Verkondiging op 14 maart 2010, vierde zondag in de Veertigdagentijd, in de Laurentiuskerk te Weesp

Eerste lezing: Jozua 5,9a.10-12
Evangelie: Lucas 15,1-3,11-32

Ik ben afgelopen week teruggekomen in Nederland. Ik ben bijna twee maanden in Zuid Afrika geweest. Ik ben overvallen door berichten over gebeurtenissen in de Rooms Katholieke Kerk die in de afgelopen tijd hebben plaats gevonden. Donderdag zag ik de Administrator van onze parochie, Deken Amro Bakker op het journaal  de grote boor zegenen die de Noord-Zuid Lijn onder Amsterdam gaat maken. Aardig gegeven. Minder aardig was het bericht van een pastoor in Brabant die deelname aan de heilige communie weigerde aan prins Carnaval, omdat deze laatste er publiekelijk een homoseksuele leefwijze op nahoudt. Dat werd gevolgd door een heilloze confrontatie tussen kerkleiders en actievoerders als het ware over de rug van het Heilig sacrament. En is er een brief gekomen van onze bisschop, mgr. Punt met betrekking tot de gevallen van seksueel misbruik in de katholieke kerk van Nederland. Deze brief zal in zijn geheel in het parochieblad worden afgedrukt en op de parochiewebsite te vinden zijn.  Ik citeer alvast uit deze brief - Mgr. Punt schrijft:

"Graag wil ik met u mijn gevoelens aangaande deze ernstige problematiek delen. Met u voel ik mij zeker als bisschop geschokt en beschaamd….Wat tot nu toe naar boven is gekomen moeten wij erkennen dat er structureel ernstige fouten hebben gezeten in het toenmalige opvoedingssysteem. De grote afstand tussen leraar en leerling, de geringe controle en het verregaande ontbreken van sensibiliteit voor deze gevaren, heeft het mogelijk gemaakt dat een – weliswaar kleine groep paters, broeders en zusters met een verstoorde seksualiteit – jarenlang slachtoffers hebben kunnen maken, en kinderen voor hun leven hebben getekend….Wij( de bisschoppenvergadering dus) willen hen (de slachtoffers) alsnog de volle erkenning geven van de vaak levenslange geestelijke wonden die hen zijn toegebracht, en van de schuld die de kerk in haar geheel hiervoor draagt".

Een frappant bericht gezien het feit dat wij hier vandaag de eerste communicantjes aan u gaan voorstellen, die dit jaar voor het eerst de Heilige Communie zullen ontvangen.

Hoe verstaan, beluisteren wij de schriftlezingen van vandaag in het licht van deze gebeurtenissen was de vraag die ik mijzelf stelde.

Ik begin met de eerste lezing van vandaag – uit het boek Jozua, Eerste of Oude testament. De schrijver daarvan vertelt dat in die dagen de Heer, God dus, sprak tot Jozua: "Vandaag heb ik de smaad van Egypte van u afgewenteld". En dat betekende, zo vertelt het verhaal – dat vanaf de volgende dag het manna, het brood dat voor het oprapen lag, en hen had gevoed gedurende hun tocht door de woestijn, ophield. En dat de Israëlieten voortaan zouden eten wat zij zelf in het land voortbrachten. In andere woorden, dit betekent dat het volk Gods, in een nieuwe fase van hun geschiedenis terechtkwam. Wat wij dus nu weten is dat er een verandering plaatsvond in  de verhouding tussen God, de Eeuwige, en het volk. De God wiens naam is “ Ik ben wie Ik ben”, anders vertaalbaar uit het hebreeuws als, “Ik ga met Je mee” is niet langer alleen te herkennen in de woorden van en leiding door Mozes gegeven. Nee de situatie is veranderd. Ze volgen niet langer een leider door een woestijn, maar dragen zelf verantwoordelijkheid voor hun leven, en zien in dat God, "Ik ben wie ik ben” God – "Ik ga met je mee” juist in de uitoefening van die persoonlijke en groeps-verantwoordelijkheid te herkennen is. Ik geloof dat wij in een vergelijkbare situatie verkeren. Tijden zijn veranderd. Bisschop Punt noemt het zelf in zijn brief. De tijd waarin velen van ons opgevoed zijn was anders. Toen was ons kennen, herkennen van de verhouding tussen God en ons klip en klaar. De vraag- en antwoordmethode van de catechismus bleek 50-100 jaar geleden voor bijna alle gelovigen afdoende. Wie heeft mij geschapen? – God heeft mij geschapen. Waarom heeft God mij geschapen?- God heeft mij geschapen om hem te kennen, lief te hebben en te dienen in dit leven, en met hem te leven in het hiernamaals. Zo eenvoudig is het niet meer. Levensvragen zijn er genoeg. Maar de antwoorden die daarop geboden worden zijn niet meer zo vanzelfsprekend. Integendeel, ze roepen nog meer vragen op. Bij ons en bij onze kinderen en kleinkinderen. We zijn ons ervan bewust dat we een eigen verantwoordelijkheid hebben die je niet zomaar kunt afschuiven op een ander.

Dat komt in het evangelieverhaal van vandaag ook naar voren. De schriftgeleerden en farizeeërs klaagden over wat Jezus allemaal vertelde en deed. En wat doet Jezus? Hij vertelt een prachtig verhaal. Het verhaal van een jongeman die niet alles slikt wat zijn Vader, of oudere broer, of wie dan ook hem vertelt. Hij wil er zelf op uit. Hij heeft veel meegekregen. Hij wil daarmee goede sier maken. Iets mee doen en zelf besluiten nemen – zonder dwang of bemoeienis van anderen. Hij komt zichzelf tegen. Hij leert dat je niet zonder anderen kunt leven. En dat het mooiste is, wanneer je eigen familie je niet in de steek laat. En dat doet zijn familie niet. Tenminste zijn Vader niet. Wat is die man blij zijn kind weer thuis te hebben. Alleen zijn oudere broer die heeft er veel moeite mee. Want die handelt en denkt en reageert vanuit een gehoorzaamheid die niet op eigen verantwoordelijkheid stoelt. Het verhaal vertelt niet hoe het precies afloopt met de twee broers. Maar duidelijk is dat de Vader leeft in de hoop dat ze tot ontmoeting komen,vergiffenis en verzoening waar nodig, zodat ze met z'n allen kunnen delen in het feestelijk samen zijn.

Een troostend verhaal voor u en voor mij. Jezus en de heilige schriften bevestigen hoe goed het is om God te kennen en herkennen in ons bestaan. Daarbij mogen wij nooit onze eigen verantwoordelijkheid en integriteit inleveren voor een kritiekloze gehoorzaamheid. God erkennen en herkennen gebeurt in liefde, en met respect in onze omgang met elkaar. In deze geest handelen maakt, dat de problemen van de kerk en de samenleving hanteerbaar blijven. Dat vieren wij met de herinnering aan Jezus Christus in ons rituele samenzijn vandaag. En dat is goed. Een groot goed. En maakt het mogelijk de kinderen die binnenkort hier voor de eerste keer gaan deelnemen aan de communietafel vol vertrouwen welkom te heten. Amen

pater Jan Haen C.Ss.R.