Verkondiging op 2 augustus 2009 in de Nicolaaskerk te Muiden

Twee lezingen en een evangelieverhaal, waarin het woord “brood” centraal staat. In Exodus (1e lezing) gaat het over de groei van het volk van Israel tot het volk waarmee God een verbond sluit, in het bijzonder over de gebeurtenissen tijdens de tocht door de woestijn. Het door Mozes bevrijde volk trekt 40 jaar door de woestijn. Ze zijn blij met die bevrijding, maar o wee als er gebrek aan voedsel of water dreigt. Dan begint het gemopper en gemor. Hun geloof verwatert en ze vervallen in hun oude fouten (denk aan het gouden kalf en z’n aanbidding). Ze eisen een teken van God, zodat ze weer vertrouwen krijgen in de hele onderneming. Anders hadden ze immers net zo goed in Egypte kunnen blijven. Weliswaar als slaven, maar wel met genoeg te eten en te drinken.

Maar goed, het door hen gevraagde teken geeft God hun in de vorm van het manna als voedsel voor onderweg.

Ook wij zijn onderweg: op een reis, die het leven heet: als we het goed hebben, hebben we God niet zo nodig – we leven wat gemakzuchtig en nemen de ge- en verboden zoals het ons uitkomt. Maar als er persoonlijke of maatschappelijke problemen zijn, dan mopperen en klagen we. We vragen ons af of er wel een God bestaat, waarin we kunnen geloven.

Ook wij verlangen een teken van God als bewijs dat Hij bij en met ons is. Enfin, in slechte tijden weten we God te vinden en vragen Hem om oplossingen of verbeteringen van situaties.

Evenals het volk van Israel begrijpen we niet helemaal dat het door ons verlangde teken niet van doen heeft met een teken van een God die zorgt dat onze kinderen slagen voor hun examens, of een God die er voor zorgt dat een werkeloze weer werk vindt, of een God die er voor zorgt dat aan onze verwachtingen betreffende bijv. succes, promotie, bezit, veiligheid wordt beantwoord. Dit soort brood als teken in de gewone zin van het woord geeft God ons niet zo vaak.

Wel blijft Hij zijn mensen trouw, ondanks onze twijfels, gemopper en opstandigheid. Ook ondanks ons ongeloof. Immers het vragen om een teken is altijd een teken van ongeloof!

Ook wij zijn dus een tamelijk onhandelbaar volkje net zoals het volk van Israel wordt getypeerd in de 1e lezing. Toch blijft Hij de God van liefde, van trouw, Hij blijft genadig en geduldig met ons. Als geen ander weet Hij dat niets menselijks ons vreemd is en gelukkig gaat Hij op een menselijke manier met ons om.

Daarom geeft Hij in het O.T. opdracht een soort reizend heiligdom te bouwen, een tabernakel waarin God tussen Z'n volk wonen kan. Daarin is Hij aanwezig via Zijn wetten, gedragsregels, kortom via z'n 10 geboden die Hij voor ons ontworpen heeft. Die zullen meereizen met het volk van Israel. In de loop der tijden is dat tabernakel over de hele wereld, in alle kath. Kerken verspreid. Daarin wordt het Brood van God, het Woord van God bewaard als richtlijn voor een gelovig en daardoor godvruchtiger leven. Met dat tabernakel begint het ritueel van de consecratie waarin we brood en wijn als voedsel krijgen voor ons "andere" leven. Als we daarin geloven, krijgen we genoeg voedsel om spiritueel te groeien en voor eeuwig te leven zoals Johannes zegt. Dan staan we open voor Zijn brood, zoals het vorm gegeven is als het Woord van God.

Maar dat proces van ongelovige naar gelovige duurt vaak 'n leven lang, tenminste bij gewone stervelingen zoals wij. Dat proces bestaat uit heel veel vallen en opstaan. Maar door Z'n vergeving, Zijn trouw en geduld geeft Hij dat tamelijk onhandelbare mensje steeds weer een nieuwe kans. Herken ik hierin misschien iets in het gezegde over Katholieken: uithuilen en opnieuw beginnen!?

Maar goed, het enige wat God als tegenprestatie voor al Z'n goedheid verlangt is geloven en dat is niet voor niets een werkwoord! Tijdens onze hele reis, d.w.z. ons hele leven, zijn we dus met dat werkwoord bezig. Dat is nou precies wat Paulus de Efeziers voorhoudt: leg laagje voor laagje van dat ongelovige van je af en wordt steeds meer een gelovig mens. M.a.w. probeer te veranderen van een zondig mens, een mens "van God los", in een mens met God verbonden. Probeer een nieuw mens te worden, d.w.z. een gelovig mens die God's regels in acht neemt en er serieus naar probeert te leven. Dat is de boodschap van Paulus.

En dan het Evangelie:

Ook hier weer over 2 soorten brood: het manna en het Brood des levens. Dit is a.h.w. een vervolg op het wonder van de broodvermenigvuldiging, dat weer verwijst naar het mannaverhaal. De mensen kennen dat verhaal en zijn geinteresseerd in die gratis maaltijden. Zoals gezegd is dat manna het teken dat Jezus hen geeft. Door dat teken gaan de mensen pas geloven en dat is nu precies wat Jezus hen aan het verstand probeert te brengen: Kom los van dat idee van brood in de materiele zin van het woord: Bovendien daar moeten we zelf voor zorgen, althans God geeft ons in ieder geval de mogelijkheid om daarvoor te zorgen. Hij heeft ons de zorg voor elkaar toevertrouwd. In dat kader berichtte het FAO pas geleden n.a.v. de crisis dat het aantal mensen dat op voedselhulp is aangewezen, is opgelopen tot 963 miljoen, 963 miljoen! En dan gaat het om een dagelijkse consumptie van een minimum hoeveelheid voedsel die nodig is om actief en gezond te leven

Nog even terug naar het Evangelie: God en godsdienst zijn dus niet nuttig in de materiele zin van het woord brood. Niet het manna is het brood uit de hemel, maar het ware Brood uit de hemel is Jezus in de vorm van het vleesgeworden Woord van God.

Sinds God ons Jezus heeft gegeven is Hij degene die ons het Brood geeft dat Leven is en dat we bij de Communie krijgen via de Consecratie.

Dat leven is dan het spirituele leven, meer dan het gewone eten en drinken. Dat brood en die wijn zijn de tekens dat God voor altijd bij ons wil zijn en blijven. D.m.v. dat voedsel, gestalte gekregen in het ritueel van de Consecratie, houden we onszelf a.h.w. in leven en erkennen we dat we God's woord broodnodig hebben om te weten dat we daardoor in Hem verbonden zijn "voor eeuwig" zoals Johannes zegt. Dat is ons voedsel voor onderweg.

In dat kader wens ik u van harte smakelijk eten, zo dadelijk bij de Communie en voor straks bij de lunch!

AMEN

Els Beudel, lid liturgiegroep