Verkondiging op 1 november 2009, Allerheiligen-Allerzielen, in de Nicolaaskerk te Muiden

1e lezing:  Apocalyps 7,2-4. 9-14
2e lezing: 1 Johannes 3,1-3
Evangelie: Matteüs 5,1-12a

Ik weet niet of U dat heeft meegemaakt, maar toen ik klein was wou ik een heilige worden. Jawel. Het was wel zo dat ik dacht dat ik het niet echt zou worden. Want heiligen moesten veel geduld hebben, en zelfs bereid zijn om de meest vreselijke dingen mee te maken, ja zelfs bereid zijn om een marteldood te sterven. En ik wist niet of ik dat wel echt zou kunnen. Om heilige te worden moet je wel erg idealistisch zijn. Nou, ik was en ben wel idealistisch. Maar toch. Leven in armoe, dat dacht ik nog wel op te kunnen brengen, maar mezelf geen enkel pleziertje gunnen??... Ik weet het niet. Maar ik dacht – ik ga 't toch proberen. Ik besloot priester te worden – en liefst een hele goeie. Maar is het echt voor mij of voor u weggelegd ooit heilig verklaard te worden? Ik denk het niet.

Maar wat is een heilige eigenlijk? De kerk hanteert bepaalde criteria voordat iemand heilig wordt verklaard. Zo moeten er minstens twee wonderen bewezen zijn en nog andere voorwaarden. Maar daar gaat het in de lezingen van vandaag niet over.

Toen Johannes, de schrijver van het boek Openbaringen, zijn visioenen zag, leefde er de algemene verwachting dat de laatste periode van de wereldgeschiedenis was ingegaan. Spoedig zou het tegenovergestelde gebeuren van wat ooit in het begin bij de schepping was gebeurd. Stuk voor stuk zouden de natuurkrachten worden ontregeld en afgebroken. Vanuit de verslagen en panische mensenwereld komt dan de enige vraag op, die dan nog relevant is: ‘Wie zal deze afbraak overleven? Wie kan hierin standhouden?’ Johannes ziet in zijn visioen een engel die de andere engelen toeroept te wachten met de vernietiging. Eerst moeten de dienaren van God – de heiligen zou je kunnen zeggen – getekend worden op hun voorhoofd. Eerst zal God zijn handtekening zetten op hen; zij zullen worden bewaard. Het zijn er 144,000. Dit getal wil niet zeggen dat Johannes aan het tellen is geslagen of dat zo’n getal hem ook maar in het minst interesseert. 144,000 is het volmaakte getal: 12 x 12 x 1000 is het nieuwe Israel in zijn hoogste vorm; allen die trouw zijn gebleven aan de weg van Jezus Messias, de weg van God. Zij zullen standhouden in hun geloof en hun levensweg.

Maar er is meer. In de blik van Johannes komt nu een menigte die niemand tellen kan. Dat is nog iets anders dan die 144,000. Johannes is de tel kwijt en ziet een menigte van overal vandaan. “Wie zijn dat?” , vraagt een van de oudsten aan Johannes, maar die kaatst de bal weer terug: ‘Heer, dat weet gij.’ En dan komt het hoge woord eruit: ‘Dat zijn zij die uit de grote verschrikkingen komen’. Ja, natuurlijk dat het er dan ontelbaren zijn. Al die mensen die daar zijn waar de klappen vallen. Al die mensen die oorlogen meemaken, die in beklemmende angst moeten leven. De schoolmeisjes in Afghanistan die bang zijn voor de acties van de Taliban. De onschuldige burgers in het noorden van Sri Lanka, steeds in de knel tussen twee partijen. Mensen opgelicht en belazerd en beschadigd. Zo velen, waar ter wereld zijn ze niet? En ook al die mensen die in hun persoonlijk leven het lijden aan de lijve hebben ervaren. De weduwen en wezen, de zieken, de gehandicapten. Of met de woorden van de evangelist Matteüs; de treurige, de nederige, zij die hongerden en dorstten naar gerechtigheid. Het is een menigte die niemand tellen kan: zijn zij dan de heiligen? Al die mensen die uit de grote verschrikking komen?

Ja, maar er staat nog iets bij: al die mensen die uit de grote verschrikkingen komen en die hun kleden hebben gewassen in het bloed van het lam. Dat laatste zinnetje lijkt mij belangrijk. Het gaat niet alleen om degenen die lijden of hebben geleden. Het gaat ook over degenen die zich hebben laten meenemen, door Jezus Christus zelf. Zij zijn Hem trouw gebleven, dat wil zeggen, zij hebben dat wat Jezus ons heeft voorgeleefd, uitgehouden en volgehouden. Door al het lijden heen zijn ze niet verbitterd geworden, of wraakzuchtig. Ze hebben geen eelt op hun ziel gekweekt. Juist de waarden die in onze wereld maar zo weinig meetellen, hebben zij door alles heen hooggehouden. De zachtmoedigheid, de barmhartigheid, de nederigheid, het verlangen naar recht. Van hen wordt nu gezegd dat zij witte kleren aanhebben, als teken van de verrijzenis, en palmtakken in de hand als teken van overwinning. Zij hebben de waarden van God hooggehouden, door alles heen. Door hen zal deze wereld toekomst hebben.

Ik kwam een prachtige joodse legende tegen die vertelt dat er in deze wereld 36 rechtvaardigen verborgen zijn: 36 mensen die gerechtigheid doen. Zij dragen zonder het te weten, in het verborgene de wereld. Omwille van hen wordt de wereld gered. Ach in feite maakt het niet uit – 36, 144,000, ontelbaar; we zullen ze nooit kunnen tellen, omdat ze zo verborgen zijn. Maar ze zijn er: kleine, gewone, eenvoudige mensen, die de waarden van God uithouden en vasthouden. Die daarmee deze wereld dragen. Dat wij zulke mensen mogen zijn en misschien zo toch een beetje heilig. Dat wens ik ons toe en daar bid ik voor – samen met u. Amen.

pater Jan Haen C.Ss.R.