Verkondiging op 25 april 2010, Vierde zondag van Pasen, in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg

Eerste lezing: Handelingen 13,14.43-52
Tweede lezing: Apokalyps 7,9.14b-17
Evangelie: Johannes 10,27-30

Het is vandaag roepingen Zondag. Wanneer in deze context het woord roepingen valt , denken wij onmiddellijk aan mensen als priesters, fraters, broeders, nonnen. Deze zijn nu snel aan het verdwijnen van het Nederlandse toneel. Neem mijn eigen kloostergemeenschap. Momenteel zijn er 68 Nederlandse Redemptoristen. Daarvan is geen een jonger dan 60 en zijn er 5 jonger dan 70. Nederlandse Redemptoristen zullen over een aantal jaren compleet zijn verdwenen.

Wij leven in de hoop dat de parochies nog lang bediend kunnen worden door priesters die voor kunnen gaan in de eucharistievieringen. De priester Herman Verbeek schreef deze week over de nieuwe generatie priesters, van wie wij er onlangs zelf een hebben meegemaakt. De nieuwe generatie priesters, weer in zwart pak met witte boord. Zij verschansen zich achter het altaar en werken daar strikte handelingen en formules af. Zij luisteren niet, zij verkondigen. De kerkgangers zijn ontvangers. Die hebben toe te horen en te gehoorzamen. En daardoor ontkom ik niet aan de indruk dat alle leken in de roomse kerk tweederangs leden zijn. Alleen niet-gehuwden zijn tot het heilig dienstwerk toegelaten en vrouwen al helemaal niet. En wij maar bidden voor roepingen. Is het nog wel aansprekend genoeg om je aan een kerkgemeenschap te binden en vanuit je geloof God en mensen te dienen?

Kunnen wij nog steeds zeggen: ‘Ja, hier ben ik.’ zoals zoveel mensen voor ons dit ‘Ja, hier ben ik’ gezegd hebben? En waarom zouden wij dat doen; is het boeiend om binnen het kerkelijk verband je te blijven engageren?

Ja zeker, En ik citeer nu de woorden van een andere priester dan Herman Verbeek. Het is een confrater van mij, een Redemptorist uit België , die tien dagen geleden zijn 25 Jaar priesterfeest vierde. Hij vertelde: Toen mij de vraag gesteld werd of ik vandaag iemand zou aanraden om priester te worden, heb ik drie dingen gezegd:

1. Ik ben het met Paulus eens: wie een dienstambt in de kerk nastreeft, ambieert een voortreffelijke taak (1 Tim 3). Dit is ook mijn ervaring na 25 jaar.

2. Wie nu binnen de kerk een ambt op zich neemt moet weten dat hij/zij in een huis gaat wonen waarin volop gewerkt wordt. Aan de ene kant worden delen gerestaureerd en aan de andere kant wordt nieuw gebouwd. Niemand schijnt te weten waar de Architect met het gebouw naartoe wil. Wie in zo’n huis woont loopt het risico hier of daar iets op het hoofd te krijgen, gezien de chaos. Hierin leven is alleen voor mensen met een avontuurlijke geest bestemd.

3. Ik zou hem/ haar het woord van Kardinaal Seunens meegeven: Zalig zij die durven dromen… en bereid zijn de prijs te betalen om hun dromen waar te maken.

Zo’n dromer zijn wij in de eerst lezing vandaag tegen gekomen .Daarin beluisteren wij een stukje van de droom van Johannes de schrijver van het boek Openbaring. Hij beschrijft hoe hij een geweldige menigte zag, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. …en werd hem, Johannes dus, verteld, door een van de oudsten: Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking ..en verder ..Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnestreek of woestijngloed zal hen treffen, want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven en God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Wij hier vandaag maken deel uit van die menigte, aan wie zoveel beloofd wordt in die droom van Johannes. En neem dan het evangelieverhaal vandaag. Het gaat niet om een paar makke schapen en een idyllische herder. Het gaat over een mens – vrouw of man – die bewogen is met anderen die aan haar of zijn zorgen is toevertrouwd. Het gaat niet om slaafs de leider te volgen, want dan krijgen wij dictators en slaven. Het gaat - om samen er voor te zorgen dat er een klimaat van vrede en wederzijdse zorg groeit.

Deze jubilaris om zijn eigen woorden te gebruiken zei: "Ik doe wat ik doe omdat ik nog steeds geloof dat mensen het meest gelukkig zijn, als ze doen wat in het evangelie staat. Daarom sta ik achter Jezus van Nazareth! Ik neem aan wat Hij over zichzelf over God en over de mensen zei. Ik geloof daarom: dat ik kind van God ben. Dat God veel van mij houdt. Dat ik eeuwig zal leven en dat ik voor altijd door Hem, met Hem en in Hem een gelukkig mens zal zijn. Amen."

Volgens mij is dat mijn roeping en ook de roeping ons allemaal hier. Ik heb daaraan niks meer toe te voegen. Ik kan het alleen maar beamen.

Pater Jan Haen C.Ss.R.