Verkondiging op 12 juli 2009 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg

Eerste lezing: Amos 7,12-15
Tweede lezing: Efesiërs 1,3-10
Marcus 6,7,13

Ik kan me herinneren dat toen ik intrad bij de Paters Redemptoristen, het de gewoonte was dat twee paters tegelijk naar parochies gingen om daar volksmissies te prediken. Twee aan twee. Net zoals in het evangelieverhaal. En wat gingen ze doen? Het goede nieuws brengen natuurlijk. Zij en ik voelde zoiets als de profeet Amos die ook goed nieuws kwam brengen. Amos was er vol van. Niemand kon hem er vanaf brengen. Vanuit zijn diepe verbondenheid met de Eeuwige ging hij op pad, wist hij zich door de Eeuwige geroepen. Maar Amos vond weinig of geen gehoor. Dat gevoel bekruip mij ook weleens.

Het goede nieuws van Amos is voor velen nogal radicaal.  Dat is misschien  voor ons ook wel zo. Het Goede nieuws vraagt een ommekeer van mensen, niet alleen in hun denken maar ook in hun handelen. En dat is teveel gevraagd. Volgens Amos belijden zij in hun eredienst iets anders dan wat ze waar maken in het leven van alledag. En dat gevoel bekruipt mij ook heel wat keren.

Ik heb tot mijn schade en schande moeten ervaren echter, dat in een grote gedrevenheid, gevaar schuilt. De brenger kan te enthousiast zijn en uit het oog verliezen dat je niemand kunt dwingen. Niet iedereen ervaart immers de dingen in het leven hetzelfde. Door een te opdringerige houding kunnen mensen ook bang worden voor de gevolgen van zo’n nieuwe keus en daarom liever de boot afhouden.

Soms werkt het goede nieuws als een spiegel waar mensen liever niet in kijken.

Hoe breng je een boodschap? Dat is een vraag niet alleen voor mij als priester maar ook voor u. Is er genoeg ruimte voor de ander om er eens een nachtje over te slapen of zelfs om het meteen af te wijzen?

De kunst is dus om een blijde boodschap zo te brengen dat mensen erdoor geraakt worden, waar ze heil in zien omdat het hun ten goede komt, bijdraagt aan de kwaliteit van hun leven. Dat is goed nieuws.

Vandaag geeft Jezus een belangrijke voorzet hoe dat concreet in zijn werk gaat. De leerlingen gaan twee aan twee op pad. Dus het helemaal alleen  proberen is niet zo’n goed idee. Dat betekent niet dat u er niet alleen op uit kunt gaan om goed nieuws te brengen. Maar zorg dat er altijd iemand anders, anderen zijn met wie je in contact blijft over deze zaken. Zo heb je letterlijk en figuurlijk mooi houvast aan elkaar. Je kunt elkaar bemoedigen en ondersteunen als het tegenzit. Tegelijk ben je in staat elkaar te beschermen tegen gevaar en kun je van elkaar leren.

Voor onderweg geeft Jezus een portie wijze raad aan zijn leerlingen: wees bescheiden in wat je meeneemt. In andere woorden, laten we niet imponerend overkomen, door wat wij bij ons hebben, hou het eenvoudig. Alles wat er echt toe doet, ligt besloten in ons hart; het zit in ons spreken en ons zwijgen, in de wijze waarop wij het goede nieuws brengen . En alles wat er echt toe doet is gratis, als pure genade ontvangen van de Eeuwige, van God. Daarvan bewust te zijn, is wezenlijk. Wij kunnen erop vertrouwen dat wij ook onderweg zullen ontvangen wat wij echt nodig hebben. Ja wij stappen op mensen af, of raken met hen in gesprek. Proef hun reacties en laten wij ons ernaar gedragen. Is het contact voldoende geweest, laat het dan los om verder te kunnen trekken.

Mocht blijken dat men geen boodschap aan ons heeft, laten wij dan niet in de verdediging gaan. Het goede nieuws spreekt voor zich en respecteer de ander in zijn/hun eigen levenswijze.

En worden u en ik afgewezen ondanks al onze goede bedoelingen, laat wij die afwijzing dan niet als een ballast met ons mee dragen. Schud het van je af wanneer je verder trekt, als het stof van je voeten. Laat alles achter waar wij niets meer mee kunnen. Om onbelast en blijmoedig verder te gaan.

Want de weg die wij opgestuurd zijn, de weg van het goede nieuws brengen is nog lang. Daarom zegt Jezus, “Besteed daarom veel aandacht aan goed schoeisel, daarop kunnen wij soepel lopen zodat wij in beweging kunnen blijven. En dat onze voeten dan in staat blijven ons gaande te houden ook als de weg zwaar en vol hobbels is.

Op pad gaan met goed nieuws zal zijn vruchten afwerpen. Vruchten als: troost bieden, mildheid voorleven, vergevingsgezind zijn, of onrecht wegnemen.

In de brief aan de Efesiërs maakt Paulus dat in een beeld heel duidelijk. Die brief vertelt dat God ons in Christus heeft voorbestemd om de voltooiing van zijn rijk te verwezenlijken. In hem zal alles wat op aarde en in de hemel is worden bijeengebracht. Dan zal alles en iedereen van waarheid en gerechtigheid vervuld zijn. Een prachtig vooruitzicht, een schitterende belofte.

Deze belofte is onze hoop dat het goed is – goed nieuws te brengen – het goede nieuws van het Jezus verhaal. Vandaag danken wij de eeuwige voor dit verhaal, en bidden om moed en kracht om blijvend op pad te gaan met het goede nieuws. Amen

pater Jan Haen C.Ss.R.