Verkondiging op zondag 10 augustus 2008, Negentiende zondag door het jaar, in de Laurentiuskerk te Weesp

1e lezing: 1 Kon. 19, 9a + 11-13a
evangelie: Mt. 14, 22-33

Beste mensen,

Vandaag in het evangelie horen wij een mooi verhaal - van heel lang geleden - over de wonderlijke tussenkomst van Jezus bij de redding van Petrus tijdens een hevige storm op het meer van Galilea.

Je kunt nu natuurlijk reageren: "Is dat nu ècht op die manier gebeurd?" En dan nòg: "Wat hebben wij daar nu nog aan?" Want ja: er is toch niemand die zal de denken dat Jezus in noodweer op het water naar je toe zal komen lopen, om je te redden van een verdrinkingsdood? Dus toch maar gewoon een verhaal, waar wij eigenlijk niets aan hebben? Alleen maar een wonderverhaal uit de oudheid? Als dit verhaal voor óns (in 2008) niets "anders" betekent: dàn is het toch geen Blijde Boodschap voor ons?

Dàt kan natuurlijk Matteüs niet bedoeld hebben: "alleen maar een mooi verhaaltje vertellen". Hij wil echt iets verkondigen waar de mensen van-alle-tijden troost en bemoediging uit kunnen putten. Het evangelieverhaal bevat namelijk ook stukken uit ons eigen leven.

Matteüs vertelt dat de avond viel. Dus het donker van de nacht breekt aan. Duisternis is het deel van Jezus' leerlingen. Ze zien geen licht meer in hun nood. Maar een paar zinnen verder loopt het "tegen de morgen": er breekt dus weer licht aan, waarin Jezus verschijnt. En Hij zegt: "Weest niet bang. Ik laat je niet in de steek!"

Die situatie van Jezus' leerlingen kan vaak ook onze situatie zijn: als wij als het ware in duisternis verkeren, waarin alles ons tegen zit. Wij krijgen allemaal onze portie daarvan op ons bord. Wanneer wij bijvoorbeeld rouwen omdat een dierbare ons ontvallen is, - omdat wij geen uitweg meer vinden uit onze moeilijkheden, - omdat er maar steeds weer nieuwe moeilijkheden opduiken.

Een zegen is het dan als je mensen kent bij wie je terecht kunt, die naar je kunnen luisteren, en met je meeleven. Dat zijn mensen die - net als Jezus - tegen jou kunnen zeggen: "Kom maar…!" Misschien moet je daarvoor ook zelf als het ware "uit je boot stappen". Dat wil zeggen: niet krampachtig blijven vastzitten aan alles wat er gebeurd is. Je moet durven vertrouwen dat er dikwijls mensen zijn die jou willen helpen, die naar jou hun hand willen uitsteken.

Als christen breng je dat ook in je gebeden naar voren. Je spreekt dan je angst, je ellende, ook tegen Jezus zelf uit. En werkelijk, dan kunnen wij vaak ervaren dat Jezus lééft in medemensen - van wie wij het vaak niet eens verwachten - die hun hand aan je reiken. Niet dat de storm van tegenwind meteen gaat liggen, maar het wordt tòch anders. Er breekt licht door.

Dat bootje met vissers is ook vaak het symbool van de kerk, die soms stormachtige periodes doormaakt. Zo'n tijd met zwaar weer maken wij nu óók door. Velen zijn pessimistisch en vragen zich af waar het naar toe moet. Ergens blijft de persoon van Jezus werken. Ergens klinkt zijn stem: "Kom, ga verder, vertrouw ook deze periode van de geschiedenis." Net als Petrus in het evangelieverhaal. Die hoorde de stem, stapte pardoes over boord, maar… kwam meteen in een nog angstiger situatie terecht. Hij dreigde te verdrinken.

Zo dreigen ook wij - als kerk - te verdrinken. En… dan tóch: juist door die donkere uren en tijden heen, blijven we uitzien naar een nieuwe doorbraak: naar fris, nieuw en jong geloof, een eerlijke enthousiaste beleving van geloof. En… als je goed kijkt, zie je in onze tijd nieuwe bewegingen, kernen van nieuw elan. Ikzelf heb daar veel vertrouwen in: ook al moet er dan nog veel veranderen in de kerk die nu nog vaak op macht en gezag het scheepje in de vaart denkt te houden.

Neen, ik zie liever de wenkende Jezus die zegt: "komt allen tot Mij, wie en wat je ook bent. En ik zal je verlichten." Bij de communie straks staan we met uitgestoken hand. Ik zie daarin ook een gebaar, een vraag om contact met Jezus, een verlangen naar een hand die jou vast kan grijpen. Net als in het evangelie gebeurt: "Jezus stak zijn hand uit en greep Petrus vast. "Door de storm heen kwam Petrus weer veilig in de boot en de wind ging liggen. Denkt u daar eens aan, als u straks uw hand uitsteekt. Amen.

Henk Samsom, emerituspastoor