Verkondiging op 14 februari 2010 in de Nicolaaskerk te Muiden

Eerste lezing: Nehemia 8, 2-4a.5-6.8-10
Evangelie : Lucas 1,1-4; 4,14-21

Beste mensen,

De lezingen van deze zondag passen, dunkt me, niet zo goed bij de sfeer van het carnavalsweekend. Het lijkt somberheid troef. Wee u…. klinkt het viermaal achter elkaar. Als je rijk bent, als je verzadigd bent, als je lacht, als je geprezen wordt… Wee u! Het klinkt allemaal onheilspellend! Maar zalig ben je …., als je arm bent, als je honger lijdt, als je moet huilen, als je vervolgd wordt. Dat is nou niet direct een boodschap die overeenkomt met de uitbundige levensvreugde van het carnavalsgebeuren. Toch zijn er mijns inziens zinnige verbanden te leggen.

In de lezingen van deze zondag horen we telkens scherpe tegenstellingen. Jeremia en Psalm 1 volgen een zegen-en-vloekschema. Gezegend de Godvrezende, gezegend de rechtvaardige…; maar waardeloos zij die mensen vertrouwen en die God vergeten. Zij, de goeden, worden vergeleken met een boom die geplant is aan het water en die vruchten draagt, ook in dorre perioden; zo niet de slechten, die worden vergeleken met een struik in de woestijn of met kaf dat wegwaait in de wind: dat zijn de mensen die zich om God en gebod niet bekommeren. Leef behoorlijk, zoals God het van je vraagt, dan heeft je leven toekomst: dan draagt je leven goede vrucht. Maar leef je er maar op los, dan komt er niets van je terecht.

In het verbond van God met ons staan we voor de keuze: bij God ons heil zoeken, dan zul je ziel en zaligheid winnen; of God en zijn gebod negeren, maar dan heeft je leven geen enkele waarde. Zegen en vloek liggen dicht naast elkaar. Maar je hebt je lot in eigen hand. Je bent zelf verantwoordelijk voor goede of kwaad. In de apostellezing gaat het over verrijzenisgeloof of ongeloof. De verrezen heer is voor Paulus onze garantie voor toekomst en behoud. Als Christus niet verrezen is, dan is uw geloof waardeloos; dan zijn we nog niet verlost. Maar ook als het om geloven gaat passen we ons vaak liever aan. De groep mensen die nog gelooft, en zeker de groep mensen die nog naar de kerk gaat, wordt steeds kleiner. Het gaat opvallen als jij het wel doet. Daar moet je maar niet te veel over praten. Er zijn jongeren die best wel geloven, maar het op school niet durven te vertellen, omdat ze bang zijn gek gevonden te worden. Er zijn oudere mensen, die maar liever niet vertellen dat ze geloven, want ze kunnen het niet zo goed uitleggen en dan houden ze maar liever hun mond.

We doen het allemaal wel eens: je mond houden om niet op te vallen of om je aan de groep aan te passen of omdat het wel zo beleefd is. vaak is het heel onschuldig. Maar riskant is het ook: je loopt het risico dat het een levenshouding wordt. Dat je je altijd aanpast, nooit meer je hart volgt, altijd op de buitenkant van de dingen reageert. Zo iemand noemt Jeremia in de eerste lezing een ‘kale struik in de steppe’. Iemand die alleen mensen vertrouwt. Dat wil zeggen: die vertrouwt op wat van de mensen is, namelijk zekerheden, bewijzen en uiterlijk vertoon.

Wat ons leven waarde geeft, is volgens Lucas: barmhartigheid, dienstbaarheid, bereidheid om lijden te aanvaarden en andermans lijden te verlichten. Zijn evangelie is een heilsboodschap voor iedereen, maar niet een goedkoop recept voor succes of profijt. Dit evangelie doet denken aan een lied van Oosterhuis:’Deze wereld omgekeerd’(GvL 428).

De wijze woorden en het groot vertoon
de goede sier van goede werken
de ijdelheden op hun pauwentroon
de luchtkastelen van de sterken
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven
Hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.

Deze wereld omgekeerd: daartoe roepen het evangelie en de andere lezingen ons op.

Kunnen carnavalsvierders hier iets mee?? Dat ligt eraan hoe zij carnaval beleven. Carnaval is meer dan oppervlakkig lol maken. Carnaval is ook maatschappijkritiek, soms ook kerkkritiek. Carnaval is bespotting van de maskerade van ons dagelijks leven. Carnaval is de boel omdraaien: hooggezetenen de lachspiegel voorhouden, wat voornaam en deftig is ontdoen van onwaarachtigheid en schone schijn. Carnaval is ook verbroedering: hoog en laag zijn elkaars gelijke, zijn mensen die lachen om de dwaasheid die al te vaak hoogtij viert. Een leven zonder humor is dor en droog. Het leven is te mooi om somber en ongelukkig te zijn. Gezegend de mens die zich niet blind staart op wat schijn is. Dat zeggen ons de lezingen van deze zondag. Dat is eigenlijk ook de diepere betekenis van carnaval.

Misschien is het wat ver gezocht om de encycliek van Paus Benedictus erbij te halen: Caritas in Veritate. Zoek de liefde in de waarheid. Wie openstaat voor Gods liefdeboodschap, die zal waarachtig heil ontvangen en doorgeven. Het gaat uiteindelijk in het leven toch om liefde in waarachtigheid. Dat is wat maakt dat je bent als een boom aan het water geplant. Zalig zijn wij, als we rijk zijn in de ogen van God. Amen

Fie Pronk-van Bruggen, Lid Liturgiegroep Muiden

Bij het samenstellen van de overweging is gebruik gemaakt van teksten uit:
‘ Tijdschrift voor verkondiging’, 14 februari 2010, zesde zondag door het jaar.
Guus Wijnhoven ofm, preekvoorbeeld 47-49
-Werkgroep liturgie Heeswijk 2010.