Verkondiging op 26 oktober 2008 in de Laurentiuskerk te Weesp.

Eerste lezing: Ex 22, 20-26
Evangelie :     Matteüs, 22, 34-40

Broeders en zusters,

Een man, haveloos gekleed, ligt uitgeput op het strand. Een vreemdeling, aangespoeld, uit Afrika. Een bootvluchteling. Meer dood dan levend. Een jonge vrouw nadert hem en buigt zich naar hen over en strekt haar hand naar hem uit. Ze kijkt hem aan, met mededogen, met warmte. "Hoe is het met je? Kan ik wat voor je doen?" Ze legt behoedzaam haar hand op de schouder van de man. Deze mens is een medemens, een mens zoals zij, voor wie ze verantwoordelijkheid voelt. Ze laat haar hart spreken.
Dat tafereel was te zien op een foto in de krant

Het tegenovergestelde is: desinteresse, harteloosheid, ijkoude onverschiliigheid van o.a. woekeraars, drugsdealers en louche wapenhandelaars. Ooit heeft iemand gezegd: "Wanneer het lijden van kinderen en oude mensen ons niet meer raakt, dan is het einde van de beschaving nabij."

Daarom is de liefde een gebod, en zij begint in het hart enleidt tot de daad.

Dit is de zondag van het voornaamste gebod: God liefhebben en de naast als jezelf met geheel je hart, geheel je ziel en geheel je verstand. Je kunt niet zeggen dat je God bemint, als je de naaste niet bemint. Zo nauw zijn deze twee geboden met elkaar verweven.
Ook in de eerste lezing worden we opgeroepen om kwetsbare mensen te steunen, want de ander is zoals jij. Wat de ander overkomt, kan jou ook overkomen. Dit gebod van de liefde is de kern van het Christendom en we worden er regelmatig aan herinnerd. Dat is blijkbaar nodig.

De naaste liefhebben met heel je hart, dat is tegelijk God liefhebben. Met heel je hart, dat wil zeggen: met empathie en compassie. Maar wie is de naaste, die ander? Dat is de mens die wij kunnen zien en kunnen horen en aanraken. Dat kan ook via de televisie of de radio of de krant. De mens die hulp nodig heeft en die op je weg komt. In die ander moeten we ons inleven. We moeten ons indenken dat ons is overkomen wat die ander overkomt. Maar soms is persoonlijk leed zo diep dat we ons dat echt niet kunnen voorstellen. Maar we moeten ons wel laten raken. Empathie, je inleven in de ander, je verdiepen in zijn leven, is luisteren, af en toe misschien iets zeggen of vragen en de ander laten uitspreken. Zijn verhaal in je hart meenemen en laten voelen dat je meeleeft.

Vleiers leven zich niet in, huichelaars evenmin.

Wie empathie heeft, kan ook kritiek op je geven. Ze doen dat voorzichtig, met tact en eerbied. Als ze je berispen en vermanen, voel je dat je niet afgeschreven wordt, maar dat je aanvaard wordt mét je kwade kanten. Mensen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk en die jou willen vormen naar hun model, doen je onrecht.

Maar stel je voor dat je alles of bijna alles verkeerd doet, dan nog zal iemand die zich inleeft in jouw situatie je neit wegwerpen als een onbruikbaar instrument. Je voelt dat je een plaats hebt in het hart van de ander en dat je een nieuwe kans krijgt. Dat is liefhebben met het hart.

Dat is moeilijk. We zien dat in de betrekkingen tussen twee mensen. Maar ook tussen de volken en de rassen. Maar we kunnen het oefenen. We kunnen kijken naar anderen die de gave van het inlevingsvermogen bezitten. We kunnen ook leren hoe het niet moet, van mensen die ongezouten en soms en plein public de waarheid zeggen en de huid vol schelden, hoewel...hoewel dat wel eens een uiterste middel kan zijn om de lucht te klaren, maar nooit om de ander te vernederen. Het moet altijd gaan om het welzijn van de ander, zonder venijn in het hart.

Dan kan er een sfeer ontstaan waarin dialoog past, waar beide partijen van elkaar leren, de ene mens van de andere, het ene volk van het andere. Dat is de weg naar vrede, en die begint in het hart en tussen twee mensen.

Ik zag nog een foto in de krant. Een oude man op de vlucht uit een verwoeste stad. Hij steunt met zijn rechterhand op een stok. Aan zijn linkerarm plastic tassen met spullen, onmisbare dingen. Zorg tekent zijn trekken. En op zijn rug draagt hij zijn vrouw die haar armen om zijn hals heeft geslagen. Ze hebben alles verloren. Ze hebben alleen elkaar nog. En ze houden elkaar vast, met hun handen en met geheel hun hart.

We worden opgeroepen het gebod van de liefde van harte te vervullen. Jezus, die ons daartoe uitnodigt, heeft het zelf voorgeleefd.

Amen

Liefde, verschijn

O, Uw gebod:

te houden van een steeds verborgen,
een nooit geziene God
die ver, ver weg voor ons zou zorgen.

Of u moest hem
werkelijk maken in ons midden
met zijn gelaat en met zijn stem
in al, uw eigen doen en bidden.

Breng hem nabij
zoals hij waar is in uw ogen:
als vader, Heer, van mij,
met al zijn liefde en mededogen.

En laat mij zien
hoe ik mijn liefde aan hem zou geven
wanneer ik al mijn naasten dien
als kostbaar leven van zijn leven.

Liefde, verschijn
in mensen van zijn welbehagen,
en onze God zal zichtbaar zijn
nu en vandaag en alle dagen,

Michel van der Plas