Verkondiging op zondag 2 maart 2008 in de Boskapel te Muiderberg
Vierde zondag van de Veertigdagentijd

1e lezing: 1 Sam. 16, 1b + 6-7 + 10-13a
2e lezing: Ef. 5, 8-14
evangelie: Joh. 9, 1-41

Beste mensen,

Na de prachtige lange lezingen van deze viering vind ik het niet nodig om daar nu nog een lange preek aan toe te voegen. Waarschijnlijk zijn voor u/jullie de verhalen van de eerste lezing en van het Evangelie duidelijk genoeg, en behoeven zij dus geen uitleg.

Ten overvloede geeft Paulus (in de tweede lezing) óók al aan wat Jezus' volgelingen te doen staat om van het duister naar het licht te komen: "Ontwaak slaper, sta op, en Christus' licht zal over u stralen!" Daarom van mij slechts een kort aanvullend woord.

Blindheid was en is een aangrijpende handicap. En misschien is blindheid daarom in de Bijbel symbool geworden van uitzichtloosheid en toekomstloosheid. Als het in de Bijbel over een blinde gaat, dan gaat het over iemand die véél meer heeft dan alleen een lichamelijke handicap. De blinde staat voor de mens die in zichzelf geen licht meer ziet, geen uitzicht en geen toekomst voor zich ziet. En in die zin, durf ik te zeggen, zijn heel veel mensen blind, of ooit blind geweest.

U kent waarschijnlijk ook de verhalen, misschien uit uw eigen leven: de verhalen van een mens die het zicht is kwijtgeraakt: geen enkel lichtpunt. Ook mensen met prima goede ogen kan het overkomen dat zij in duisternis rondtasten, en niet weten hoe het verder moet.

De blinde uit het Evangelie vertelt aan iedereen dat hij weer helder en duidelijk licht ziet omdat hij Jezus heeft ontmoet. Moge Jezus ook ons Zijn Licht schenken.

Tot slot een ervaring uit mijn eigen leven, toen ik kapelaan was in de Amsterdamse Martelaren van Gorcum. Daar was een blinde organist die de sterren van de hemel speelde. Ik vroeg hem eens hoe hij zich - als blinde - voelde. En zijn antwoord was dat hij een heel gelukkig mens was: hij kon genieten van prachtige muziek, óók van de muziek die hij zelf speelde. Maar ook van het gezang en gefluit van de vogels, van de geluiden van dieren en spelende kinderen. Hij kon meedoen met mooie of leuke gesprekken. Hij had niets te mopperen. En… hij was gelovig, en blij met Jezus' blijde boodschap. Hij voelde zich een blinde die volop kon zien.

Mogen ook wij - ondanks alles - toch blijde gelovigen zijn.

Amen.

Henk Samsom, emeritus pastoor