Verkondiging op 15 juni 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg.

1e lezing: Exodus 19,2-6a
evangelie: Matteüs 9,36-10,8

Pater Jan Haen C.Ss.R.

Ik was afgelopen Vrijdagavond in Amsterdam. Nederland voetbalde tegen Frankrijk. 4-1 werd het. Op straat kwam ik veel enthousiaste feestvierders tegen. Een auto vol Marokkanen stopte naast mij een deelde mij enthousiast mee – Hup, Holland hup, Nederland nummer een. Wat een verbondenheid. Hoe innig was die verbondenheid? Weet ik niet. Maar uitbundig was de verbondenheid wel.
Innige verbondenheid. Wat stelt dat voor. Bent u of ik innig verbonden met iemand, met elkaar – als gemeenschap van gelovigen?
Jezus leeft in innige verbondenheid met God, zijn Vader. Jezus is intens bewogen als hij ziet hoe verloren de mensen kunnen lopen zonder die verbondenheid.
Twaalf leerlingen geeft hij daarom – vanuit verbondenheid met hem – de macht om onreine geesten uit te drijven en ziekten en kwalen te genezen. Kortom om te gaan doen wat Jezus hun heeft voorgeleefd.
Zo gaan de twaalf apostelen op pad. Ze zijn een tijdlang al met Jezus opgetrokken, met hem in verbondenheid geleefd. Ze zijn door hem bezield met nieuwe adem, met nieuwe levensgeest. Jezus heeft hun geleerd hoe mensen in het contact met God weer lucht krijgen en vrij mogen ademen. Nu moeten zij op weg gaan om precies hetzelfde te doen: anderen lucht geven.
Om niets hebben ze dat alles gekregen, om niets moeten ze geven. Hun leven in verbondenheid is een over-en-weer met de mensen om hen heen. Het enige wat ze daarvoor mee moeten nemen is zichzelf en hun verhalen over Jezus; alles wat ze van hem gehoord en gezien hebben. Ze krijgen geen folders mee om deur aan deur te verspreiden, geen catechismus om er het juiste antwoord in op te zoeken. De enige bagage die telt, zijn hun eigen ervaringen met Jezus. Want de boodschap die ze hebben is er één die vanuit het hart verteld moet worden en niet van papier moet worden opgelezen. (sta ik hier met mijn papier). Leven in verbondenheid kun je niet opleggen, dat kun je alleen maar van harte aanbieden.(al gebruik ik daar papier voor, zoals hier). Om dat te doen hebben de apostelen geen geld of goed nodig; ze hoeven er alleen maar te zijn, zelf te laten zien dat een leven vrij van onreine geesten mogelijk is.

Onreine geesten: dat klinkt voor ons vaak duister. Dat zijn ze ook wel. Het zijn duistere, donkere dingen in je leven. Het kan van alles zijn. Iets dat vroeger met je gebeurd is; dat kan een vader zijn die niet zo vaderlijk was, die je beschadigd heeft. Of iemand waarvan je dacht dat het een vriend was die je in de steek liet. Herinneringen van het soort dat in donkere nachten boven komt drijven, gebeurtenissen die je je liever niet herinnert, die je in een donker hokje wegstopt. Weggestopte gebeurtenissen die toch het leven beïnvloeden: omdat je niet meer zomaar iemand durft te vertrouwen, of omdat je jezelf niet meer vertrouwt, jezelf niet voor vol aanziet, Soms zijn het ook gekoesterde herinneringen: heel goed bewaard en vers gehouden, steeds weer erbij gehaald: “Dat kan ik niet, dat durf ik niet , want toen…”Dat zijn de onreine geesten van de binnenkant.

Maar er zijn ook dingen van de buitenkant die onreine geesten kunnen worden; bijvoorbeeld je geld en goed. Die kunnen naar binnen kruipen en al je aandacht en zorg op gaan eisen. In de bijbel heet dat je hart eraan hechten. Je angst dat er dieven zouden kunnen komen. Of dat je huis zou af kunnen branden en wat moet je dan? Dus sluiten we verzekeringen af; de een met een nog betere dekking dan de ander; inboedelverzekering, levensverzekering, reisverzekering, noem maar op.

Onreine geesten zijn al die dingen of ze nu van buiten of van binnen komen, die je vasthouden, die je bezet houden. Je hebt geen macht over onreine geesten als je ze wegstopt, als het je lukt om te negeren dat ze er zijn. Want als er geen lucht en geen licht bij komt gaan ze etteren en wordt het steeds erger. Macht over onreine geesten heb je alleen als je ze los kunt laten en je onder ogen durft te zien dat ze er zijn. Macht heb je over onreine geesten als je er licht op laat vallen. Dan krijg je weer lucht, adem, levensgeest om op pad te kunnen gaan. Om op jouw beurt de verbondenheid die je om niet ontving om níet te gaan geven.

De apostelen zijn alleen of in groepjes door Jezus geroepen, nu worden ze samen op weg gestuurd. Dat is niet toevallig. Geloven is niet alleen iets tussen God en jou, daar horen je medemensen bij. Dezelfde God die jou vrij wil maken van wat je vasthoudt, de God die jou in beweging laat komen, die wil datzelfde voor al zijn mensen. Niet ieder voor zich, elk met je eigen privè-geloof, maar samen, zodat wij elkaar steun kunnen geven, elkaar kunnen helpen om de boodschap levend te houden. Dan kun jij de ander waarschuwen als hij weer vast dreigt te raken en dan mag je erop vertrouwen dat de ander jou waarschuwt. Op weg gaan in Gods naam, in Jezus’ naam, dat doe je met reisgenoten.
Met de twaalf is Jezus begonnen mensen uit te zenden. Dat is geen voltooid verleden tijd, dat doet Hij nog steeds. In de geest van Jezus leven geeft nog steeds een bepaald soort macht over onreine geesten, over de dingen die jou en mij vast kunnen houden. Leven in verbondenheid, in de liefde van God, kan mensen nog steeds vrij maken. En nog steeds moet de kern van de blijde boodschap uit het hart komen en, met alles wat je bent, worden voorgeleefd. Al het andere, kerkgebouw en catechismus, dat is onze stok om het gaan, wat makkelijker te maken. De liefde van God voor zijn mensen verkondigen, mensen bewegen zich om te keren tot God, dat kan uiteindelijk alleen als we die liefde zelf ook uitstralen en in verbondenheid samen gestalte geven. Daarvoor bidden wij. Amen.