Verkondiging op de Tweede zondag door het jaar in de Boskapel te Muiderberg - 18 januari 2009.
1 Samuel 3, 3b-10.19 Als ik wel eens naar gesprekken luister op de televisie (bijvoorbeeld Pauw en Witteman) , dan erger ik mij vaak aan het gebrek aan luistervermogen bij diverse deelnemers aan dat programma, en óók bij Pauw en Witteman zelf. Hoe zelden laten zij iemand echt uitspreken, zodat hij/zij echt zijn/haar verhaal kan doen. Vaak is dat verhaal zinvoller dan al die op- en aanmerkingen tussendoor. Pas als je iemand laat uitspreken, kan je daar goed op reageren. Tenzij natuurlijk de spreker duidelijk onzin uitkraamt. Maar velen vinden alleen maar hun eigen ideeën belangrijk en kunnen dus nooit erkennen dat die ander óók wel eens gelijk zou kunnen hebben. God gebruikt óók mensen die namens Hem spreken. Dat hoeven niet persé mannen te zijn., en evenmin alleen priesters. Uit de historie van de Kerk blijkt, dat ook vrouwen een belangrijke rol in de geloofsgemeenschap speelden èn nog spelen. En ook mannen die géén priester zijn. Natuurlijk is dat niet te verwonderen, want Jezus' Geest is ook aan hen meegedeeld, óók aan u/jullie die hier aanwezig bent. Gewone mensen uit je omgeving kunnen door hun troost en hun liefde Jezus vertegenwoordigen, en dus ook God. In die gewone mensen lééft Jezus, met zijn blijde boodschap, die zij dus vanzelfsprekend uitdragen. Want "waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over". En dat zijn dan niet alléén maar "woorden", maar liefdevolle woorden waarmee liefdevolle daden samengaan. Ook "luisteren" naar zulke mensen is een vorm van dienen. Soms hebben bepaalde hoogverheven personen in de hiërarchie de titel "Dienaar van de dienaren van God". Zij zouden dus op de hoogst mogelijke manier moeten luisteren naar de gelovigen die iets uitdragen van Jezus' liefdevolle houding en gedrag. Maar te vaak is dat helaas niet het geval. De hogepriester Eli lag te slapen in het heiligdom van de Heer, waar de ark van God stond (1ste lezing) en het kind Samuel lag in een andere kamer van het heiligdom te slapen. Als Samuel een stem hoort van iemand die hem met zijn naam noemt, denkt hij natuurlijk dat Eli hem roept. Want dát was zijn meester. En dát moest dus ook de spreker zijn. Maar na enige tijd moest Eli ontdekken dat God misschien wel degene was die zich tot dit kind richtte, buiten hem om. Dat dit mogelijk zou zijn: dáár had hij absoluut nooit rekening mee gehouden. Onthullend en beschamend voor hem. Als wij het hele verhaal zouden lezen over Eli en Samuel, dan ontdekken wij dat dit verhaal begon met "de jonge Samuel hielp bij de eredienst". Maar het verhaal eindigt met de woorden: "de Heer bleef te Silo verschijnen en maakte zich daar aan Samuel bekend door het woord tot hem te richten." Zo ging het eigenlijk óók bij Johannes de Doper: hij was de leermeester over God. Maar toen Jezus verscheen, wees hij af van zichzelf en verkondigde aan zijn leerlingen: "Ziedaar het Lam Gods". Twee van zijn leerlingen horen dat en gaan naar Jezus. Zij verlaten dus hun meester en sluiten zich bij Jezus aan, die hen uitnodigt om Hem te volgen. Na lange tijd - waarin Jezus vertelde wat Hem beweegt, wat zijn visie - zijn blijde boodschap - inhoudt, raken zij enthousiast en brengen via-via de eerste leerlingen van Jezus bijeen. Allemaal doodgewone mensen. Zij zijn gaan zien dat Jezus' woord: "Wie Mij ziet, ziet de Vader" een vreugdevol woord is. Want ja, zij wilden allemaal wel de Vader zien. Maar zij zagen Hem nooit. En nu: in Jezus kunnen zij zien hoe God is, hoe God denkt, hoe God van alle mensen houdt (hoe of wat zij ook zijn), hoe God steeds weer nieuwe kansen biedt, hoe God nooit iets gebiedt wat de mens niet kan opbrengen, hoe God dus de mens altijd tot troost is. En zó wil ik ook graag in Jezus zien waaraan ik me moet houden, omdat Hij gestalte geeft aan God. Als wij allen in Jezus ons voorbeeld zien, dan is er geen enkele reden om nog angstig te vragen: "Hoe denkt God nu over mij." Of welke andere moeilijke vraag. Wij hebben dan een blij geloof. Jezus wilde iedereen van goede wil erbij halen en níét afstoten. Wie denkt dat machthebbers wèl mensen mogen afstoten, heeft ongelijk. Jezus heeft ons geleerd: God is liefde. Hij toonde hoe God "liefde" is. Gelukkig! Amen. Henk Samsom, emerituspastoor |