Verkondiging tijdens de oecumenische viering in het kader van de Week van Gebed voor Eenheid van de Christenen - Kerk aan Zee te Muiderberg - 25 januari 2009.

Eerste lezing: Ezechiël 37: 15-19 + 22-24a
Tweede lezing: Romeinen 8: 18-25
Evangelie: Johannes 17: 8-11

Eén in Gods hand, het thema van vandaag, het ideaal van de oecumene.

Het zijn de kerken in Korea die ons het materiaal voor de gebedsweek voor de eenheid hebben aangeleverd. Dit volk is sinds de 2e Wereldoorlog nog verdeeld in twee landen, Noord Korea en Zuid Korea, het Noorden communistisch, het Zuiden kapitalistisch. Men spreekt dezelfde taal, maar men gebruikt die taal om elkaar te verketteren. Zij weten wat het is om bij elkaar gehoord te hebben en uit elkaar te gaan.

Bijna niets doet zoveel pijn als het uit elkaar gaan van mensen die van alles met elkaar hebben meegemaakt. Die lang zijn samen geweest, die samen hebben gewerkt, gelachen en gehuild. Die met elkaar moeilijke en leuke tijden hebben doorgemaakt. Je hebt dezelfde herinneringen. Je weet waar de ander het over heeft. Je bent een zelfde taal gaan spreken. We nemen heel vaak afscheid van elkaar. De vakantie is afgelopen en ieder gaat terug naar de plaats waar hij woont, jammer, maar tot ziens. Vrienden verhuizen naar een ander deel van het land…….’We bellen en mailen nog’, zeggen we dan. Veel moeilijker is een afscheid als je weet dat je elkaar nooit meer terug zult zien. Als de dood definitief een einde maakt aan wat er goed was tussen jou en die ander. En misschien wel net zo moeilijk is het als mensen die bij elkaar horen uit elkaar gaan omdat ze struikelen over misverstanden, of omdat er te grote meningsverschillen zijn. Er zijn ook kerken waar afscheidingen plaatsvinden. Eens waren ze samen, hoorden ze bij elkaar, maar het lukt niet meer en dat geeft veel verdriet.

En juist daar, waar de christenen de verdeeldheid onder elkaar voelen en ook die verdeeldheid in hun land, daar hebben ze gekozen om dit jaar het visioen van Ezechiël te lezen als een soort spiegelverhaal. De Koreanen herkennen het verlangen naar eenheid.

'Mensenkind', zo klinkt de stem. ‘Neem een stuk hout en schrijf daarop Juda’. ‘Neem een ander stuk hout en schrijf daarop Jozef. Eén staat voor het Noorden, één staat voor het Zuiden, niet van Korea, maar van het joodse rijk, zoveel eeuwen eerder. En dan komt God in beeld. De eenheid komt van God, de eenheid past bij God. Hij heeft één menselijk geslacht geschapen, één wereld. God wil zichtbaar zijn in de eenheid tussen mensen. De eenheid tussen mensen in een gezin, de eenheid tussen mensen in een straat, op het werk, maar ook de eenheid tussen de kerken.

Ezechiël maakt dat zichtbaar in twee stukken hout. Dat neemt de Eeuwige in zijn hand en maakt er één stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden. Ik zal één volk van ze maken. Maar Ezechiël ziet het omgekeerde van wat hij verkondigt want hij leeft vooralsnog in ballingschap en ziet zijn eigen volk versplinterd leven. Toch moet hij een boodschap van eenheid verkondigen. Dat is de tegenstelling.

Ook tot op de dag van vandaag staat de kerk voor eenzelfde probleem. Stel dat Ezechiël vandaag, hier in de Kerk aan Zee bij ons zou komen en God zou zich tot hem richten en zeggen: ‘Mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop”…… Ja, wat zou er dan op die twee stukken hout te lezen zijn? In Korea komt bij degenen die de liturgie hebben verspreid vast in gedachten: Op het ene stuk Noord-Korea en op het andere, Zuid-Korea. Maar wat zou u schrijven, of ik ? Misschien op het ene de naam van onszelf en op het andere de naam van een vriend of een partner, of een kind. Of we denken aan het Midden-Oosten, op het één de Israëlieten, en op het ander de Palestijnen, of misschien in deze oecumenische dienst: protestante christenen op het ene stuk en op het andere katholieke christenen.

Het is opvallend in de Bijbeltekst dat Ezechiël de hand die de stukken hout moet samenvoegen, de ene keer de hand van God laat zijn en de andere keer zijn eigen hand. Hij voegt ze samen, God maakt er een eenheid van. God heeft geen andere handen dan die van ons. Het is de mens die het werken aan eenheid ter hand moet nemen, in het vertrouwen dat God er zijn belofte in realiseert. De zoektocht naar wat ons bindt en ons ooit echt één zal maken verloopt nog altijd moeizaam. Oecumene, we hebben soms het gevoel dat het nog lang niet in zicht is. We hebben moeite om een balans te vinden. We willen elkaar als kerken van alles opleggen, onze ambtsopvatting, ons idee van sacrament, ons idee van kerk zijn. We willen wel saamhorig zijn, maar er is nog zoveel ballast dat ons dwars zit. Paulus zegt ons in de tweede lezing van vandaag dat we de hoop niet moeten opgeven. Ook niet en vooral niet als we het einddoel niet in zicht hebben. Blijf volharden zegt hij. Laten wij de hoop levend houden. Laten we blijven werken aan de eenheid in het vertrouwen van Gods belofte, allen één in Zijn hand.
Amen

Lidwien Griffioen, lid liturgiegroep