Verkondiging op zondag 23 maart 2008 in de Laurentiuskerk te Weesp
Hoogfeest van Pasen

1e lezing: Hand. 10, 34a + 37-43
2e lezing: Kol. 3, 1-4
evangelie: Joh. 20, 1-9

Beste mensen,

In de eerste lezing - uit de Handelingen van de Apostelen - vertelt Petrus eigenlijk - in een notendop - kernachtige zaken uit het leven van Jezus, zaken die er echt toe doen: hoe Jezus zijn optreden begon in Galilea, nadat hij gedoopt was in de Jordaan. Hoe hij weldoende rondging, zieken genas en de duivel uitbande, omdat God mèt Hem was. Hoe hij aan het kruis geslagen was, totaal onschuldig. Maar hoe Hij op de derde dag is opgestaan: Jezus leeft dus!

De eerste lezing zegt eigenlijk niets over de situatie waarin Petrus dit vertelde, en óók niet tot wie hij deze feiten vertelde. Om dat te weten moet je eigenlijk je Bijbel eens ter hand nemen en het hele hoofdstuk 10 uit de Handelingen lezen. Want aan de preek van Petrus gaat eigenlijk een prachtig verhaal vooraf over een Romeinse bevelhebber in het leger (honderdman, centurio) met de naam Cornelius, die een vroom man was -, die rijkelijk aalmoezen aan het volk gaf, en veelvuldig tot God bad. Maar hij behoorde niet tot het volk Israël. Hij had echter wel eens over Jezus gehoord, en wilde graag méér over Hem weten. In een visioen kwam hij er achter dat hij dan maar eens naar Petrus moest gaan.

En diezelfde Petrus had óók al een visioen gehad. Toen hij honger had, zag hij hoe uit de hemel een kleed neerdaalde met alle mogelijke soorten vlees, waaronder ook van dieren die een Jood niet mocht eten. Petrus weigerde dan ook daarvan te eten. Maar een stem verklaarde: "Wat God rein heeft verklaard, mag jij niet verwerpelijk beschouwen!" En direct daarna stond Cornelius voor zijn deur, omdat hij alles over Jezus wilde weten. En Petrus begreep nu zijn visioen, en nodigde Cornelius en zijn mensen uit in zijn huis.

De volgende dag nodigde Cornelius Petrus uit om hemzelf, zijn familieleden en zijn naaste vrienden en bekenden toe te spreken in zijn huis in Caesarea: over alles wat Petrus van Jezus wist, tot aan Jezus' verrijzenis toe. Want Petrus wist nu dat Jezus niet alleen voor zijn eigen volk, maar voor iedereen wilde zijn. Dat hij een "levende" wilde zijn voor iedereen die voor Hem openstond. Bovendien - zoals in de tweede lezing staat - zijn ook wij mèt Christus ten leven gewekt. Paulus zegt: "Christus is uw leven en wanneer Hij verschijnt, zult gij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid."

Durven wij te vertrouwen op deze Jezus, in alle omstandigheden van ons leven? Leeft Hij voort in ons? Durven wij positief in het leven te staan - dank zij Hem? Durven wij handen en voeten te zijn van Hem? Kunnen mensen om ons heen aan ons bemerken dat wij Jezus navolgen in goedheid, liefde, vergevingsgezindheid? Laten wij dus door onze hele levenshouding aan anderen zien dat Jezus leeft in ons?

Wat een moeilijkheid kan zijn voor velen, is dit: Petrus, Maria Magdalena en Johannes hebben Jezus niet zien opstaan: zij zagen slechts een geopend graf. Zij zagen geen levende Jezus. Maar zij gingen steeds meer geloven, en kregen daartoe ook steeds meer tekenen te zien van Hem, vaak in elkaar, en in medemensen, die gestalte gaven aan Jezus' doen en laten.

Vandaag is het hoogfeest van Pasen, voor velen een moeilijk te bevatten feest. Verrijzenis… zo onzichtbaar, zo moeilijk te bevatten en uit te leggen, niet tastbaar. Wat heb je dan enorm behoefte aan mensen, die kunnen getuigen van hun geloof in Hem; mensen die door hun leven en werken laten zien wat Jezus voor hen betekent, in al hun doen en laten. Mensen in wie wij kunnen zien dat zijn geest nog steeds levend en waarachtig is onder ons.

Mogen ook wij zulke mensen ontmoeten -, mogen wij zulke mensen zijn voor anderen! Ik sta soms verbaasd dat juist mensen in landen waar het aan alles ontbreekt, vaak zo'n grote steun hebben aan hun geloof in Jezus, en dat zij daardoor - in al hun armzaligheid – vaak zo blijmoedig in het leven staan. Zeer velen in ons rijke Westen menen God en Jezus helemaal niet nodig te hebben. Maar staan wij daardoor allen bekend als blije mensen? Het tegendeel is eerder waar. Want ja, velen willen toch steeds méér.

Mogen wij alstublieft mensen zijn in wie Jezus leeft. Want daarmee kunnen wij nog zoveel medemensen helpen. Zalig Pasen!

Henk Samsom, em. pastoor