Verkondiging op 9 augustus 2009 in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg

1e lezing:  1 Koningen 19: 4-8
Evangelie: Johannes 6: 41-51

Tegen de dood is geen kruid gewassen, zegt een spreekwoord, al zoekt de geneesmiddelen industrie koortsachtig naar middelen om het menselijk leven iets te kunnen verlengen, geneesmiddelen tegen de kwalen van het ouder worden. Eigenlijk zoekt men al sinds mensen heugenis naar een soort levenselixer, een drankje, een medicijn, waarmee we ons leven zouden kunnen verlengen. Het zit zo in onze genen dat we verder willen leven, en dan liefst ook nog een beetje goed!

Maar tegelijkertijd weten we ook allemaal: onze sterfelijkheid is eigen aan ons mens-zijn: uiteindelijk kan niemand ons voor de dood behoeden. We lijken op een kaars, die als ze eenmaal aangestoken is, geleidelijk aan opbrandt. Wie geboren wordt wéét dat hij/zij eens zal sterven. Uw vaderen die het manna hebben gegeten in de woestijn, zijn tóch dood gegaan, horen we een realistische Jezus zeggen in het evangelieverhaal van vandaag. Maar dan voegt Hij er die bijzondere en geheimvolle woorden aan toe: maar dít brood, daalt uit de hemel neer, opdat wie er van eet niet sterft. We zijn sterfelijke mensen, maar er is ook een andere kant: en die zegt dat Gods eeuwigheid is neergelegd in ons hart.

Eigenlijk is iedere mens een mysterie: en dat geldt niet alleen de complexiteit van ons lichaam. Terwijl ons lichaam uitgeleverd is aan de machten van de dood, dragen wij toch ook al de kiem van een eeuwig leven in ons. Wat we dagelijks zien is de vergankelijkheid van ons menselijk bestaan, wat we hopen en geloven is die nog onbekende maar in ons groeiende werkelijkheid van een eeuwig leven: een leven dat als het ware van boven komt, door de kracht van Gods Geest: dat uiteindelijke leven in het Licht en in de Liefde van God.

Vandaag spreekt Jezus ons toe dat hij daarvoor zelf het voedsel is: brood des levens, brood van eeuwig leven. En daarom zijn al de oude kerkvaders, en dan praat ik over Augustinus en Johannes Chrysostomus en Ambrosius enz., de Eucharistie een medicijn zijn gaan noemen, een echt en werkelijk levenselixer; geen voedsel dat ons aardse leven een stukje verlengt; neen, voedsel dat ons boven den dood uit tilt: Jezus brood van eeuwig leven!

De tekenen die wij zien in de Eucharistie, brood en wijn: het is menselijk voedsel. En menselijk voedsel word in ons lichaam opgenomen: wordt uiteindelijk vlees en bloed van ons zelf.

In de Eucharistie gebeurt juist het tegenover gestelde en dat in veel diepere zin. Brood en Wijn worden wel in ons lichaam opgenomen zoals ieder menselijk voedsel, maar onder deze gedaanten verandert de verheerlijkte Christus ons in Hem. Door het te nuttigen krijgen wij deel aan zijn verheerlijkt leven, zodat – zoals Paulus dat zo prachtig zegt – wij niet meer even, maar Hij in ons. In de heilige communie worden wij opgenomen in zijn onsterfelijkheid. “Wordt wat gij eet” zegt de grote kerkvader en bisschop Augustinus dan ook: “wordt zelf levend lidmaat van dat lichaam van Christus, deel in zijn verheerlijkt leven, leg zijn eeuwigheid neer in je hart.”

Bij het klaarmaken van de gaven, wanneer bij de wijn een paar druppels water worden toegevoegd, zeg ik in stilte deze woorden, “Water en wijn worden één. Gij deelt ons mens-zijn en neemt ons op in uw goddelijk leven. En dat is dan ook de kern van ons geloof in de eucharistie: we worden opgenomen in het Lichaam van Christus, opgenomen in zijn goddelijk en verheerlijkt leven en daardoor vindt ons leven zijn voltooiing in het eeuwig leven van God.

Ja wij willen oneindig leven – maar kunnen ons niet echt voorstellen wat eeuwig leven inhoudt. Het is dan ook niet voor niets dat het evangelie begon te zeggen dat de Joden morden over Jezus, omdat Hij had gezegd: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald”. Ze konden er met hun verstand niet bij. Ook ons verstand schiet daarin tekort. En dat is het juist; het gaat hier niet om ons verstand, maar uiteindelijk om iets van mateloze liefde. “Wie gelooft heeft eeuwig leven” zegt Jezus dan ook. En geloven dat is vertrouwen, geloven dat is liefhebben. Ja , wie aan deze maaltijd deelneemt en zich bij de communie aan Mij toevertrouwt, stelt een daad van liefde en neemt het goddelijke, eeuwige leven tot zich. Dat zegt Jezus in feite. Uw vaderen, die het manna hebben gegeten in de woestijn, zijn toch dood gegaan, maar als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.

Daar dromen wij van en het mooie is: het is ons gegeven. Daarom vieren wij hier en nu dankbaar de Eucharistie. Amen.

Pater Jan Haen C.Ss.R.