Verkondiging op 3 januari 2010, Openbaring des Heren, in de Laurentiuskerk te Weesp
Eerste lezing : Jesaja 80, 1-6 Op Nieuwjaarsdag heb ik een film gezien die mij tot tranen toe ontroerde. Het was het waar gebeurd verhaal van iemand die liefde, pijn, hoop, verlangen kende en stierf. Waarom raakte dat verhaal mij zo diep, vroeg ik mijzelf af? En waarom ontroert het verhaal waarvan elke week een stukje publiekelijk voorgelezen wordt in de kerk, niet? Het is ook een waar gebeurd verhaal. De schrijver en filmers van de film die ik gezien had, waren duidelijk gepassioneerd met het verhaal van die man. Ik ben ervan overtuigd dat Matteüs ons wou laten delen in de passie en overtuiging die hemzelf in de greep had. Vanuit dat oogpunt ben ik het verhaal weer gaan lezen. Het Kind Jezus was geboren te Bethlehem in Juda ten tijde van koning Herodes, en er kwamen naar Jeruzalem Wijzen uit het oosten. Er staat niet dat het er drie waren, en er stonden ook geen namen erbij. Dat zijn 14de eeuwse verzinsels. Daar werden de wijzen als drie koningen neergezet, namelijk Caspar, de baardeloze jonge man, Melchior de oude grijsaard en Balthasar, de zwarte koning. Daar is eigenlijk niks verkeerd mee – want daarmee kwam tot uiting waar het in feite om gaat – dat Jezus voor alle mensen geboren was, ongeacht huidskleur of leeftijd of waar ze vandaan komen. En deze wijze mannen uit het oosten hebben een vraag: “Waar is de pasgeboren koning der Joden?” En wat blijkt, dat is een vraag waarop Herodes , de schriftgeleerden, de priesters en andere machthebbers geen antwoord hebben. Natuurlijk wisten ze wel dat er een Messias, een verlossende koning der Joden zou komen, ooit ergens. Dat wisten ze rationeel maar het was niet een kennis waar ze iets mee deden. Met zijn verhaal vertelt Matteüs iets heel bijzonders, namelijk dat de eersten die naar Jezus toekwamen, vreemde buitenstaanders waren – en hij noemt ze “Wijzen”, dat wil dus zeggen, dat soort mensen die voortdurend op zoek zijn naar waarheid. En voor dat zoeken, hadden ze veel over. Zelfs de bereidheid om op pad te gaan – vertrouwde omgevingen te verlaten en zich in het onbekende te wagen. Ze durfden vragen te stellen en op zoek te gaan. Ze hadden verwacht dat het antwoord op hun zoektocht naar waarheid en waarachtigheid te vinden was bij een koning, geleerden, gezagsdragers, in een elitaire omgeving. Hun zoeken eindigde echter in een armoedige stal. Ze ontdekten dat een stal toegankelijker is dan een paleis. Ze vonden het kind met zijn moeder Maria, en ze vielen op hun knieën neer, en betuigden hem hun hulde. Hun zoeken naar waarheid bracht hen daar naar dat kind – die mens. En die ontmoeting ontroerde hen. Ze brachten spontaan hun schatten te voorschijn en boden het kind geschenken aan: goud, wierook en mirre. Goud als cadeau, dat begrijpen wij – goud is geld, is de vrijheid om je leven in te richten zoals je het zou willen hebben. Maar waarom noemt Matteüs wierook en mirre? Omdat hij daarmee laat zien dat de schatten van deze Wijzen niet louter bestonden uit materiële bezittingen, maar ook uit innerlijke rijkdom, waarin zelfs pijn en de dood hun plaats hebben. Tegen het einde van zijn verhaal over Jezus, schrijft Matteüs, “Ga en maak alle volkeren tot mijn leerlingen.” Dat formuleert dat God er voor alle mensen is en dat Jezus er de tastbare openbaring van is, en dat Hij er is voor alle mensen zonder rekening te houden met taal of cultuur, herkomst of huidskleur, rijkdom of macht of geslacht. En deze Jezus was gekomen met de goddelijke uitnodiging: heb elkaar lief, maak van de aarde een plaats waar het goed leven is. Blijkbaar is dat wat deze Wijzen ervaren hebben in hun ontmoeting met het nieuw geboren kind. Matteüs laat zien dat deze Wijzen geloven in dat kind, in die mens, Jezus. En dat geloven betekent – op weg gaan, zoeken en onderweg ervaring opdoen dat God zich telkens weer laat vinden als wij ons door Hem laten verrassen. In het verhaal laat Matteüs ook zien dat je geloven niet alleen doet, op je eentje, maar dat je het samen doet. De wijzen gingen samen op pad, op zoek naar zin, naar een licht dat nooit meer zou doven. Zo’n zoektocht daar begin je niet zomaar mee: je volgt een spoor. De wijzen volgden een ster die hen bij Jezus bracht. Wij hebben wegwijzers naar God nodig. Om God te vinden, zo laat Matteüs zien, moet je niet alleen openstaan voor de Bijbelse Boodschap, maar ook voor de tekenen van de tijd. Wat waren tekenen in het jaar 2009 ? Nou hebzucht, en dat dit een ongelooflijke bewegingskracht bezit die kan leiden tot omvallen van banken, ontwrichting van internationale betrekkingen en veel meer. Dat vissen, vogels en andere dieren kunnen uitsterven. Dat oneerlijke verdeling van water, voedsel, en kennis leiden tot conflicten, tot hongersnood en geweld en terreur. En dat onze hunkering naar geluk blijkbaar nauwelijks verder blijkt te reiken dan het olé, olé gevoel van oppervlakkige entertainment. Nee. Wie in vredige zelfgenoegzaamheid denkt te leven zal nooit een ster boven zijn/haar leven zien. De wijzen uit het verhaal zijn mensen, en hopelijk mensen zoals wij hier, die vragen stellen en op tocht gaan – en het kind vinden – en daarmee Gods heerlijkheid ervaren , en dus ontroerd, geven van hun rijkdom. Volgens mij is het Matteüs daarom te doen, met zijn verhaal. De wijzen gaan terug naar huis langs een andere weg. Ze moeten terug naar hun eigen omgeving en hebben daar een taak te vervullen, namelijk getuigenis af te leggen van de waarheid die zij hebben ervaren. De ontmoeting met Jezus heeft hen veranderd, heeft hen op een nieuwe levensweg gezet. Het verhaal van Matteüs, over een vreemde belevenis van de wijzen uit het oosten, is geworden tot een beschrijving van mensen, en van u en van mij, die God zoeken, die bereid zijn de ster van onze idealen te volgen. Het is het verhaal van mijn en uw geloofsweg. Een mens blijft onderweg. Ook na de ontmoeting met Jezus, bleven de wijzen reizigers. Maar aan hun reis werd iets toegevoegd. Naast zoekers van het licht werden zij ook verspreiders van het licht. Naast zoekers naar God werden zij ook beeld van God voor anderen. En nu zie ik, en ik hoop het ook voor u, dat onze tocht naar het licht een langzaam groeien is. Maar het gepassioneerd verhaal van Matteüs, laat zien dat wijze mensen, u en ik inclusief, zich door Gods licht in beweging laten brengen en nooit opgeven. Toch! pater Jan Haen C.Ss.R. |