Verkondiging op zondag 24 februari 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg
Derde zondag van de Veertigdagentijd

1e lezing: Ex. 17, 3-7
evangelie: Joh. 4, 5-42

Ik heb vannacht gedroomd. Ik zal wel niet de enige zijn geweest. Maar mijn droom stond in het teken van de lezingen van vandaag, alsook van een film die ik onlangs op TV zag. D droom ging als volgt. Er was een club Klok Klok genoemd. Een heel exclusieve club. Je mocht alleen naar binnen op voordracht van iemand anders. Schijnbaar werd er gegokt en alle bezoekers wonnen en werden rijk, heel rijk. Toch gebeurde het dat alle bezoekers besmet werden en  op den duur een afschuwelijke en pijnlijke dood zouden sterven. Er was wel een kuur. Namelijk als een iemand namens iedereen een glas water uit een bron daar dronk, dan zou hij of zij zelf op een pijnlijke manier snel sterven, maar de rest zou dan genezen. Ik werd uitgenodigd om de club te betreden en dat water namens hen te drinken. Een glas werd mij aangeboden. Ik aarzelde. Ik kon al die mensen nu echt helpen, maar dan zou ik dood gaan, en op een zeer pijnlijke manier. Ik wou niet dood, ik wou geen pijn hebben – ik wou de mensen helpen. Ik werd wakker. En ik begreep het. De wereld die ik kende, waarmee ik vertrouwd was, was niet perfect – integendeel – tobben, moeilijk, dikwijls vermoeid enz. Maar dat is de wereld die ik kende, de wereld waarmee ik kan omgaan. De wereld omgekeerd, waar de dood en pijn niet langer een hindernis zou zijn, waar het leven echt geweldig en eindeloos zou zijn, was een waagstuk . Kon ik erop vertrouwen ?– Ik wilde wel maar was tevens doodsbang.

Paulus schrijft aan de gelovigen in Rome, zo hebben wij gelezen vandaag: Men zal niet licht iemand vinden die zijn leven geeft voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand in een bepaald geval dit van zich kunnen verkrijgen .God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen we nog zondaars waren. Ja zo is het. In mijn droom was ik er duidelijk nog niet klaar voor. Maar toch, nu bij mijn bewustzijn, laat ik ook zijn andere woorden tot mij diepste innerlijk spreken –zusters en broeders, gerechtvaardigd door het geloof, leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het, die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods. En die hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken. Uiteindelijk begreep de Samaritaanse vrouw wat Jezus bedoelde, toen Hij sprak van water dat Hij te drinken zou geven, waardoor zij nooit meer dorst zou hebben. Een wereld omgekeerd. Haar hart werd aangesproken en ze liet het toe. En zo ging zij enthousiast naar waar ze woonde en vertelde anderen ervan. En die anderen kwamen om zelf te horen – en te geloven, te vertrouwen dat Jezus de Messias is, en dat zijn visie op de wereld waarvan wij deel uitmaken, heilzaam is, veel mooier en authentieker dan hun oude vertrouwde visie op de wereld.

Bid U met mij dan onze ontmoeting met hem in deze verhalen, in deze viering, en het ritueel eten en drinken rond deze tafel, ons sterkt in het vertrouwen dat zijn wereld omgekeerd, heilzamer is dan de wereld waarin wij ons niet beroemen op de heerlijkheid Gods. Dan denk ik dat ik in mijn droom niet geaarzeld zou hebben om te drinken uit die helende bron in club Klok Klok. Dat ik bewust was geweest dat Gods Geest in ons leeft, in mij leeft. En dat is pas echt leven.

Pater Jan Haen