Verkondiging op 24 januari 2010 in de Laurentiuskerk te Weesp

Eerste lezing: Nehemia 8, 2-4a.5-6.8-10
Evangelie : Lucas 1,1-4; 4,14-21

Beste mensen,

In de eerste lezing hoorden wij dat de priester Ezra vanaf de dageraad tot de middag het boek van de wet voorlas, èn dat allen die het konden volgen daar aandachtig naar luisterden.

In deze tijd van het jaar zou dat voor ons dus betekenen vanaf vanmorgen half negen tot ongeveer twaalf uur. En dan alléén maar allemaal wetten. Wie kan dat nu volhouden? Blijkbaar was de uitleg van die wetten - door de priester Ezra - zó hoopgevend en bevrijdend - en zó rechtstreeks tot het hart van de toehoorders gericht, dat zij tot tranen van vreugde waren bewogen. De uitnodiging om na die lezing feest te vieren was dus niet tot doven gezegd. In tegenstelling met wat zij vroeger misschien gedacht hadden ("God is zo streng") weten zij dán ineens: God de Heer schenkt ons vreugde en kracht.

Tot die overtuiging is ook Lucas gekomen: die goedheid van God is door Jezus nog eens héél duidelijk tot hem doorgedrongen. Daarom besloot hij om een ordelijk verslag te schrijven over Jezus' woorden en werken. Want ín Hem is "het Woord van God" levend geworden. Dat Jezus daartoe geroepen was, is natuurlijk langzamerhand tot Hem doorgedrongen. Zoals iedere roeping langzamerhand vaste vorm gaat krijgen: velen voelen zich oorspronkelijk tot heel iets anders aangetrokken dan wat tenslotte - na een lang proces - hun eigenlijke levenstaak is geworden. Dat is zeker óók bij Jezus het geval geweest. "Hij nam toe in wijsheid en kennis bij God en bij de mensen": zo staat in de Schrift. Als hij eigenlijk als klein kind zijn roeping al had gekend, dan was hij niet ècht mens geweest. Dan had hij ook niet kunnen en moeten toenemen in wijsheid.

Door te lezen in de Schrift, door het bestuderen van de teksten der profeten enz., kwam "de Geest des Heren" over hem zoals de profeet Jesaja voorspeld had dat dit zou gaan gebeuren in een mens die met gezag de blijde boodschap van God aan de mensen zou gaan verkondigen in woord èn werk.

Die tekst van Jesaja las Jezus voor: de tekst over de komst van "het vleesgeworden Woord van God". Jezus herkende hierin - dank zij zijn opvoeding en dank zij alles wat hij meemaakte - dat Hij de figuur was die hier voorspeld werd. Jezus was gaan voelen dat Hij geroepen was om de Blijde Boodschap te brengen aan de armen; dat Hij mensen die zich gevangen voelden (in hun onmacht) van die gevangenschap zou vrij maken; dat Hij mensen het levenslicht moest teruggeven. Vanuit die overtuiging over zijn roeping kon Hij - na het lezen van de Jesaja-tekst - tot de aanwezigen in de synagoge zeggen: "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan!"

Het is natuurlijk duidelijk dat toen niet alle aanwezigen daar van overtuigd waren. Maar Lucas wel: Hij wilde in zijn evangelieverhaal laten zien hoe betrouwbaar de leer is van Jezus.

In de persoon Jezus komt Gods Geest -, komt God zelf naar de mensen, naar de armen, naar de verdrukten. Hij komt naar de mensen om te bevrijden, te helen, om leven te brengen. Jezus maakt God zichtbaar door zijn bevrijdend handelen.

Jezus' spreken en doen in Nazareth van 20 eeuwen geleden is het spreken en doen van God in alle tijden voor alle mensen, dus ook hier en nu vandaag.

Hopelijk blijft Jezus onze inspiratie om in zijn voetsporen te treden: door ons optimistisch geloof, en door blijmoedig te trachten ook voor anderen te leven (zoals Hij dus deed).

En ik hoop dat u / jullie / ikzelf niet pessimistisch zullen worden als wij verhalen horen die met Jezus' goedheid en liefde niets meer te maken hebben.

God geve dat!

Henk Samsom, emerituspastoor