Verkondiging op 5 juli 2009 in de Laurentiuskerk te Weesp tijdens de installatie van pastor Nino Correa en diaken van Meeteren

zo 5 juli 2009 – 14e zondag door het jaar - B
Lezingen: Ezechiël 2:2-5 en Marcus 6:1-6

IN EEN WIRWAR VAN LIJNEN

Een klein meisje zit in de huiskamer, met het tongetje uit haar mond, aan tafel te tekenen. Het blad is bijna helemaal vol gekrast, een wirwar van lijnen. Vader komt binnen en ziet de gekraste tekening en vraagt: “Zo, wat ben jij aan het tekenen?” Het meisje kijkt niet eens op en antwoordt: “Dat is God!”. “Maar, meisje, niemand weet toch hoe God er uitziet!”. “Nou, dan weten ze het nu”, zegt het meisje.

Een mooi verhaal. Alleen een kind kan blijkbaar uit de wirwar van lijnen in ons leven God nog ontdekken”. Wie is God? We zijn altijd op zoek naar mensen die in die wirwar God hebben ontdekt. Profeten noemen we ze. Een van die profeten was Jezus van Nazareth. Hij bracht God in ons leven dicht bij. Hij noemde God Zijn Vader, in het Aramees, de taal die Jezus sprak, is dat het woord Abba. Dat woord betekent eigenlijk papa. Dit woord geeft vertrouwen weer en het gevoel dat je bij elkaar thuis mag zijn. Geborgenheid, ruimte krijgen, liefde, vriendschap. Wat een naam. En als je die Naam in je leven bent tegengekomen, dan moet je daarvan wel getuigen. Dat deed Jezus ook, met hart en ziel, maar vooral met Woord en Daad! Het vleesgeworden Woord,

Jezus komt terug naar zijn moederstad Nazareth. Overal in het land heeft Jezus verteld over de goede dingen van het leven, over de stervende graankorrel die eerst in de aarde moet vallen om tot nieuw leven te komen. Ze hadden aan zijn lippen gehangen. Op ’n berghelling zijn het er wel vijfduizend, vrouwen en kinderen niet eens meegerekend! De hele dag hangen ze aan zijn lippen. Ze trekken Hem de woorden uit de mond. Zijn faam bereikt zelfs de stad Jeruzalem. Daar fronsen zich de eerste wenkbrauwen. Jezus had zich veel van zijn reis naar Nazareth voorgesteld. Vreemde en onbekende mensen hadden zijn woorden begrepen, waren er warm voor gelopen. Maar wat valt het Hem tegen! "Spuit elf geeft ook modder!", moeten zijn dorpsgenoten hebben geroepen. Waar haalt hij het vandaan, die klusjesman?" Die briljante ideeën al die wonderen, dat kan toch helemaal niet! Dat kan niet van God komen, want wat moet God nu met een bouwvakkertje?

Het is moeilijk om profeten te ontdekken in mensen met wie wij het leven delen. Profeten zijn alleen profeten, als ze ver van ons af staan. Als je oog in oog staat met beroemde mensen, dan vallen ze ook vaak bitter tegen. Ik denk dat het de kunst is profeten te ontdekken in je naaste omgeving. De leukste meisjes zitten altijd in een ándere klas, op een ánder kantoor of werken bij een ándere omroep. De leukste mannen zijn altijd met een ánder getrouwd. Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener dan het gras in je eigen tuintje.

Voor de inwoners van Nazareth was het gesneden koek: laat Jezus die malle fratsen maar gauw afleren! Feitelijk willen ze Hem niet in hun leven toelaten. Jezus zal en moet de klusjesman blijven. Hij moet die malle overtrokken fratsen maar gauw afleren. Mens, doe toch normaal, dan doe je al gek genoeg! Het heil van God kán toch niet komen van de kant van een man die ze kennen en van wie ze weten wie de familie is! Jezus zal en móet een krullenjongen blijven, en niet meer dan dat. Ze kennen zijn familie toch! Ook in onze dagen zijn de profeten onder ons. Zelfs in ons eigen huis, mensen met wie wij dagelijks omgaan. Maar kunnen we nog luisteren naar wat ze te zeggen hebben? In zijn moederstad Nazareth kon Jezus geen enkel wonder doen. Er zouden in de wereld veel meer wonderen gebeuren, als wij het getuigenis van profeten die midden onder ons wonen wat serieuzer zouden nemen!

Twee nieuwe pastores, pastor Francisco en diaken Hans, worden vanmorgen officieel bevestigd. Francisco als priester-assistent in de regio Gooi-west en diaken Hans tot onbezoldigd diaken, met ondergetekende als eindverantwoordelijke administrator. Gelukkig dat zij zich hier in de parochies gesteund weet door emeriti pastores en ook vele vrijwillIg(st)ers. In de afgelopen tijd hebben de nieuwe pastores kennis mogen maken met verschillenden van u. U heeft ervaren hoe verschillend zij zijn. De omgang met veel mensen is het meest boeiende van ons werk. En de beide pastores wens ik toe dat zij minder in de kerk te vinden zullen zijn, maar meer bij de mensen. Want wij dragen niet alleen verantwoordelijkheid voor parochianen die zondags hier in de kerk komen. Veel parochianen kom je op straat tegen. Allemaal mensen met hun eigen dromen, hun eigen verdriet en onmacht, hun eigen toekomstverwachtingen. U mag hen – in Gods naam – bij elkaar brengen en bij elkaar houden. En pastor Francisco weet vanuit zijn werkzaamheden in Almere – het pastoraat op de straat – hoe belangrijk dat is.

Waar vele mensen verantwoordelijkheid dragen, komen soms de tegenstellingen naar boven, zoals dat overal gebeurt waar mensen samenzijn. Een monnik vroeg eens aan zijn abt: "Hoe is het nu mogelijk om een gemeenschap van liefde met elkaar te vormen, als we allemaal zo verschillend zijn? Ieder van ons heeft zijn eigen wortels, spreekt zijn eigen dialect, zijn eigen taal, heeft zijn eigen karakter en zijn eigen opleiding. Er zijn mensen die van arme komaf zijn, anderen van rijke komaf. Sommigen hebben een bruine of zwarte en gele huidskleur, anderen een blanke. Hoe kun je daar nu een gemeenschap van Liefde van maken?" De abt zei: "Je moet onze gemeenschap zien als één groot wiel. Daar zitten allemaal spaken in. Dat zijn de verschillende mensen. Ze lopen allemaal een eigen richting uit. Maar ze zitten wel verbonden met de as. En die as dat is de liefde - dat is Jezus. En hoe verschillend we ook zijn, het komt goed met ons, als we verbonden blijven met de as van de liefde!"

Van dat verhaal kunnen we veel leren. Als we Jezus de as laten zijn van onze parochies zal dat levenswiel van de liefde doordraaien. Als we Jezus de as laten zijn van ons gezin, dan komt dat gezin goed terecht, ook al lopen de spaken uit elkaar! Als we Jezus de as van de liefde laten zijn in ons eigen leven, dan komt het allemaal wel goed. Of we nu ziek zijn of gezond, jong of bejaard, blank of zwart, man of vrouw, als we met z'n allen maar stevig verbonden blijven met de as: de liefde van Jezus. Zolang deze liefdes-as ons verbonden houdt aan elkaar, zal Gods rad van de liefde door de wereld gaan. Dan draaien we elkaar niet langer een rad voor de ogen, maar zijn op weg naar het aartsparadijs, Gods hemel op aarde.

Bidden wij de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt. Voor jongeren zal het niet gemakkelijk zijn om op deze roepstem te reageren. De situatie rond kerk en kerkelijk werk lijkt moeilijker dan ooit. Soms denk ik: zal het dan nooit definitief Pinksteren worden? Gelukkig ook dat we steeds meer leren ontdekken dat het functioneren van de kerk niet alleen afhankelijk is van bisschoppen en priesters alleen. Het samen toeleggen op de leer van de apostelen, het samen bidden, het samen werken aan een wereld die ánders moet, het samen liturgie vieren, is gelukkig niet alleen afhankelijk van priesters alleen. Als goede herders mogen we met elkaar omgaan. Elkaar leiden naar grazige weiden, met nergens gesloten toegangshekken, met een plaats voor iedereen, vooral voor hen die het in deze wereld niet al te gemakkelijk hebben. Ik wens u allemaal een goede toekomst toe, in onderling respect en met het vast vertrouwen dat het Pinksterfeest niet lang meer op zich zal laten wachten. Gods zegen over de beide nieuwe pastores, de vele vrijwillig(st)ers, en over u allemaal.

© Pater Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam