Verkondiging op zondag 3 februari 2008 in de H. Laurentiuskerk te Weesp

Er zijn mensen die beweren dat je met de Bijbel alle kanten op kunt. Ik geloof er eerlijk gezegd niks van. Wie de moeite neemt om de hele Bijbel van voor naar achteren te lezen, van het boek Genesis naar het boek Openbaring, ontdekt al spoedig de rode draad. Die rode draad is – je wordt er af en toe moe van – dat God zijn mensen oproept tot het doen van gerechtigheid. Wat wordt daarmee bedoeld? Dat je je inzet om mensen tot hun recht te laten komen. Kan God daar zelf niet voor zorgen? Nee, God heeft mensen nodig om zijn visioen van een aarde vol vrede en gerechtigheid te realiseren. We hoorden het al in de woorden van de profeet Sefanja. Sefanja leefde in de 7e eeuw vóór Christus. Hij kijkt om zich heen en moet wel constateren dat de mensen er maar op los leven, en terug vallen in afgoderij. De gerechtigheid is ver te zoeken. Pas op, zegt hij, God pikt het niet langer! De dag van zijn oordeel is nabij! Een enkeling vraagt hem: ”Is er nog redding?” ”Jawel,” zegt hij:  “als je je maar bekeerd, als je maar gerechtigheid zoekt en ootmoedig wordt.” Ootmoed: een gedateerd woord misschien, maar het betekent dat je je grootheidswaan verliest, je vervolgens neerbuigt voor de grootheid van God en je inzet – aangeblazen door zijn geest – rechtvaardig te leven opdat rechtelozen tot hun recht zullen komen.

Ook Matteüs helpt ons verder. We hoorden hoe Jezus de berg opging. Voor kenners van het eerste testament – en dat waren de toehoorders van het Matteüs-evangelie ongetwijfeld – betekent dit: let op! Want een berg gold als een zetel van God en een leraar sprak dan ook vanaf de berg het Woord van God. Zo ook Jezus, die vanaf deze berg – die herinnert aan de berg Sinaï, waarop Mozes de 10 geboden als leefregels ontving – zijn programma voorhoudt en zegt: zalig zij die…

In de streek waar Jezus verblijft wanneer Hij uitlegt wie hij zalige mensen vindt, in die streek zijn helemaal geen bergen, een paar heuvels misschien. Maar toch vertelt Matteüs dat Jezus zijn toespraak hield vanaf een berg.

Dat is typisch bijbels spraakgebruik: omdat Matteüs als joodse jongen geleerd had dat Mozes de tien geboden – de kern van alle wetgeving – had afgekondigd op een berg, laat hij Jezus de kern van zijn leer - de zaligsprekingen - ook afkondigen op een berg want voor Matteüs is Jezus de nieuwe Mozes, boodschapper van God.

Jezus vervangt de tien geboden niet door de acht zaligsprekingen. Hij is niet gekomen, zegt Hij zelf, om de oude wetten af te schaffen, maar om die aan te vullen. En zo is het ook: de tien geboden zeggen vooral wat we moeten laten ( ge zult niet dit, ge zult niet dat ) om niet ongelukkig te worden. De zaligsprekingen zeggen wat we moeten doen om geluk te vinden en te kunnen geven. Mensen die zeggen Christen te zijn omdat ze de tien geboden onderhouden, en er denken te zijn, zitten fout. Die tien geboden zijn de basis om een goed mens te zijn. Echt Christen-zijn is willen leven in de geest van de zaligsprekingen.

In die zaligsprekingen zet Jezus – de nieuwe Mozes – de wereld, ons doen en denken een beetje op zijn kop. Degenen die wij meestal hoogachten, ziet Hij even niet staan: degenen die wij vergeten, of op wie wij neerzien, steekt Hij in de hoogte. En het is waar wat Maria, toen nog in verwachting, al zong in het Magnificat: "Machthebbers haalt hij van hun troon - kleine mensen maakt Hij groot - die honger hebben, schenkt Hij overvloed, en rijken stuurt Hij weg met lege handen." Hij draait de dingen om. Schrijft ook Paulus. Die wij dom vinden, kiest God uit om wie wijs denken te zijn, te beschamen, en God kiest wie zwak zijn uit om wie sterk zijn, een beetje voor schut te zetten.

Inderdaad: soms zie je op de televisie mensen die stikken van de armoe, maar met al hun ellende toch nog kunnen lachen, terwijl wij zeuren over brood dat niet helemaal vers is, of bruin terwijl we wit willen hebben. Wie dan die beelden ziet, kan zich schamen. En soms ontmoet je mensen die echt ziek zijn, zwak of gehandicapt, maar die desondanks een bewonderenswaardige levensmoed uitstralen. En dan schaam je je over je gezeur wanneer jou ook eens iets mankeert. Voortdurend zie je mensen die zich maar blijven inzetten voor vrede, gerechtigheid, een betere en schonere wereld. Dan mogen we ons best eens schamen voor onze gemakzucht en onverschilligheid.

Gelukkig dat ze er zijn, zulke vaak heel gewone, maar zalige mensen, die Jezus roemt. Gelukkig zijn ze er, zalige mensen die in al hun bescheidenheid, en met al hun armoe en kleinheid, andere, rijke en vooraanstaande mensen beschamen, en hun de ogen openen voor het echte geluk.

En al die goede, lieve, gekke, bescheiden en edelmoedige mensen die nauwelijks en niet worden gewaardeerd door degenen die het in onze wereld hebben gemaakt, zij redden de wereld, en God redt hen…

Nico van Bragt, lid liturgiegroep