Verkondiging op 12 oktober 2008 in de Laurentiuskerk te Weesp.
Acht-en-twintigste zondag door het jaar
1e lezing: Jes. 25, 6-10a
evangelie: Mt. 22, 1-14
Beste mensen,
Wat me in de lezingen van vandaag opvalt, dat is: maaltijd houden. Dat hoor je in de eerste lezing van Jesaja en ook in het
evangelie van Jezus. "Maaltijd houden", dat klinkt nogal plechtig, maar er wordt mee bedoeld: samen lekker eten en drinken
mèt de gezelligheid daarbij. Dus niet: hap, snap, staande, even gauw iets in je mond stoppen, om dan gehaast de deur uit te
gaan. "Maaltijd houden". Het gaat dus over iets plezierigs. Zelfs als wij iemand uitnodigen om "een hapje te komen eten"
zouden wij toch verbaasd staan, en ons zelfs beledigd voelen, als iemand onze uitnodiging al te letterlijk zou nemen, door - na
het voorgerecht - gehaast weer weg te gaan, omdat hij/zij zogenaamd "nog zoveel belangrijk werk te doen heeft".
Het is goed om te beseffen dat het belangrijk is om regelmatig met het gezin -, met vrienden en bekenden, aan tafel te gaan,
en dan de tijd te nemen om naar elkaar te luisteren -, terwijl wij plezierig genieten van hetgeen ons wordt voorgezet. Al zou
het dan nóg zo'n eenvoudige maaltijd zijn: het kan toch een steeds terugkerend feestelijk gevoel geven. Maar op sommige dagen
willen wij natuurlijk extra feestelijk uitpakken. Bijvoorbeeld: op een huwelijksdag.
Als Jezus zoekt naar een situatie om zijn Messiaanse droom van "het Rijk der Hemelen" mee te vergelijken, dan grijpt Hij naar
dit feestelijke aspect. Hij heeft er zèlf meermalen van genoten, bijvoorbeeld wanneer Hij als gast bij een bruiloft werd
uitgenodigd. Als Hij dan iets kon bijdragen om het feestelijke gevoel nog wat te vergroten, zou Hij dat zeker niet nalaten.
Denk maar eens aan de bruiloft in Kana.
Jezus ziet "het Rijk der Hemelen" als een voortdurend feest. Vandaag brengt Hij ons met zijn gelijkenis in de feestzaal van
een koning, die voor zijn zoon een bruiloftsmaal aanricht. Een unieke en grootse gebeurtenis. De uitnodiging voor zo'n feest
is een bijzondere eer, en je zou zeggen dat daarvoor bij de genodigden alle andere afspraken en verplichtingen opzij gaan.
Maar het tegendeel is het geval: de een na de ander zegt af. De meeste genodigden hebben zogenaamd iets belangrijks te doen.
En de overigen doen helemaal iets verbijsterends: zij mishandelen en doden de dienaren van de koning, die de uitnodiging van
de koning aan hen overhandigden.
Dit klinkt natuurlijk heel vreemd in onze oren. Maar: dan mogen wij niet vergeten dat Jezus deze vergelijking vertelt aan
de hogepriesters en de belangrijksten van het volk, die zich door Jezus niets lieten gezeggen, omdat zij alles beter zouden
weten. Zij begrepen denkelijk dat Jezus met zijn verhaal over de genodigden die allemaal afzegden henzelf bedoelden: dat zij
degenen waren die Jezus - als boodschapper van de Blijde Boodschap - en ook de andere apostelen - en anderen die Hem zouden
volgen met Jezus' boodschap -, niet wilden aanvaarden en hen allen ter dood wilden brengen.
En dan gaat Jezus in zijn verhaal verder: Namens de koning (daar mogen wij best God in zien) nodigt Jezus mensen uit - die niet
zijn zoals de hogepriesters en de zogenaamde belangrijksten - maar doodgewone mensen die wèl open stonden voor Jezus' boodschap.
Zij gaven graag gehoor aan de uitnodiging, die zij nooit verwacht hadden: deel mogen hebben aan het bruiloftsmaal dat de koning
voor zijn zoon had bereid. Als doodgewone, en onbelangrijke mensen mèt hun fouten en gebreken, waren zij - nota bene door de
koning zelf - belangrijk genoeg geacht voor het koninklijk feestmaal.
Maar ja, hoe zit dat nou met die arme sloeber, die geen deftig pak had? Ik denk dat al die anderen - in het verhaal van Jezus -
degenen zijn die hun best hadden gedaan om hun goede wil te tonen, en dus eigenlijk bekleed waren met oprechte goede bedoelingen
om Jezus te volgen. En dat "die ene" onoprecht "ja" had gezegd: niet om Jezus te volgen, maar om eens te spioneren hoe Jezus
zich vast zou praten in zijn boodschap. Ik zie in die zogenaamde "arme sloeber" méér een agent van "de geheime dienst".
Jezus heeft het immers altijd opgenomen voor kansarme medemensen, al hadden zij hun fouten en gebreken. Als zij maar wilden.
Eigenlijk heeft onze Eucharistieviering vandaag óók trekken van het bruiloftsmaal. De gastheer is Jezus zelf, met de
gave van zijn Woord, van Brood en Wijn. Misschien dat ook ons - op een gegeven moment - de angstige vraag besluipt: "Ben ik
er wel op gekleed? Heb ik wel het feestelijk pak aan dat erbij past? Ik weet dat mijn doordeweekse gedrag ook moet kloppen.
Ik moet eigenlijk in de liefde staan, van minuut tot minuut, met een speciale blik voort de minderbedeelden. Maar mijn
bruiloftskleed is eigenlijk nog lang niet af. Ik ben nog altijd bezig om het te weven, een leven lang."
Maar je kunt wèl zeggen, met de Romeinse hoofdman: "Heer. ik ben niet waardig, maar spreek en ik zal gezond worden." En daarop kun je
vertrouwen, heel gerust…
Henk Samsom, emerituspastoor
|