Verkondiging op zondag 10 februari 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden
en de Boskapel te Muiderberg Eerste zondag van de Veertigdagentijd
1e lezing: Gen. 2, 7-9 + 3, 1-7
evangelie: Mt. 4, 1-11
Die splijtzwam, die dwarsligger en die boze heeft kennelijk gevoel voor timing. Want lezen we immers niet: toen werd Jezus naar de woestijn gebracht. Juist toen de stem uit de hemel had geklonken die hem erkend had als “mijn zoon”, als “veelgeliefde”. Jezus, in gebed ervaart, de bevestiging van zichzelf; ervaart een verhoging van zijn bewustzijn.
Jezus zal vol goede moed geweest zijn. Maar een mens kan juist dán gevoelig zijn voor verleidingen.
Beste lieve mensen, juist op momenten als het goed gaat, is het moeilijk om met zwakke momenten geconfronteerd te worden.
Het is heerlijk om op je sterke punten waardering te oogsten en erop door te kunnen gaan. Een beetje groter te worden, te groeien. Het is als licht dat schaduwzijden doet verbleken.
Maar toch, schaduwkanten zijn er in ieders mensenleven.
Soms hebben ze te maken met je talenten.
Jezus heeft talent genoeg in huis om rijkdom, invloed, aanzien te vinden. Hetzij als populaire charismatische wonderdoener, hetzij als een geziene farizeeër.
Het is de duivel, die dwarsligger, die altijd de splijtzwam wil zijn, die kiest voor de verleidingen die aansluiten bij Jezus’ mogelijkheden en sterke kanten..
Er is vaak verwantschap tussen je sterke kanten en je valkuilen.
Als je als pastor of als diaken waardering ontvangt, kom je al snel in de verleiding in dezelfde richting waardering en populariteit te zoeken. Of steeds te scoren op je geroepen zijn, je kennis of je enthousiasme.
Maar ook je zwakke kanten als teamlid of in het pastorale gesprek je functioneren onbelicht en onbesproken laten.
Maar menigeen die toch dieper in zichzelf durft te kijken, komt de rafels tegen van zijn eigen persoonlijkheid of gevoelens en verlangens waarvoor hij of zij je terugschrikt.
Ieder van ons kent een ruime variatie aan verleidelijke reacties op de ontdekking van eigen schaduwzijden.
Verzwijgen, boos zijn op degene die onze zwakke plekken aanraken. Nee, we komen liever zelfverzekerd over dan onzeker. Je bewust te zijn van je eigen schaduwzijden is een wrange vrucht, waarmee we niet geconfronteerd willen worden. Wij mensen leven niet automatisch goed.
Soms ontwikkelt ( en verzwijgt ) een mens enige afkeer van zichzelf.
- Maar ook collectief gezien lijkt het menselijk bestaan verbonden met verleidingen.
Want vervult ons zelfbewustzijn zich niet met schaamte als we de tekorten in onze wereld zien.
Aan de ene kant beschikt de mensheid over rijkdom van de geest en creatief vermogen. Aan de andere kant getuigt dezelfde mensheid van zijn bekrompenheid, zijn zucht naar macht en naar steeds méér rijkdom.
- En in kerkelijke kring zijn wij evenmin verschoond van verleiding.
De zoektocht naar waarheid kan ontsporen in de macht van het eigen gelijk. Of in de krachteloosheid van het geen stelling durven nemen. Nee, mensen zullen voor elkaar geen paradijs scheppen. Zoveel lijkt duidelijk.
- In de katholieke traditie klinkt door het jaar in de avonduren in menig klooster, het Salve Regina.:” tot U roepen wij, kinderen van Eva, zuchtend en wenend, in dit dal van tranen.”
Dat zou een sombere slotsom kunnen zijn, een verleiding op zichzelf, als je de ogen louter richt op wat mis gaat.
Het geciteerde lied zoekt een nieuwe weg, en richt de ogen op Jezus Christus. Dat is, als je wilt, meer dan een vrome uitspraak, een verwijzing naar inspiratie uit het Evangelie.
Beste lieve mensen, Jezus zelf ontkent de verleiding niet, maar richt zich op iets dat Hij fundamenteler acht: de bedoeling van God.
Hij ontkent niet dat Hij honger heeft, maar Hij zal God niet op de proef stellen: U zult mijn honger meteen stillen, nu, want Ik ben immers uw Zoon.
Hij lijkt ook geen bewijs van Gods liefde te zoeken in een succesvolle carrière.
Zijn zoonschap wijst Hem een weg van liefde, dienstbaarheid en vertrouwen.
Ook Paulus heeft vertrouwen. Paulus lijkt de tekorten in het menselijk bestaan niet te willen ontkennen. In zijn betoog spreekt een fundamentele betrokkenheid van Jezus op Adam. Van Jezus op ons. Volledige kwijtschelding, na zoveel overtredingen, na zoveel tekorten.
Wat een enorme geloofsvreugde en levensvreugde!
Misschien dat het vertrouwen op Gods fundamentele betrokkenheid op ons – als individu, als gemeenschap – ons moed kan geven om als “bewuste mensen” te leven.
Dan kan het bewustzijn van onze schaduwzijden, onze pijnlijke, schaamtevolle zijden zich verenigen met het bewustzijn van onze goede kanten.
Onze mogelijkheden, onze assertiviteit.
Die twee kanten hoeven dan niet tegen elkaar uitgespeeld te worden.
Want integere bezinning en zelfreflectie kunnen vanuit het gelovig perspectief ieders handelsbekwaamheid versterken. Zeker als je het vertrouwen hebt samen met anderen op die weg
te gaan.
Zelf mag ik ook werken bij de dak- en thuislozen in Hilversum. Daar mag ik met mensen werken en
mensen ontmoeten bij wie hun donkere kant tenminste één keer de overhand heeft gekregen. Ze zijn ooit doorgeslagen tot poging tot doodslag toe.
In de omgang met hen word ik me meer bewust van mezelf. Van mijn eigen donkere kanten. Juist als ik dat onder ogen zie, als ik daar doorheen ben, ervaar ik dat ik de mogelijkheid heb bij nieuwe bronnen in mijzelf te komen.
En soms - niet altijd - maken de mensen met wie ik spreek ook een dergelijke ontwikkeling door.
Lieve beste mensen, het is mogelijk onder ogen te zien wat de schaduwzijden zijn van je eigen menselijke aard en geschiedenis. Maar dan moet je wel de momenten van stilte en bezinning in acht nemen; om te luisteren naar het diepste bestaan van ons zijn.
Dan is er als het ware opnieuw de stem te horen die zegt dat je er mag zijn. Kun je en mag je verder gaan, mens van licht en schaduw.
Amen.
Jan Tünnissen, diaken
|