Verkondiging op 7 september 2008 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg.
1e lezing: Ez. 33, 7-9 In zijn brief aan de Romeinen herinnert Paulus ons aan de manier waarop de christelijke gemeenschap moet worden opgebouwd. Natuurlijk wisten ze wel dat hiervoor liefde nodig is. Maar toch zit er een addertje onder het gras. Al komt de christen al zijn plichten na op het gebied van gerechtigheid, de plichten van de liefde zullen nooit helemaal zijn volbracht. Ja want Jezus zegt dan wel in het Nieuwe testament: "Heb je naaste lief als jezelf", Hij zegt er nog iets uitdagends bij: "Bemint elkaar, zoals ik u heb liefgehad". Deze liefde is grenzeloos. De liefde voor de ander is het geheim van alle geboden. Het komt erop aan het goede voor ieder mens na te streven. Het oude testament – Heb de ander lief zoals jezelf betekent dat je eerst van jezelf houd om te beseffen hoe je met je naaste moet omgaan. Ik denk dat de meesten van u al eens het volgende hebben meegemaakt. In een gezelschap waarin een goede sfeer heerst, duikt plots iemand op die het beter weet en beweert het besproken onderwerp als goede insider beter te kennen dan de anderen. Hij of zij is als de wachter van wie gesproken word in de bijbel: deze persoon vuurt voortdurend vragen op de anderen af, gedraagt zich als een controleur, als een wachter, claimt ook het alleenrecht om zo te handelen en te oordelen. Helaas gaat door die persoon de essentie van het onderwerp verloren. In plaats van te zorgen voor een goed gezamenlijk overleg, gaat één iemand zich boven de anderen plaatsen en zondert zich zo af in de beslotenheid van het eigen gelijk. Op zo’n moment is het interessant om de reacties van de andere deelnemers aan het gesprek zich te zien ontwikkelen. Wat doen ze? Eerst reageren ze met alle mogelijke argumenten op de ideeën van de “stoorzender”. Als die ene figuur blijft doordrammen, haken ze gaandeweg af en houden hun mond, ‘om de lieve vrede’. Vrede? Lieve vrede”? Er was een vrome jood, een chassidische meester uit de 19e eeuw. Zijn naam Sefat Emet. Hij verwijt de omstanders in zo’n geval dat ze die éne dwarsligger beschouwen als een “student uit de hel”. Ze zouden hem eerder moeten beschouwen als een “student uit de hemel”. Hij is in feite een boodschapper van God, in bijbelse bewoordingen, een `engel’. Die de anderen een belangrijke les komt leren. Misschien dachten de anderen het bij het rechte eind te hebben als liefhebbende en meelevende mensen, maar deze éne persoon leert hen dat allen hun hart nog verder kunnen, meer nog, moeten openen. Ze zouden eigenlijk dankbaar voor hem of haar moeten zijn. Het gaat er in feite om dat we ons vermogen tot medeleven en liefde vergroten. We zitten onszelf echter in de weg. We hebben een ander verweten een wachter te zijn, terwijl wij zelf als wachter tekort schoten. Deze omslag staat als een opdracht in de eerste lezing beschreven. Niemand, ook niet de dwarsligger, die ten onrechte denkt een wachter te zijn, mag aan de verlorenheid prijsgegeven worden, afgeschreven worden. De profeet Ezechiël heeft als wachter de functie te alarmeren en draagt tevens de verantwoordelijkheid voor de levens die aan hem zijn toevertrouwd. Wanneer de wachter verzuimt te waarschuwen, dan wordt hij er zelf voor gestraft, zo lezen we in het boek Ezechiël. Ook in het evangelie staan woorden die op het eerste gezicht heel hard klinken, maar uiteindelijk worden ingegeven door gerechtigheid en liefde. Voor allen die op een of andere manier verantwoordelijkheid dragen in de gemeenschap, brengt de evangelist Matteüs enkele praktische voorschriften bijeen die van Jezus zelf komen. De Kerk is de gemeenschap van de zusters en broeders. Deze gemeenschap heeft als fundament, de aanwezigheid van de Heer. Niemand mag aan de verlorenheid prijsgegeven worden. De mens die zondigt, moet terechtgewezen worden. Jezus zegt: begin met een eenvoudig gesprek tussen twee mensen. Levert dat niets op, dan met twee of drie getuigen erbij. Mocht ook dat niet helpen, dan zal de hele gemeente, de kerk, betrokken worden bij een definitief oordeel en een definitieve beslissing. Het is en blijft echter uitermate belangrijk dat dit alles in liefde gebeurt. Om echt lief te hebben moet je jezelf liefhebben. Maar dan wel met een openheid naar de ander toe, zo zei Erich Fromm al. Liefhebben moet je doen, zoals Christus heeft voorgedaan. De liefde is de vervulling van datgene wat God ten diepste met de wet bedoelt. Liefde tot God is leven uit geloof, liefde tot de ander begint bij de liefde die God gaf. Handelen uit die liefde verandert de wereld omdat deze liefde ook door de ander wordt aangenomen. Amen. Pater Jan Haen C.Ss.R. (met dank aan "Het woord delen"). |