Verkondiging op 21 maart 2010, vijfde zondag in de Veertigdagentijd, in de Laurentiuskerk te Weesp
Eerste lezing: Jesaja 43, 16-21 In het Evangelie van vandaag komen Schriftgeleerden en Farizeeën naar Jezus toe met een vrouw die - volgens hun zeggen - op heterdaad betrapt was op overspel. Daarover verwachten zij van Hem een uitspraak: moet deze vrouw gestenigd worden of niet? De meesten van ons zouden in zo'n geval allereerst zeggen: "Eerst even wachten! Bij overspel is toch ook een man betrokken? Gaat hij volgens jullie vrijuit?" Maar Jezus ging niet in discussie. Hij schreef iets in het zand. Wat hij schreef wordt niet vermeld. Maar daarna zei Hij: "Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen!" En dan? Allen druipen af. Diep in hun hart weten zij, dat ook zij soms een heilloze weg gaan, en zich niet weten om te keren. Intussen heeft de vrouw waarschijnlijk wel gedacht: "Nu gaat het gebeuren: er is vast wel iemand die de eerste steen naar mij zal gooien." Maar de cirkel van haat en geweld, de cirkel van hypocrisie is doorbroken. Jezus heeft ruimte gemaakt voor haar om verder te kunnen leven. De vrouw werd géén slachtoffer van de mensen die in macht waren aangesteld. Want Jezus wilde niet dat de vrouw zou moeten lijden en daaraan kapot zou gaan. In deze tijd zijn er echter in vele landen - óók in Nederland - mannen en vrouwen die hun leven lang gebukt gaan onder de last van ervaringen die zij in hun jeugd op internaten hebben opgedaan door toedoen van mannen en vrouwen die zij eigenlijk voor de volle 100 procent hadden moeten kunnen vertrouwen, omdat dit kerkelijke personen waren, tegen wie zij eigenlijk hoog opkeken. Het blijkt nu dat veel bisschoppen - ook de paus - allang wetenschap hadden van die "verkeerde dingen", maar dat dit altijd met geheimzinnigheid werd omgeven. Er werden nooit maatregelen genomen tegen de daders. Hooguit kregen zij een andere benoeming, waar zij soms weer nieuwe slachtoffers konden maken. Bisschop Gerard de Korte van Bisdom Groningen-Leeuwarden - schreef deze dagen een brief die dit weekeinde in alle kerken van dat bisdom wordt voorgelezen. Daarin noemt hij het "een zeer donkere bladzijde in de geschiedenis van de Kerk." Natuurlijk is er ook seksueel misbruik buiten de kerk. Daarover zegt bisschop de Korte: "Het vuil in de straat van een ander maakt onze straat immers niet minder vuil. Wij katholieken moeten eerlijk naar onszelf kijken." Dus eigenlijk precies zoals de Schriftgeleerden en Farizeeën naar zichzelf gingen kijken en geen steen meer durfden gooien. In de brief van bisschop de Korte staat óók nog: "ik kan me voorstellen dat gelovigen het gevoel hebben: wil ik er nog wel bij horen?" Het nieuws over het misbruik komt na eerder negatief nieuws over de Holocaust-ontkenning door Williamson, en de gevoelige kwestie van Kerk en homoseksualiteit. Het risico bestaat dat de vrijwilligers die zich inzetten voor parochies gedemotiveerd raken. Het komt erop aan de relatie met God en Jezus niet afhankelijk te maken van het falen of slagen van geloofsgenoten. Het "grondpersoneel" van God valt wel eens erg tegen. Wij moeten niet vervallen in wij-zij-denken, van zuivere mensen aan de ene kant en zondige aan de andere kant. Alles bij elkaar kunnen wij zeggen dat de Kerk op het ogenblik een lege onvruchtbare steppe lijkt. Maar niet pessimistisch worden! De Kerk is gewaarschuwd dat het zó niet verder kan: dat er verandering moet komen om de Kerk weer echt te maken wat zij moet zijn: namelijk de Kerk van Jezus. Als dat de "vrucht" van "de ellende van nu" zou zijn, dàn wordt het prachtige lied van Huub Oosterhuis: "De steppe zal bloeien" toch nog realiteit. Wij moeten Jezus weer gaan herkennen in onze Katholieke Kerk, zodat iedereen die met onze Kerk in contact komt daar weer de vreugde van "de Blijde Boodschap" zal vinden. Laten wij daaraan ons steentje bijdragen met de zegen van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Amen. H. Samsom, emerituspastoor |