Verkondiging op 7 maart 2010, derde zondag in de Veertigdagentijd, in de Laurentiuskerk te Weesp

Eerste lezing: Exodus 3, 1-8a + 13-15
Evangelie: Lucas 13, 1-9

Beste mensen,

Wanneer ons iets ergs overkomt, ziekte of een ernstige handicap, de vroege dood van een dierbare, vragen we ons al heel gauw af: 'Waarom moet mij dat gebeuren? Waar heb ik dat aan verdiend?'. Nog steeds wordt ernstige ziekte of ongeluk een beetje als een straf van boven gezien.

De joden in Jezus' dagen meenden dat in ieder geval wel heel sterk. Maar Jezus helpt hen uit de droom. Denk niet, zegt Hij tegen hen, dat God Pilatus heeft gebruikt om een aantal mensen in Galilea met de dood te straffen, en denk nou niet dat die achttien mensen die onder het puin in Siloam omkwamen, door God aldus werden gestraft voor hun zonden. Dan zouden er wel meer doden vallen. Want alle mensen hebben schuld, iedereen heeft vuile handen; niemand gaat vrijuit. Onthoud het, zegt Jezus, ongeluk en dood zijn vaak niet te beredeneren, en zijn in ieder geval geen straf van boven. Toen niet, nu niet en nooit!

Zo zit de God van Jezus, onze God, niet in elkaar. De God van Jezus is de God over wie de eerste lezing vertelt. Het is een God, die zegt: 'Ik ben er. Ik trek met je op, en ik deel je verdriet'. Het is de God waarvan Jezus zegt: Je mag hem met Vader aanspreken.

De God van Jezus, onze God, heeft bovendien geduld met mensen, en hakt er niet zomaar op in. Dat vertelt Jezus ons in de parabel van de vijgenboom die al een paar jaar geen vruchten heeft voortgebracht. 'Hak hem maar om', zegt de ontevreden eigenaar. Maar de knecht vraagt om uitstel, om geduld en vertrouwen. Hij zegt: 'Als ik nu de grond nog eens goed omspit en hem nog eens wat extra mest geef; misschien draagt hij dan wel vrucht, volgend jaar misschien. Zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken'.

Het mooie in dit verhaal is dat die tuinman zegt: We kunnen die boom wel de schuld geven, en hem meteen omhakken, maar het kan ook aan mij liggen. Misschien heb ik er niet genoeg tijd en aandacht aan besteed. Zo'n houding verdient navolging. Die man weigert de boom als schuldige aan te wijzen. Hij zegt niet: Die boom deugt niet; er zit geen groeikracht meer in; die levert nooit meer wat op. Nee, hij stelt vragen aan zichzelf, en zegt: Het kan ook aan mij liggen.

Anderen de schuld geven en er met de botte bijl op inhakken, doen we - denk ik - allemaal wel eens. Of het nu gebeurt bij een aanrijding, bij gewelddadigheden, bij familieruzies, bij onrust in het bedrijf of onenigheid in de kerk... we denken en zeggen vaak veel te vlug wie de schuldige is. Maar zo gemakkelijk is dat niet, leert Jezus ons. Het kan namelijk ook aan ons, het kan ook aan mij liggen!

Bovendien zegt Jezus, even daarvoor, dat niemand van ons moet denken zonder fouten te zijn. We hebben allemaal boter op ons hoofd. Heb dus geduld met elkaar, is zijn vraag aan ons. Heb geduld met elkaar, zoals God geduld heeft met jullie. Wees genadig zoals God genadig is. Sluit niemand uit.

Het gezegde is: geduld is een schone zaak. Maar geduld kan ook op de proef worden gesteld. Het wordt moeilijk als men geen perspectief meer ziet. De tuinman ziet kennelijk wel perspectief. Als hij zijn best doet, komt het, hoopt hij, wel goed met die boom. Geduld vraagt dus om actieve inspanning. Geduld is niet afwachtend achteroverleunen. Dat leidt al gauw tot onverschilligheid.

Geen geduld hebben is ook niet goed. Wie er onmiddellijk op inhakt en de botte bijl hanteert, maakt veel kapot. Jezus leert ons dat wie geduld beoefent, soms onverwacht vruchten ziet groeien. Niet nu meteen, maar volgend jaar misschien..

Amen

Guus van der Poel, lid liturgiegroep (met dank aan de Federatie Herenthals)