Verkondiging op 9 mei 2010, Zesde zondag van Pasen, in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg

Eerste lezing: Handelingen 15,1-2,22-29
Tweede lezing: Apokalyps 21,10-14,14,22-23
Evangelie: Johannes 14,23-29

Ik las onlangs en citeer. Sinds oma was overleden en het ouderlijk huis verkocht, voelde het familiegebeuren voor achtergeblevenen anders. Ze zagen elkaar altijd bij haar thuis. Een paar keer per jaar kwam er een rondzendbrief met nieuwtjes van iedereen die oma verzameld had. En de eerste zondag na Nieuwjaar kwamen ze altijd bij oma bijeen. Dat was een stilzwijgende afspraak…Van de rondzendbrief was nu niet veel meer over net als van het samenzijn rond Nieuwjaar. Zelfs al was die datum samen afgesproken, sommigen bleven dit keer zomaar weg. Er bleek steeds minder over om met elkaar te delen. Had oma de verbindende geest meegenomen? Of golden er ineens andere regels die nog niet iedereen kende? Het was net of de gezamenlijke noemer ontbrak, ‘pats boem’ verdwenen was. Misschien moest er in die familie een familielid opstaan die net als deze oma ’n natuurlijke gezag had dat de mensen weer met elkaar verbond. Een die tegelijk in staat was de ‘stilzwijgende’ regels die er lagen ter herijken, zodat ze geen los zand werden.

Tot zover het citaat. Ik herken in het verhaal de situatie in binnen de kerk van nu. Want het is waar, iedere vorm van gemeenschap heeft behoefte aan regels die richting geven aan de toekomst. Ze zijn nodig om elkaar zoveel mogelijk ruimte van leven te geven en te gunnen. Want juist die ruimte biedt de ‘nodige’ plek voor ontmoeting van binnenuit. Het belang van die regels moet wel voor ieder helder zijn zodat je ze samen kunt naleven. Wanneer regels gaan fungeren om elkaar klein te houden, ontstaan scheve verhoudingen en werken ze rivaliteit in de hand.

Maar precies dat ruimte geven en ruimte gunnen is lastig. Want soms hebben we het gevoel te weinig ruimte te krijgen. Of dat ideeën en wensen van anderen meer getolereerd worden. En niets is makkelijker dan een ander de schuld te geven van ons gevoel van tekort gedaan zijn. Als emoties gaan meespelen wordt alles nog ingewikkelder. Soms worden daarom zelfs verbanden gebroken. Wie geeft goede raad? Wie heeft er gelijk? Vaak is een leider, een soort van spilfiguur, daarbij onontbeerlijk. Een, die de geest van de gemeenschap van binnen uit verstaat. Het is immers de geest die verbindt.

In de eerste lezing wordt het verhaal verteld van de spanningen in de vroege christelijke gemeenschap. De onderlinge band tussen de christenen vasthouden blijkt lastig nu de gelovigen gemeenschap zich verspreid heeft. De komst van nieuwe mensen zet de band extra onder druk. Het gezamenlijke houvast wordt minder overzichtelijk. Vertrouwde regels komen onder vuur te liggen. Verliezen aan kracht omdat niet iedereen zich erin herkent. Iedereen gaat op eigen houtje de boel regelen. Dat werkt niet. De gezamenlijke droom waar je met elkaar heilig in gelooft en waar ieder zijn leven op afstemt, ontbreekt. De apostelen proberen dat recht te breien. In overleg worden twee leiders gezonden om helderheid te verschaffen en met allen in gesprek te gaan. Dat gesprek blijkt vruchtbaar. De nieuwkomers krijgen de leefruimte die zij op dit moment nodig hebben. Een ruimte waarin hopelijk weer vertrouwen kan groeien en in de geest die allen bezielt.

Zo creëer je ruimte voor de geest waardoor er zicht kan komen op ’n nieuwe gezamenlijk visioen zoals te vinden is in de tekst van de tweede lezing uit het boek Openbaring, . Een visioen om open naar te kijken, een wonder om over te spreken en om samen te delen. Dat visioen wordt afgeschilderd als een woonplek waar je naar opziet.

Maar nu terug naar de familie: op een gegeven ogenblik heeft een dochter van deze oma een rondzendbrief gestuurd vol met dierbare herinneringen aan haar moeder en aan alles wat ze met haar samen gedeeld hebben. Deze dochter besloot haar brief met deze zin; ‘Ik vertrouw erop dat we elkaar nog veel te bieden hebben in de geest van oma. Wie dat kan en wil beamen, nodig ik uit voor een samenzijn’. Binnenkort komen ze weer bij elkaar en tot nu toe haakt iedereen van de familie weer aan. Iedereen is benieuwd wat eruit komt, maar het zal zeker de moeite waard zijn. Dankzij oma’s geest ontstaat deze nieuwe verbindende kracht.

Elkaar leren verstaan, met elkaar communiceren. Geen eenvoudige opgave maar wel realiseerbaar. Wij zien dat aan Jezus zelf. Hij leefde van en voor dat visioen. Anders gezegd: dat was zijn leven. Met die geestkracht heeft Hij zijn volgelingen vervuld. Zo zal Hij bij hen blijven, zegt Hij, ook als Hij is heengegaan naar de Vader. Vertrouw maar op de Geest, zegt Jezus. Zij vormt de verbinding tussen de Vader, Mij en jullie. Leven vanuit zo’n vertrouwen op de Geest schept eenheid, maakt gemeenschappen tot een geheel. Bidden wij dat wij in deze geest binnen onze geloofsgemeenschap met elkaar op pad blijven gaan – onze ogen gericht op het visioen van leven in een stad van Vrede, van goddelijke vrede. Vrede in ons hart en in ons handelen.

pater Jan Haen C.Ss.R.