Verkondiging op 14 februari 2010 in de Boskapel te Muiderberg
Eerste lezing: Jeremia 17, 5-8 Beste mensen, De Evangelielezing vandaag komt zeker bij heel wat mensen vreemd over. Want hoe kan je nu zalig zijn als je arm bent, als je honger lijdt, als je moet huilen, als je vervolgd wordt? Het lijkt bijna alsof iemand die het heel goed heeft getroffen in zijn/haar leven geen enkel medegevoel heeft met allen die het slecht hebben, en hen allen toeroept: "jullie moeten niet klagen, maar juist heel blij zijn!" Zo'n houding zouden wij allen schandalig vinden. En nog - des te méér - zijn wij verontwaardigd als wij zien hoe rijken bijvoorbeeld - over de ruggen van hun medemensen heen - alles in het werk stellen om nòg meer binnen te halen.Maar... in het Evangelie is het niet zo'n figuur die de zaligsprekingen verkondigt. Het is Jezus zèlf. Hij zegt niet alleen iets tot de zogenaamde "kleinen", maar ook juist tegen gevoelloze "alles-hebbers": voor hen zijn de wee-uitroepen bedoeld. Ik zeg expres "gevoelloze" alles-hebbers. Want het is echt niet zo dat Jezus alle mensen - die het goed getroffen hebben - aanklaagt. Dàt weten wij wel uit Jezus' woorden en daden die wij in de bijbel aantreffen. Hij kwam op voor alle mensen die van goede wil waren. Want gelukkig zijn er ook heel veel mensen - die dat kunnen doen - zich daadwerkelijk inzetten voor het verbeteren van het lot van anderen: zodat ook zij deel krijgen aan de welvaart. Rijke mensen kunnen zeer zeker een zegen zijn voor onze gehele maatschappij. Gelukkig zijn er nog veel van: mensen dus bij wie je altijd kunt aankloppen, en die daar niet mee te koop lopen. Zij vinden het vanzelfsprekend om anderen te helpen, die dat nodig hebben. Velen van zulke goede "rijken" vinden hun inspiratie gelukkig óók vanuit hun geloof. Helaas echter zijn er steeds meer mensen die zeggen niet meer te geloven. En zeker de groep mensen die nog naar de kerk gaat, wordt steeds kleiner. Het gaat soms opvallen als je dat wel doet. Daar moet je maar niet te veel over praten! Er zijn jongeren die best nog wel geloven maar het op school niet durven te vertellen, omdat ze bang zijn gek gevonden te worden. Er zijn ook oudere mensen die maar liever niet vertellen dat ze geloven: want ze kunnen het niet zo goed uitleggen, en dan houden ze maar liever hun mond. We doen het allemaal wel eens: je mond houden om niet op te vallen, of omdat het wèl zo beleefd lijkt. Vaak genoeg worden er ook vragen gesteld over toestanden in de kerk, waar wij óók geen bevredigende reactie op kunnen geven. Vaak vinden wij zèlf óók dat de officiële kerk zich niet laat zien als "de Kerk van Jezus'": door allerlei wetten en voorschriften, en afkeuringen van goede nieuwe inzichten die doorbreken. Ik ben er van overtuigd dat de Geest van Jezus nog steeds werkzaam is in mensen die soms zeggen niet meer tot de Kerk te behoren, maar die wel in heel hun leven zich inzetten voor hun medemensen, zoals Jezus ons is voorgegaan. Dat vinden wij bij heel veel beroepen en functies. Zelf hoor ik dat nog regelmatig van mensen die bijvoorbeeld na een opname in het ziekenhuis de verzorgers en verzorgsters een grote pluim geven: "ze staan altijd voor je klaar", hoor je dan, of "geen moeite was hun te veel". En dit gevoel van dankbaarheid kan je bij heel veel beroepen en functies tegenkomen. Gelukkig maar. Kerk-mensen worden er steeds minder gevonden. Maar mensen die Jezus' voorbeeld navolgen zijn er nog veel. "Volgelingen van Jezus" dus. Misschien onbewust, maar toch! Te
midden van veel narigheid in de wereld vinden we ook veel goedheid en liefde. Henk Samsom, emerituspastoor |