als christenen, over wat wij geloven, wat er in ons hart leeft en wat ons vertrouwen is, dan vallen de kerkmuren om. De verschillen spitsen zich, denk ik, meestal niet toe op wat wij geloven, maar op wat wij denken. Op hoe wij ons God gedacht hebben. En dat is een god waarvan je moet zeggen, die bestaat niet, want dat is een god die door ons gevormd, door ons geschapen is. Dat is een god, die ingezet wordt voor ons eigen gelijk, voor onze macht, voor onze liefdeloosheid. De voorbeelden daarvan stapelen zich op in de geschiedenis van de kerken. We hoeven maar te kijken naar de extremen om ons heen om te ontdekken hoe dat ook in de kerken heeft gewerkt en soms nog werkt. Iedereen die de nadruk legt op die extremen om daarmee de Islam te verbieden, kent de eigen geschiedenis niet. Het gevolg is, dat we elkaar de maat nemen. En dat we ons laten leiden door een god die we onszelf gedacht hebben. Ik weet niet of er veel mensen zijn die een geloofsgesprek voeren met moslims. Niet over de uiterlijke vormen, maar over wat van binnen zit, over het vertrouwen, over de hoop, over de liefde. Misschien, het zou me niet verbazen, dat we dan erg dicht bij elkaar komen. Dat je misschien wel ontdekt dat je dezelfde taal spreekt, de taal van het hart, de taal van geloof. Bid onophoudelijk. Vooral als het gaat om de manier waarop God met ons omgaat. Een manier waar wij van willen leren om zo ook met elkaar om te gaan. We kunnen zeggen: God gaat onze menselijke maat te boven, en dat is ook zo. Wij kunnen hem niet vatten, wij kunnen hem niet kneden, wij kunnen hem niet vormen naar het model dat wij wensen. Er is altijd meer over hem te zeggen dan wij kunnen bedenken. Maar dat wil niet zeggen, dat hij een God is op grote afstand van ons. Een God die niet te benaderen is. Juist niet. Hij wil een God zijn, dichtbij zijn schepping, dichtbij mensen. Het gaat hem aan het hart, als mensen hun eigen wegen gaan en leven voor zichzelf. Het gaat hem aan het hart als de ene mens zich verheft boven de andere. Het gaat hem aan het hart als mensen verloren raken door toedoen van anderen of van zichzelf. Onze God wil een God van nieuwe kansen zijn. Iedere keer opnieuw. Bid onophoudelijk, blijf je geest richten op God. Dat is wat Jezus heeft doorgegeven. Dat is de eenheid waar hij over spreekt. De eenheid tussen hem en God, de eenheid tussen hem en mensen, de eenheid tussen God en mensen. Om in alle verscheidenheid te kunnen zeggen: we laten elkaar niet los. Dat we daar onophoudelijk voor blijven bidden. En al gaan we verschillende wegen, al houden we als kerken onze eigen bijeenkomsten, wij weten dat we ten diepste met elkaar verbonden zijn. In een eenheid, die niet kapot te krijgen is. Omdat de dragende kracht onder die eenheid Jezus zelf is, die zijn leven met ons leven heeft verbonden. Dat het zo voor ons zal zijn. En dan willen we nu die verbondenheid en eenheid met elkaar belijden, als we de Apostolische Geloofsbelijdenis zingen. ds. Hillegonda Ploeger in de Boskapel, Muiderberg, 27 januari 2008 |