Verkondiging op zondag 20 april 2008 in de Laurentiuskerk te Weesp -
Vijfde zondag van Pasen
1e lezing: Hand. 6, 1-7
2e lezing: 1 Petr. 2, 4-9
evangelie: Joh. 14, 1-12
Vooral in drukke steden, meer nog dan in dorpen, zijn kerken plekken van stilte, waar een mens even tot rust, tot bezinning kan komen.
Oases van rust in een steenwoestijn vol herrie.
Zo is dat niet altijd geweest. Kerken waren eeuwen terug veel meer huis van het volk Gods dan huis Gods. De grote middeleeuwse kathedralen waren gebouwd voor de eredienst, maar die speelde zich vaak helemaal voorin af, in een deel dat min of meer van de rest was afgescheiden.
Kerken stonden de hele dag open, en men liep er in en uit om anderen te ontmoeten, om even te rusten, te slapen soms, of om te bedelen; en op oude schilderijen zie je dat honden en katten er even welkom waren als mensen.
Een kerk was een overdekt plein; banken of stoelen waren er niet.
Het woord van Jezus ‘In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen ‘ gold in ieder geval voor de kerken van vroeger. Ieder ging er in en uit, en was er welkom.
Eigenlijk was zo’n kerk al een beetje wat de hele wereld nog altijd moet worden; een woning waar iedereen omgaat met iedereen, allerlei mensen onder één dak samen, eensgezind wonend onder het hemeldak van de ene God.
Dat is dus nog lang niet het geval; voor veel mensen, voor hele volken, lijkt er geen plaats.
En ook onder ons wordt op veel plekken nogal eens gedrongen om de beste plaats.
Onze grote wereld en onze eigen wereld lijken dus nog lang niet op die middeleeuwse kerk, op het huis van de Vader waar plaats is voor velen.
En dit weten we van Jezus: Wie hier onder het hemelgewelf plaats heeft ingeruimd voor anderen, de deur van zijn hart heeft opengezet voor anderen, zal een plaats vinden in het huis van de Vader.
“ Laat ons die Vader eens zien”, vraagt Filippus. En Jezus geeft hem als antwoord: “Wie Mij ziet, ziet de Vader.” Jezus is sprekend de Vader, en wie Hem doende ziet, mag daar God in doende zien.
Hij is de weg, met Hem op weg gaan is wandelen met God: Hij is de waarheid. Hij geeft ons de kracht om de wil van de Vader te volbrengen; Hij is het leven, waarheid en weg ten leven. Wandel in deze overtuiging met God, zo wil Jezus ons duidelijk maken als Hij zegt dat Hij ons voorgaat als weg, waarheid en leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij, voegt Hij er aan toe. Het is een directe uitnodiging tot waarachtig geloof. Dat geloof kan niet enkel uit woorden bestaan, maar veronderstelt ook daden; gelovigen brengen Gods woord in praktijk. Dit veronderstelt vertrouwen in de toekomst.
Wie ziet hoe Jezus met mensen omgaat, mag daaruit opmaken dat God van kleine mensen houdt. De onaanzienlijke wie hier geen ruimte wordt gegund, zal Hij een ereplaats geven. Voor wie God zijn deur openzet, kunnen we zien in Jezus, die altijd opkomt voor hen die buitengezet zijn, en ruimte biedt aan hen aan wie geen plaats wordt gegund.
Als wij net als Jezus anderen de ruimte geven om gelukkig te kunnen zijn, zal zijn Vader ons de ruimte geven. Dan raken wij eens voor altijd thuis bij Hem.
Elkaar de ruimte geven, een plek onder de zon, de wereld een huis voor iedereen, een kathedraal van saamhorigheid, dat is de weg, die Hij wees. Het is zijn waarheid, en het is een manier van leven die Hij zelf heeft voorgeleefd.
Hij had alle recht van spreken toen Hij zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”
Nico van Bragt, lid liturgiegroep
|