Verkondiging op 14 september 2008 in de Laurentiuskerk te Weesp.
Feest van de Kruisverheffing

1e lezing: Num. 21, 4-9
2e lezing: Fil. 2, 6-11
evangelie: Joh. 3, 13-17

Heeft U ooit de film Spartacus gezien? Ik wel. Het gaat over een slavenopstand in de laatste eeuw voor Christus. Onder leiding van de gevluchte gladiator Spartacus staat een leger van slaven op tegen de macht van Rome. De film eindigt met een eindeloze rij kruisen, langs de weg naar Rome: de straf voor slaven. In dat gezelschap hoorde Jezus blijkbaar thuis: dat van slaven, die zich tegen hun meesters verzetten. Het was een waarschuwing van de Romeinse machthebbers; dit kan je gebeuren, als je je niet voegen wilt; niet wil aanpassen.

Als je erover nadenkt is het tegelijk wel en niet vreemd, dat in het christendom een martelwerktuig tot symbool is geworden voor datgene waar je als gelovige in gelooft. In de achtste eeuw verschijnt langzamerhand het kruis – eerst als een sieraad, een triomfkruis, met goud en edelstenen opgesierd, maar nog zonder lichaam van Christus. De Christus aan het kruis is aanvankelijk een zegevierende, gekroonde Christus, die als het ware als een koning regeert vanaf het hout. Alle nadruk ligt op de verheffing. Pas vanaf de twaalfde eeuw wordt het lijden van de mensenzoon afgebeeld, met als hoogtepunt het Isenheimer altaar van Grünewald uit de zestiende eeuw, waar je net als veel later in de film van Mell Gibson, enkel nog lijden en bloed ontwaard. Soms echter wordt het balkenkruis ook een takkenkruis, een levensboom, die al weer begint uit te lopen met bloeiende takken. Zo wordt het hout van de dood een medicijn voor het leven.

Zoiets gebeurt ook met het symbool van de slang. De meeste mensen hebben het niet zo op die beesten. Eng zijn ze, ze zien er glibberig uit, laag bij de grond. Als ze bijten kun je er aan dood gaan. Maar tegelijk zien we ze op de auto’s van artsen, de slang rond een stok gewikkeld: teken van dood tot teken van hoop. De eerste lezing , van de slang die in de woestijn omhoog geheven wordt, laat ons die overgang zien. Eerst worden de Israëlieten als straf voor hun klagen gebeten door giftige slangen. Vervolgens worden ze genezen wanneer ze opkijken naar de slang op de staak die Mozes in opdracht van God laat maken.

Wat hebben deze beelden ons vandaag nog te zeggen? De leerlingen van Jezus hebben net als dat volk in de woestijn de nodige idealen. De wereld zou anders worden, de toekomst was vol beloften. Maar de aanvankelijke idealen, het visioen van een toekomst vol beloften, maakt langzaam plaats voor onvrede met de bestaande situatie. Er wordt gemopperd, het verleden wordt geďdealiseerd en de leiders doen het nooit goed. Tegen het gif in de samenleving, tegen de onvrede en het onderhuids gekonkel is maar weinig bestand. Waar mensen niet meer positief kunnen of willen denken, waar het minste of geringste verkeerd wordt opgevat, daar gaat een samenleving, een instelling of structuur langzaam ten gronde. Je merkt het aan de achterdocht die ontstaan is na 11 september 2001: christenen en moslims , die altijd redelijk met elkaar leefden, bekijken elkaar op sommige plaatsen met argwaan.

Als Mozes een slang moet oprichten, is dat niet omdat die slang geneest. Maar over die slang heen, worden de slachtoffers als het ware, gedwongen hoger te kijken, hun blik op God te richten en zich niet blind te staren op wat er vlak voor hun voeten ligt: kijk eens wat verder! Het kruis herinnert ons eraan , dat ons grote voorbeeld niet bang was om radicale standpunten in te nemen. Het herinnert ons eraan, dat het niet gaat om te heersen, maar om te dienen. Het herinnert ons eraan, dat wie zegt een volgeling van Jezus te zijn, niet bang moet zijn voor tegenslag of tegenwerking. Je moet vuile handen durven maken, niet in de zin van corruptie, maar dat je aan de kant van de lijdende mens moet durven staan, dat je weet moet hebben van kwaad en ellende, voordat je de ander daaruit kunt verlossen. Zoals een klein beetje gif, bij een inenting, de afweerstoffen stimuleert en het lichaam immuun maakt voor het kwaad. Het symbool van de slang verwijst daar al naar. Als je zelf weet wat het betekent pijn te hebben of op je ziel getrapt, kun je meeleven. Meevoelen met de pijn van de ander. Het kruis wordt zo tot protestteken tegen hen die anderen tot zondebok maken. Maar omdat we dat systeem doorzien, kan de lijdende tot heler worden, wordt de vernederde verheven.

Zo wordt het symbolen van het kwaad, de slang en het kruis tot tekens van hoop. Mensen zeggen achteraf soms: "Mijn ziekte heeft van mij een ander mens gemaakt; de crisis heeft ons dichter bij elkaar gebracht, blijkbaar moest er eerst iets gebeuren, voordat we de situatie goed konden of durfden inschatten". Het kruis blijft ons waarschuwen dat mensen kwetsbaar zijn, maar ook , dat wie dát durft te accepteren, iets van zijn of haar goddelijke oorsprong mag ontdekken; zelfs als je gekruisigd wordt of te lijden hebt., Kruisverheffing wil niet het lijden goedpraten of propageren, integendeel. Maar het laat zien dat lijden niet het laatste woord heeft, dat lijden de toekomst niet afsluit, maar ons die toekomst opnieuw en als nieuw leert beleven. Voor Jezus en zijn kruis zeggen wij dank. Amen

pater Jan Haen C.Ss.R.