Verkondiging op 31 augustus 2008 in de Laurentiuskerk te Weesp.
Vanwege 166 jaar (55 jaar priester, 30 jaar in Weesp en 81 jaar oud)
Jesaja 35
Johannes 15, 9-17
Het is vandaag precies 39 jaar geleden dat ik zelf priester gewijd werd. Maar daarin verschil ik dan ook
van
pastor Henk Samsom die 55 jaar geleden priester gewijd werd, en nu al 81 jaar oud is, en 30 jaar bij ons in Weesp woont. Hij, Henk die onder ons is, is gewoon niet weg te denken. En waarom niet? Omdat Henk, Henk is. Wat wil ik daarmee zeggen? Nou
dat zal ik proberen uit te leggen.
Ik heb twintig van de dertig jaar dat Henk in Weesp is, meegemaakt. Wij zijn beiden priester. Dat is Jan Divendal die naast hem zit ook, om Anton Overmars onze huidige pastoor niet te vergeten. Priester zijn betekent dat wij gewijde ambtsgenoten zijn in dienst van een twee duizend jaar oud en ingewikkeld instituut – de Rooms Katholieke Kerk. –
een instituut dat zegt in dienst te staan van de ene, eeuwige God, geopenbaard in en door de persoon van Jezus de Christus.
Toen pastor Henk in dienst trad, en begon aan zijn studies ter voorbereiding van de priesterwijding, was God een vanzelfsprekendheid, en de kerk een algemeen aanvaard instrument in dienst van deze God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
De tijden zijn veranderd. God is niet meer zo vanzelfsprekend aanwezig in het leven, noch
in het openbare, noch privé. Voor sommige mensen is dat nog wel het geval, maar voor heel veel mensen niet. Deze omwenteling in kerk en geloofsbeleving heeft
pastor Henk bewust meegemaakt. Het heeft hem niet het priesterschap, het kerkelijk ambt doen verlaten
uit teleurstelling met zoveel dat binnen het instituut kerk frustrerend werkte. Nee, hij heeft heel soepel gehandeld. Zijn focus was en is, de mens. De priester gaat voor in vieringen, doopt, zegent huwelijken
in, vergeeft zonden, zalft de zieken, en begraaft mensen. Hij bestuurt kerkgemeenschappen, parochies, clubs, verenigingen. Hij preekt, hij geeft uitleg aan de bijbel en geloofszaken. En gaat met eerbied om in geloofs- en zorgvragen. Dat alles heeft
pastor Henk gedaan, met een verbluffende vanzelfsprekendheid.
Let op – niet met een zelfgenoegzaamheid, maar met een vanzelfsprekendheid die hem eigen is.
Van waar die vanzelfsprekendheid?
Ik denk dat wij die moeten zoeken in de woorden van de lezingen die hij voor deze gelegenheid gekozen heeft.
Neem de woorden van de profeet Jesaja: “Laat de woestijn en het dorre land zich verheugen, de wildernis jubelen en bloeien…Zegt tot allen die radeloos zijn: houdt moed, weest niet bang, hier is uw God.”
We hebben ze gezongen in de verwoording van Huub Oosterhuis in zijn lied “de Steppe zal bloeien.”
Zo zal het gebeuren, maak je geen zorgen, niet bang zijn, hier is uw God – en dan ging hij niet uitgebreid over God praten, filosofisch, theologisch, met grote geleerdheid, maar liet merken dat wie je ook bent, je er
mag zijn zoals je bent. Natuurlijk mag je gedoopt worden: wanneer komt het goed uit? Natuurlijk ga je gewoon ter communie, en maak je geen zorgen of dat nu wel of niet mag, of je wel of niet welkom bent. De kerkelijke regels hebben allemaal hun betekenis en geschiedenis, maar jij, jij mens, staat voorop – jij man, vrouw, kind, met jouw eigen naam, die geschreven staat in de palm van Gods
hand. Dat geloof en vertrouwen is groot en waarachtig, en aan niets anders ondergeschikt dan de woorden van de evangelielezing van vandaag. Woorden die Jezus sprak:
“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar lief hebt, zoals ik u heb liefgehad….Niet Gij hebt mij uitgekozen, maar ik u en ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend zijn.”
Dit zijn woorden die waar zijn. Je laat ze toe tot je hart – en je wilt niets anders dan te streven ernaar te leven. Of niet. Het zijn woorden van leven die alle opvattingen ten opzichte van godsbegrippen en kerkzaken relativeren, en in perspectief houden. En het mogelijk maken, alle twijfel, angsten en teleurstellingen het hoofd te bieden.
Volgens mij is dit de bron van de vanzelfsprekendheid waarmee pastor Henk al die jaren gehandeld heeft en nog steeds doet. Niet dat hij niet af en toe boos is geweest – zoals wanneer de verwarming in de kerk te laag staat en de mensen die vol vertrouwen naar de kerk komen, in de kou komen. Maar in zijn verkondiging en handelen heb ik altijd kunnen ontdekken dat het hem om de woorden van Jezus gaat:
“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt”. En daar gaat het ons ook om, om het gebod Heb elkander lief.
Laten wij daarom in deze viering met blijdschap dank zeggen aan de Eeuwige voor Henk en voor elkaar zoals we hier zijn.
Amen.
Pater Jan Haen C.Ss.R.
|