* 26 juli 1915   Monique van Vliet    † 21 november 2009

In memoriam zuster Monique van Vliet, uitgesproken op 27 november door diaken Theo Hofland in de Bongerd te Heeswijk

Twee dingen waren in het leven van zuster Monique alles bepalend. Dat was de binnenvaart en het klooster. Als kind uit een schippersfamilie werd zeker het begin van haar leven bepaald door boten. Zo zag ze het levenslicht op een tjalk in het plaatsje Loenen waar haar vader lag afgemeerd omdat hij onder dienst moest in verband met de Eerste Wereldoorlog. Maar het had net zo goed ergens anders kunnen zijn, waar je vracht je heen voerde, daar lag je tenslotte. Over haar afkomst kon ze enthousiast vertellen. In haar plakboek rijgen de schepen zich aan elkaar. Opmerkelijk vaak de ‘Cornelia Helena’, een boot genoemd naar haar moeder. Ook een boot met haar naam, de ‘Monique’. Toch trad ze door een speling van het noodlot niet in het huwelijksbootje. Toen haar vriend overleed aan tuberculose, zag ze dat als een teken van God en besloot ze in het klooster te gaan. In die tijd was dat niet zo’n rare keuze. Vele gezinnen hadden kinderen in het klooster, immers in het dagelijks leven was de kerk overal aanwezig. Bovendien had zuster Monique vanaf de tijd dat ze naar school mocht tot haar elfde op het internaat gezeten bij de zusters. Dat het er erg streng aan toe ging, was blijkbaar voor haar geen belemmering om in te treden.

Het bestuur van de sociëteit stelde haar vervolgens aan als kleuterleidster. Dat ze geen akte of wat voor papieren dan ook had, was blijkbaar geen probleem. Ze zagen wat in haar. Zo begon zuster Monique in Amsterdam als hulp in een klas met tachtig 3-jarigen! En wat nu zeuren over te grote klassen! In het werk met deze kinderen was humor haar grote kracht, dat had ze van haar vader geleerd die hen altijd met een grapje tot de orde had geroepen. 38 jaar heeft ze als kleuterleidster gewerkt en voor de kleuters was ze als een moeder. "Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. Wie de gave heeft te troosten, moet troosten', zegt de eerste lezing van vandaag. En die gaven had ze. Bij haar was het echt 'laat de kleintjes tot mij komen'. Ze troostte ze als ze verdriet hadden en wreef hun handjes warm als ze het koud hadden. Zelf vond ze dat ze 'mooi werk' had en voor al die kinderen heeft ze zeer zeker het koninkrijk Gods iets dichterbij gebracht Maar dat onderwijs kón ook mooi werk worden, omdat in dat werk al haar eigenschappen samen kwamen. Ze kon daar de zorg en liefde in kwijt die haar kenmerkte. Nooit te beroerd om opgewekt iets voor een ander te doen.'Als ze binnenkwam, dan kwam de zon binnen', zei een medezuster.

Dat sociale is ze altijd blijven houden, ook na haar pensioen toen ze voor de kerk in Weesp zieken ging bezoeken en kleding inzamelen voor de vele arme Turkse en Marokkaanse gezinnen. Ook toen ze in de Bongerd verbleef, maakte ze met iedereen die ze tegenkwam wel een praatje. Want dat vond ze gezellig, ze was een heerlijke praatuit. Daarom was het des te opvallender, dat ze ongeveer een half jaar geleden stil en teruggetrokken werd. Geestelijk was ze afwezig en bij tijden verward. Iedereen constateerde dat er dus iets niet goed moest zijn. Het was het begin van het einde dat eigenlijk niemand verwacht had. Ze was altijd zo energiek, liep zonder rollator, kon nog goed horen en zien en gaf in de gespreksgroepen blijk van een gezond verstand. Je zou bijna vergeten dat ze toch al 94 was en dat dit soort dingen dan te verwachten zijn.

Nu is ze bij haar God. Ze was gelukkig met de keuze die ze voor Hem had gemaakt, want buiten het klooster zou ze zeker minder tijd voor Hem hebben gehad, zei ze. En daarbij vergeleek ze God met zuurstof: Ík zie Hem niet, maar toch kan ik niet zonder Hem leven'. Daarover hoeft ze zich nu geen zorgen te maken. Ze heeft de overtocht naar Zijn veilige haven gemaakt en zich verankerd in Zijn handen. Moge ze daar rusten in vrede. Amen.

Theo Hofland, diaken