Verkondiging op zondag 27 april 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg - Zesde zondag van Pasen
1e lezing: Hand. 8, 5-8 + 14-17 In de kijkbijbel, een bijbel voor jonge kinderen, staat wat zojuist voorgelezen is, kort geformuleerd als volgt. Dat Leerling zijn van Jezus betekent: de leerlingen letten goed op wat Jezus doet, ze luisteren naar wat Hij zegt. Ze leren veel van Hem. Wat hebben die leerlingen precies gezien? Wat heeft Jezus hen precies voorgedaan? In het evangelie is keer op keer te horen: Jezus is het levende woord, de vleesgeworden Tora. Jezus zet de Tora, de wet van God, in woorden en daden om. In hem is geen verschil tussen zijn woorden en zijn daden. Het hebreeuws heeft daar ook maar één enkel woord voor: dabar. Dabar betekent: woord en daad die naadloos samengaan. Dat maakt Jezus zo bijzonder. Hij is een mens uit één stuk. Wie hem ziet, ziet de Vader. Wie hem dingen ziet doen, ziet hoe God handelt. Dat fascineert de leerlingen van Jezus, dát willen ze ook. Woord en daad samen laten gaan, mensen zijn naar God”s wil. Als jullie inderdaad om mij geven en van mij houden, dan ligt het in de lijn dat jullie steeds meer gaan doen, wat ik jullie op het hart gedrukt heb en dan… Dat woordje “dan” duidt op een proces, op iets dat weliswaar wel aanwezig is, maar nog moet groeien. Voor de leerlingen was Jezus het middelpunt van hun leven. Hij kan alles. Hij doet alles. Hij weet het allemaal. Je kunt de leerlingen een beetje vergelijken met kinderen zo tussen de tien en dertien, die iemand mateloos kunnen bewonderen, maar er zelf nog geen weet van hebben dat zij dezelfde mogelijkheden ook in zich dragen. Je zou van de leerlingen kunnen zeggen, dat ze hun identiteit nog te veel ophangen aan Jezus’ aanwezigheid. Ze hebben nog niet ontdekt dat ze al heel wat in hun mars hebben, juist omdat ze al zo’n tijd met Jezus zijn opgetrokken. Dat ze in hun leven woord en daad al kunnen laten samengaan. Het is goed dat Jezus uit hun midden zal weggaan. Want op dat moment kunnen ze de volgende stap, maken, die van tiener tot volwassenen. Van een soort dwepende tiener, naar een volwassene die zelf ergens voor gaat staan. Ze ontwikkelen zich van iemand die afhankelijk is van anderen, naar iemand die zelf iets te bieden heeft. Op het moment dat Jezus terugkeert naar zijn Vader, zullen ze ontdekken dat er heel wat van Jezus in hun eigen hart terug te vinden is, dat ze gestalte kunnen geven in dagelijks leven. Hun Christen zijn – hangt niet meer af van de concrete aanwezigheid van Jezus, maar is in henzelf gegroeid. Ze zijn volwassen christenen geworden. Het evangelie zegt zoiets tegen ons ”jullie weten wie ik ben, mijn manier van leven is in jullie hart gegrift. Jullie weten dat alles wat ik jullie heb voorgedaan en geleefd, mij door mijn Vader is ingegeven. Ik heb jullie geleerd wat je moet weten, maar nu moeten jullie zelf verder. En als je verder gaat, zul je dingen ontdekken die Ik jullie nu niet kan uitleggen. Waarheden waar je alleen zelf achter kan komen. Maar mijn band met jullie word niet verbroken, integendeel…ik blijf bij jullie. Je zal mijn aanwezigheid anders ervaren, intiemer, persoonlijker, met een andere kracht. Het zal een openbaring zijn, verheug je er maar op". Wij hier nu, mensen van de 21ste eeuw, zijn eigenlijk altijd al christenen die meteen ‘volwassen’ moesten zijn. Christen-zijn hebben wij geleerd van mensen om ons heen. Van onze oma’s en opa’s, van onze ouders, van onze leerkrachten, van mensen die voor ons van betekenis zijn, uit onze kleine en grote geschiedenis. Wij zijn door hun liefde aangestoken. We hebben er ons aan gekoesterd, we zijn er mens door geworden. Maar hebben we ook bewust de stap gezet naar dit volwassen Christendom? Zetten we ons er echt voor in? Of laten we het maar zo’n beetje op zijn beloop? Hebben we in ons leven de stap echt gezet, van een kind dat zich laat koesteren, naar een volwassene die zelf bewust liefde wil geven? Laten we de stem in ons binnenste, die ons zegt dat het een goede keus is, ook vandaag, aan het woord laten. Dat de zaak van Jezus een goede zaak is, dat de wet, de wil van God ook in ons binnenste gegrift staat en we woord en daad in ons leven laten samengaan. Dat datgene, wat Jezus voorleefde, na-levenswaardig is. Dat is niet eenvoudig noch vanzelfsprekend. Deze week kreeg ik bericht dat een zeer dierbaar iemand op de leeftijd van 42 jaar overleden is. Ik dacht onmiddellijk – oh nee. Dat kan toch niet, dat mag toch niet. En dacht – God, Vader waar is dit nou goed voor? Maar onmiddellijk dat ik die gedachte geopperd had wist ik ook - dit is mijn klein beperkte zicht op dit aangrijpende gebeuren. Maar in het bewustzijn dat Jezus zei, en meende, dat God, Vader, Eeuwige geen bloem laat bloeien, geen vogel laat vallen, al de haren op ieders hoofd geteld heeft, ook dit lief mens en de mensen om haar heen niet zal laten vallen. Maar dat zij net zoals Jezus zelf die net 33 jaar was toen hij stierf, een plaats heeft in de totaliteit van het bestaan, het leven dat ons begrijpen te boven gaat. Dat heeft Jezus voorgeleefd en is na-levenswaardig. Niet makkelijk maar wel de moeite waard. Ik wens ons toe, dat we het opnieuw ervaren: dat God zoals een vader, van ons houdt. Dat wij daarom Jezus’ woorden en daden in leven kunnen omzetten. Dat Gods liefde nog steeds in ons brandt, maar vooral dat we het uitstralen in ons doen en laten. Amen. Pater Jan Haen C.Ss.R. |