Verkondiging op de Eerste kerstdag in de Boskapel te Muiderberg - 25 december 2008.

1e lezing : Jesaja 52, 7-10
2e lezing : Hebreeën 1.1-6
Evangelie: Johannes 1, 1-18

Beste mensen,

De verhalen - die wij deze ochtend horen - verschillen wel erg veel van de verhalen over Maria, Jozef, de baby Jezus in de stal, de engelen en de herders: zoals wij de verhalen van de Nachtmis horen. Die verhalen kunnen ons vertederen. Die verhalen vinden wij uitgebeeld in onze kerststalletjes, en in de liederen die wij zingen. Maar niet in de lezingen van deze Dagmis, nog wèl gelukkig (zult u misschien denken) in de bekende liederen.

Vandaag denken wij na over "het ware Licht, dat iedere mens verlicht". Bestaat dat: het ware Licht? Een Licht waaraan je je eigen leven kunt toetsen, je eigen waarachtigheid, je vermogen om lief te hebben: een Licht waaraan je de kwaliteit van je leven kunt toetsen; een Licht dat ons leven uitzicht geeft en betekenis: wat we ook meemaken. Een Licht dat onze duisternissen lichter kan maken, waardoor wij weer wat zicht krijgen op een betere toekomst.

Dat mensen door licht worden aangetrokken, blijkt wel uit het feit dat wij in deze tijd volop licht zien - in winkels -, in onze huizen -, in onze straten. Licht van allerlei soort en ook: lichtjes in de kerstboom, op onze tafels, voor onze ramen. Wij verlangen echt naar "licht in de duisternis". Al die verlichting maakt ons blij. Het kan gewoon niet "licht genoeg" zijn. Maar na enige tijd wordt al die verlichting weer opgeborgen. Bestaat er dan geen licht dat blijvend is? Licht dat ons altijd bij kan blijven? Licht dat ons - door het hele leven heen - niet meer verlaat? Want dat is toch het ware Licht!

De evangelist Johannes vertelt ons in zijn evangelie dat Jezus als "dat ware Licht" aan ons is gegeven. Hij betekent al een lichtpunt in het zware bestaan van de herders die naar de stal kwamen. Waarom? Omdat zij tot de conclusie kwamen dat het kleine kind in de kribbe een geschenk was van God, die Jezus bestemd had om Gods liefde, goedheid, vergevingsgezindheid gestalte te geven: vooral ook dat God aan de zijde staat van mensen die hun eigen kleinheid kennen, en "van goede wil" zijn. En Jezus heeft dit inderdaad - in zijn volwassen leven - voor méér dan 100 % waar gemaakt. Hoevelen heeft Hij niet blij kunnen maken: vaak mensen die door hun medemensen niet als "belangrijk" werden beschouwd. Na een ontmoeting met Jezus wisten zij het: "Voor Hem tel ik mee! Voor Hem mag ik zijn wie ik ben en zoals ik ben, hetero, homo, en noem maar op. Zijn woorden zijn het Woord van God! Het Woord van God klinkt tot ons als Jezus spreekt. De liefde van God zien wij als Jezus liefde schenkt.

Het verhaal van Lucas (het evangelie van de stal en de herders) zou nooit geschreven zijn als Lucas geen weet had gehad van Jezus' leven als volwassen weldoener van de mensen. Lucas wist dat Jezus door God gezonden was, en dáárom schreef hij zijn kerstverhaal. Johannes ging vooral schrijven omdat dat kindje zo belangrijk was geworden. Paulus (2e lezing) zegt over Jezus: "God heeft tot ons gesproken door de Zoon, die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat." En Jesaja - die lange tijd vóór Jezus' komst leefde - had al een droom over Jezus' leven als hij zegt (1ste lezing): "Hoe lieflijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt brengen, die zegt tot Sion ( en dus ook tot ons): uw God regeert."

Hoe mooi kwam zijn droom uit! Jezus heeft zo'n uitstraling, zo'n ontwapenende manier van leven, zo'n barmhartige manier van omgaan met mensen, dat de omstanders zeiden: dat is niet zo maar een mens, dat is zó zuiver leven. Dat is God! In Zijn manier van leven wordt God voor ons zichtbaar, èn herkenbaar.

Daarom ook is Zijn komst in onze wereld: een zalig Kerstfeest, en kunnen wij dankzij Hem een gelukkig mens zijn. Geluk is dan: de evaring dat je leven er toe doet, dat je zelf óók een licht mag èn kan zijn voor een ander, een lichtpunt in de oppervlakkige glitter van onze wereld, een baken voor een ander, een beetje "een goede herder" naar zijn beeld. Want zoals God "Jezus-als-mens" wilde gebruiken om de mensen te laten weten wat "God wil", zo mogen ook wij zulke getuigen zijn, door onze manier van leven: in Jezus' geest. Vooral dus door onze mede-menselijkheid.

Wijzelf zijn blij als wij (in moeilijkheden bijvoorbeeld) zulke mensen mogen ontmeten. Maar anderen zijn blij als zij - in hun moeilijkheden - in ons iets ontdekken van Jezus' goedheid en liefde. Jezus is geboren in een stal. Maar hopelijk zal Hij blijvend leven in ons. Dus:

Zalig Kerstfeest!

Henk Samsom, emerituspastoor