Verkondiging op 24 augustus 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg.
1e lezing: Jes. 22, 19-23 Hoe kijkt U tegen de bijbel aan? Vandaag brengen de lezingen een discussiepunt over de bijbel ter sprake. Petrus doet in de bijbellezing van vandaag een uitermate persoonlijke geloofsbelijdenis. Jezus reageert erop door te zeggen, “Jij Petrus, jij bent de rots waarop de kerk wordt gebouwd.” De traditionele uitleg van deze passage is dat daarmee gezegd is dat de lijn van de paus, die de opvolger van Petrus is, precies hetzelfde is – de rots waarop de kerk zich voortbouwt. Wat gebonden is op aarde, ook in de hemel gebonden is. Wat de paus zegt dat is het dan. Toch – daarmee is niet alles gezegd. Wat deze woorden betreft. Karen Armstrong is een specialist op het gebied van monotheïstische godsdiensten, met name van het jodendom, het christendom en de islam. In haar recente boek, “de Bijbel” komt zij tot twee zeer hoopgevende conclusies. De eerste conclusie is: de bijbel biedt geen eenduidig antwoord. De bijbel is immers geen boek, maar een bibliotheek, een verzameling boeken die een periode van meer dan duizend jaar bestrijkt. Haar tweede conclusie is – de bijbel staat niet aan de kant van de machthebbers. Deze twee conclusies moeten we in gedachte houden als we vandaag de verhalen horen over twee mensen in sleutelposities: Shebna, de overste van de tempel en de apostel Petrus. Shebna, in het Assyrische tijdperk, is door de mand gevallen. Hij was corrupt. Hij kon de verantwoordelijkheid die hem was toevertrouwd niet aan. Hij gebruikte zijn macht om zijn eigen positie en invloed uit te breiden voor zichzelf. Zelf-verrijking. In plaats van voor Jerusalem en Juda te zorgen . Hij was een zakkenvuller. Zijn politiek was pro-Assyrisch tot schande van elke weldenkende jood. Dat heeft Shebna geweten – het volk oordeelde hem naar zijn daden en vond hem te licht, al had hij een sleutelpositie. Eliakim moest hem opvolgen. En Eliakim krijgt het symbolische teken van de macht in handen: de sleutel. “De sleutel van David’s huis zal ik op zijn schouder leggen” zo spreekt de Heer, “en als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit zal niemand opendoen.” Het is naar deze sleutel dat Jezus verwijst wanneer hij Petrus de sleutels van het rijk der hemelen toevertrouwt. Petrus is een impulsieve kerel. Is Petrus sterk genoeg om de last van de verantwoordelijkheid op zich te nemen? In de ogen van Jezus blijkbaar wel, want Petrus krijgt in die begintijd, de sleutel van het rijk der hemelen. Hij mag binden en ontbinden. En om deze functie meer gewicht te geven, geeft Jezus aan Simon de bijnaam Petrus, Rots. De ondergrond voor wat later de kerk zal zijn. Kijk, wat was er gebeurd? Jezus had zijn leerlingen vlot allerlei meningen over Hem op tafel laten leggen, en toen kwam opeens de regelrechte persoonlijke uitdaging: “Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?” Op zo’n vraag kun je niet klakkeloos nazeggen wat je van anderen hoort; je kunt je niet meer verschuilen achter de meningen van anderen, druk meepratend en tegelijk veilig buiten schot blijven. Je moet wel kleur bekennen. Het is Petrus die de uitdaging aanneemt. Hij begint. Hij zegt dan woorden , waarvan hij zichzelf verbaasd afgevraagd zal hebben: waar haal ik die eigenlijk vandaan? “Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God.” zegt hij. Jezus laat heel duidelijk merken, dat Petrus boven zichzelf uitgetild wordt, maar dat weerhoudt hem er niet van om deze man “Rots” te noemen. Steenrots. Fundament voor de kerk. Die uitspraak ligt helemaal in het verlengde van de messiaanse boodschap van Jezus. Jezus is namelijk de Messias, de Christus, de Gezalfde. Op deze opvatting steunt het christelijke geloof. In het Jodendom wezen velen Jezus als Messias af. De groep aanhangers van rabbi Jezus van Nazareth zagen in hun leermeester wel de Messias. Ze vormden ook na zijn dood een gemeenschap die in de ogen van de joden als een sekte uitgroeide tot een nieuwe religie, een kerk. Op de straffe uitspraak van Petrus, die Matteüs in zijn evangelieverhaal beschrijft als een geloofbelijdenis, antwoordt Jezus met een zaligspreking. Hij prijst Simon Petrus gelukkig omdat de inhoud van zijn belijdenis niet werd ingegeven door deze aan zwakte en dwaling en twijfel onderhevige mens zelf, maar door een openbaring van de hemelse Vader. Volgende week zullen we horen hoe Jezus dezelfde Petrus, die Hij vandaag zo geprezen heeft, streng terecht wijst. We weten ook hoe na het eerste apostelconcilie in Jeruzalem, de apostel Paulus moet ingrijpen omdat Petrus in de praktijk toch wel wat moeite had met de beslissingen van dat concilie. Maar vandaag zegt Jezus: “Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.. ik zal u sleutels geven van het rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn” Jezus staat niet aan de kant van de machthebbers: Hij vertrouwt de voortzetting van zijn taak toe aan een eenvoudige visser, Simon Petrus. Zo staat het er– zonder het vergrootglas van wat wij de “kerkgeschiedenis” noemen. Niet aan machthebbers, maar aan gewone mensen, mensen zoals Petrus is de kerk toevertrouwd. Mensen die met hart en ziel belijden, “Gij Jezus, Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God.” Om dat met hart en ziel te blijven zeggen zijn wij hier samen vandaag. Amen. Pater Jan Haen C.Ss.R. |