Verkondiging op 9 november 2008 in de Boskapel te Muiderberg.

Eerste lezing :   Ezechiël 47, 1-2.8-9.12
Tweede lezing: 1 Korintiërs 3, 9b-11.6-17
Evangelie :       Johannes 2, 13-22

Beste mensen,

Wanneer je in Lourdes komt, of in een ander bedevaartsoord, dan kan het je niet ontgaan dat er veel handel wordt gedreven in vrome souvenirs. En in het Heilig Land is het daarmee zeker niet anders gesteld rondom de plaatsen die wij tegenkomen in de verhalen van Jezus' leven. Je kunt daar echt akelig worden van al die opdringerige kooplieden. Net zoals Jezus in de tempel, kunnen ook wij dan denken: "Jullie maken van dit heiligdom een markthal!"

Ja, Jezus in de tempel ziet daar de verkopers druk bezig met hun handel, die betaald moest worden met apart zogenaamd "tempelgeld". Om dat aparte geld in handen te krijgen, moesten de bezoekers hun eigen geld eerst omwisselen bij de geldwisselaars, die daarvoor een veel te hoge wisselkoers rekenden. De armen konden daardoor hooguit een duif kopen, óók voor te veel geld. Maar voor de hogepriesters betekende het ontvangen geld een oneerlijke verhoging van hun inkomen. Hun kostje, èn dat van de handelaars - in dienst bij de tempel - werd overvloedig veilig gesteld, ten koste van de bestolen gelovigen.

Het is niet te verwonderen dat Jezus - die het juist altijd opnam voor de kleinen en geringen - verschrikkelijk kwaad werd. De waargenomen praktijken in de tempel droegen niet bij aan de gerechtigheid. Integendeel! In Jezus' ogen moest de tempel een plaats zijn zoals Ezechiël die beschreef (eerste lezing). Dus: als een bron van "levend water". Planten, dieren en mensen moeten daardoor tot leven komen, tot een goed en gezond leven. Een bezoek aan de tempel moest iedereen gelukkig maken, zoals de Vader dit bedoeld heeft. Zoals trouwens alle goede vaders en moeders dit met hun kinderen vóór hebben.

Jezus - die zijn Vader gestalte wilde geven in daden van liefde - maakt ons duidelijk dat de mens zelf de gave is die God van ons verwacht. Geen lammeren en runderen vraagt God van ons, maar dat wij onszelf geven zoals Jezus zichzelf gaf. Jezus is zelf het lam dat geslacht wordt, want Hij gaf zijn leven voor zijn naasten. Jezelf inzetten net als Jezus, dát is de ware eredienst die God van ons vraagt. Daarom houdt onze eredienst niet op als deze viering is afgelopen. In de ruimte van ons alledaags bestaan krijgen uiteindelijk de woorden van God handen en voeten. Zo wordt de ware eredienst in Gods naam waarlijk mensendienst. Is dat niet te veel gevraagd? Kunnen we dat wel? "Ja, dat kunnen jullie," roept Paulus ons toe (tweede lezing): jullie zijn Gods tempel, zijn heiligdom! De Geest van God woont in jullie.

Als dat zo is, dan moet het toch lukken om samen te bouwen aan een wereld van vrede en gerechtigheid, waar het goed is om te leven voor alle medemensen rondom ons, met onze zorg voor de dieren, de vogels, de planten. De zorg dus voor de schepping en de schepselen. Gelukkig zien wij al dat veel mensen de moed niet opgeven als zij het niet alléén voor elkaar kunnen krijgen. Als "mensen van goede wil" zich stuk voor stuk inzetten, dan maken al die goede mensen (die toch nog altijd onvolmaakt zijn ) samen een machtige eenheid. Het is ongeveer als bij een legpuzzel: je weet hoe het moet worden. Maar hij bestaat uit allemaal losse stukjes: dat zijn wij. Maar als wij het voor elkaar zouden krijgen om onze eigen plaats in die puzzel te vinden, met al die andere "mensen van goede wil" die óók hun plaats vinden om ons heen, dan kan tenslotte iets heel moois ontstaan. Ik denk - als wij geloven dat het kan (omdat wij het niet alleen hoeven te doen) - dat wij méér kunnen bereiken dan wij ooit gedacht hadden.

Zoals bij iedere puzzelaar (bij een grote legpuzzel) heel veel geduld nodig is om alle stukjes goed in en aan elkaar te krijgen, zo is het ook met ons streven om een gelovige eenheid te vormen, waarin ieder - met eigen mogelijkheden - zich inzet voor een betere wereld. Wij zullen waarschijnlijk die mooie puzzel niet geheel klaar zien komen. Maar als ons stukje al vast maar op de goede plaats ligt, dan kunnen wij misschien de contouren al zien van datgene waarin Jezus ons is voorgegaan. En hopelijk kunnen degenen die na ons komen gestalte geven aan het resultaat: een wereld waar eindelijk - na alle narigheid en ellende - de vrede en het geluk een plaats vinden: een plaats waar Jezus zich thuis kan voelen, een plaats waar mensen elkaar respecteren en behulpzaam zijn.

Waarschijnlijk is die grote puzzel een te zware opdracht. Maar dan is een kleinere puzzel (onze eigen omgeving) toch ook al heel wat om op te lossen.

Met Jezus' hulp - die wij ook hopelijk hier in deze kapel vinden:

Yes we can!

H. Samsom, emerituspastoor