Verkondiging op 8 juni 2008 in de H. Laurentiuskerk te Weesp

1e lezing: Hosea 6.3-6
2e lezing: Romeinen 4.18-25
evangelie: Matteus 9,9-13

Pater Jan Haen C.Ss.R.

Voor een buitenstaander lijken wij waarschijnlijk op een grote familie die hier binnen zitten. Denkt u dat ook? Dan heb ik een vraag voor u.
Kennen wij elkaar wel zoals wij hier zijn.
Zoiets zou je wel verwachten van je familie.
Ik bedoel kennen in de zin van: weten wie de ander, naast voor of achter je is.
Misschien zelfs; weten wat je een hem/haar hebt?
Wat gelooft die ander nou eigenlijk? Wat bezielt hem/haar?
Als je dat weet, dan weet je wat je hier samenbrengt, wat ieders bedoelingen zijn.
Dat vormt dan een basis om met haar of hem, of hen in zee te gaan.
“Elkaar kennen” is van groot belang voor iedere relatie.
Niet alleen weten hoe de ander zich gedraagt of wat zijn diepste verlangen is, maar vooral ook zijn/haar schaduwkanten kennen.
Een idee hebben van waar hij/zij mee worstelt.
Wanneer wij dat begrijpen en aanvoelen dan wint de relatie aan kracht!
Wil ik daarvoor moeite doen, in investeren? Dat proces samen aangaan?
Dat zijn vragen die je jezelf wel eens stelt, en waarop je in je hart antwoord kan vinden.
Hopelijk een positief antwoord. Want anders is het moeilijk om iets duurzaam op te bouwen.
Vertrouwen speelt daar een levenbelangrijke rol bij.
Dat geld voor ons mensen over en weer, en zeker ook voor onze relatie met God, de Eeuwige

Maar het “elkaar kennen” wordt bedreigd door onze ingevulde vanzelfsprekendheden
Jan, ja die ken ik goed. Zeker weten. Marietje! Die ken al sinds wij samen in de lagere klas zaten. Zeker ken ik die.
Toch gebeurt het dat begrijpen en aanvoelen kunnen verdwijnen: jouw eigen verwachtingen ten opzichte van Jan, of Marietje worden dan maatgevend voor jou. En dan maken teleurstelling en onbegrip veel kapot.
Soms weten niet meer wat we met elkaar aanmoeten. En kunnen er verwijten over en weer klinken. Dan lijkt boos worden en/of weglopen een oplossing.
Dat is wat de profeet Hosea uit de eerste lezing vandaag ziet gebeuren. Israël lijkt Yahweh niet meer te willen kennen. Israël heeft zich bekend tot de goden van de Kanaänieten. Volgens hen paste deze goden wat hen betreft beter bij hen als agrarisch volk. De eigen verwachting werd gewoon aangewakkerd door het zien van het groene gras bij de buren.
Dus de ‘liefde en het erbarmen’ komen nu nog maar van één kant. Het contact met Yahweh verwatert. Maar al gauw verbleekt het groene gras. De gevolgen van hun ontrouw worden voelbaar. En ze gaan met hangende pootjes terug. Ze zingen zelfs dat ze terug willen naar de Bron van vertrouwdheid en gerustheid. Ineens herinneren ze zich weer hoe goed Yahweh voor hen was. God zal hen wel als een reddende engel te hulp schieten. Maar dat is te simpel gedacht. Yahweh is hun ontrouw niet vergeten zegt de profeet.
Offers om Hem te strelen, gunstig te stemmen, ze laten Hem, Yahweh, koud. Als hun inzet net zo kortstondig is als de ochtendnevel, kan dit volk het wel schudden.
Het gaat God om een liefdevolle relatie, waarin je wederzijds op elkaar kunt rekenen.
Gebouwd op standvastigheid en volharding: vooral openlijk en eerlijk.
Een relatie die gevoed word door een gezamenlijke Bron van liefde en respect.
Die niet breekt bij een stevige tegenwind, maar juist dan steun bij elkaar zoekt om het uit te houden.
De weg samen ligt niet vast, maar moet steeds opnieuw ont-dekt en gecreëerd worden.

Paulus in zijn brief aan de Romeinen haalt de Aartsvader Abraham als voorbeeld aan. Met vallen en opstaan heeft Abraham het verbond tussen hem en Yahweh leren kennen.. In zijn beleving had Yahweh hem een belofte gedaan. Zijn nageslacht zou een zoveel zijn als er sterren in de hemel zijn. Maar hij en zijn vrouw Sarah werden oud. Veel te oud om nog kinderen te kunnen krijgen. Toch gebeurde het. Abraham en Sarah kregen een kind. De toekomst was verzekert. Zo leerde Abraham het geheim van de Ander, die Yahweh heet, kennen
Aan ons dus de vraag, Geloven wij dat God toekomst geeft? Zelfs En zo onze angst om duurzame relaties aan te gaan, te doorbreken? Zijn voor ons, erbarmen en trouw, wezenlijke elementen van onze relatie met anderen en met God?
Jezus in het evangelie verhaal vandaag doet dat wel. De tollenaar Matteüs wordt uitgenodigd om met Jezus mee te gaan. Verbazing alom want Matteüs was een belastingsambtenaar (en belasting innen was een beroep dat synoniem was met oneerlijkheid en uitbuiting). Maar Jezus legt het uit. Matteüs heeft een dokter, een raadsman nodig. En met een vingerwijzing naar anderen merkt Jezus op; “Mij volgen is geenszins vrijblijvend! Maar de wet letterlijk volgen alleen biedt geen houvast. Je inleven, en je gevoel, spelen ook een grote rol. Erbarmen, barmhartigheid en trouw zijn daarin sleutelwoorden.
Wij zijn een familie wanneer wij elkaar kennen – wanneer erbarmen, barmhartigheid en trouw de sleutelwoorden zijn voor ons die zeggen “elkaar te kennen”. Dan komen wij een heel eind met elkaar, en zullen wij verrast zijn dat bij teleurstelling, pijn, verdriet, en verraad wij deze te boven kunnen komen. Ja dat hoop en God groter is dan wij kunnen met ons “kennen” kunnen vermoeden..
En daarop zeg ik met u, Amen. Zo is het. Amen.