Verkondiging op zondag 30 maart 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg - Tweede zondag van Pasen
1e lezing: Hand. 2, 42-47 Misschien herinnert U het zich nog. Verleden week zei ik dat U waarschijnlijk onder de 30% van de Nederlandse bevolking valt die weet wat er met Pasen gevierd wordt. Misschien herinnert U zich ook dat het Paasmysterie gaat over leven voorbij de dood. De zin van dood zijn overstijgt. Maar toch. Gelooft U daar ook in? Gelooft u echt in het mysterie van Pasen? Gelooft U echt in Jezus Christus, die is gekruisigd , gestorven en begraven en die de derde dag is verrezen uit de doden? Ja zegt u snel. En hoopt zo van mijn indringende vragen af te zijn. Misschien denkt u toch, ik weet niet of ik dat allemaal precies geloof. Of ik weet niet echt wat het betekent. Misschien herkent U zich dan in Tomas de twijfelaar. Tomas wil de verrezen Heer zien, hij wil hem aanraken. Tastbaar bewijs. Pas dan kan hij zeggen: "Ja, ik geloof. Mijn Heer en mijn God". Bij Tomas ís er iets te zien en aan te raken. Maar hoe zit dat bij ons, de kerk van vandaag? Is er bij ons iets te zien, iets tastbaars aanwezig? Misschien zegt U nee. Vandaag de dag laat Jezus zich niet op tastbare wijze zien. Hij komt niet door dichte deuren heen. Hij laat zijn wonden niet zien en betasten. Hij gaat niet met ons van Jeruzalem naar Emmaüs . Hij breekt het brood niet met ons.Niets van dat alles. Of toch? Spreekt Paulus, die ijverige verkondiger van het Evangelie, niet over de kerk als het lichaam van de Heer? Paulus zegt dat Christus leeft in zijn lichaam , een lichaam dat gevormd wordt door hen die zich zijn volgelingen noemen. Steeds als wij hier samenkomen in deze ruimte verbeelden wij dat met elkaar. Door het brood te breken en te delen met elkaar, vormen wij steeds die gemeenschap van mensen die zorg willen dragen voor elkaar. Het delen van het brood staat voor het delen van het leven zelf. Het delen van het brood betekent solidair zijn met elkaar, tot het uiterste toe. Met het delen van het brood willen we uitdrukken dat we willen doen zoals Jezus heeft voorgedaan. Dat we zo Zijn lichaam willen vormen en dat we Zijn leven willen voortleven. Pas als wij overeenkomstig Jezus’ ideaal met elkaar durven leven, solidair en ten diepste met elkaar begaan, pas dan kunnen we zeggen dat Jezus lééft. Het is niet voor niets dat de paasverhalen in de lezingen gekoppeld worden aan het verhaal uit de Handelingen, het verhaal van de jonge kerk. Die koppeling maakt duidelijk dat geloof in de verrezen Heer alleen mogelijk is vanuit een gemeenschap van mensen. Een gemeenschap waarin niemand gebrek lijdt en waarin ieder zich thuis voelt. Als ik u zojuist de vraag stelde of u gelooft in de verrezen Christus, dan stelde ik eigenlijk de verkeerde vraag. Ik had beter kunnen vragen: lééft u vanuit het verrijzenisgeloof? Durven wij met elkaar brood te breken en te delen? Durven wij die gemeenschap van mensen te vormen die in deze tijd van individualisme eigenlijk ondenkbaar is? Durven wij elkaar op te tillen uit angst, wanhoop en doodse ellende? Waar dát gebeurt, is Hij verrezen. Want pas wanneer díe gemeenschap van mensen te zien is, wordt het geloof geloofwaardig. Wat voor Tomas geldt, geldt ook voor ons: er moet iets te zien zijn, er moet iets tastbaars aanwezig zijn, pas dan kan er geloof groeien. Er blijft natuurlijk nog een probleem. Wij zijn hier bij elkaar rond Schrift en Tafel. Daarmee drukken we uit dat we kerk willen zijn, gemeenschap van mensen, met aandacht en zorg voor elkaar. En we geloven dat we daarmee de verrezen Heer aanwezig stellen. Maar blijkbaar zijn we toch niet overtuigend. Want het merendeel van de Nederlandse bevolking heeft niet in de gaten dat wij willen leven vanuit dat paasgeloof. Misschien lijken wij op de eerste leerlingen. Ze zitten bang bij elkaar, de deuren dicht. Ze hebben al gezien dat het graf leeg is. En Maria van Magdala heeft al aan de leerlingen verteld dat zij de verrezen Heer gezien en gesproken heeft. Het is dus volop Pasen. Maar de Paasvreugde is afgesloten, de luiken zijn dicht. Het is beloken Pasen. Luiken en deuren moeten open. We moeten laten zien waar we als kerk voor staan, ook buiten de deuren van de kerk. Want alleen als er iets te zien is en te ervaren is, kan geloof ontstaan. Pater Jan Haen |