Verkondiging op 23 mei 2010, Hoogfeest van Pinksteren, in de Nicolaaskerk te Muiden
Eerste lezing: Handelingen 2, 1-11 Beste Mensen,
We kennen allemaal wel het verhaal van de toren van Babel. Maar door onenigheid en grote verschillen ontstond er de grote spraakverwarring. De mensen wilden een toren bouwen die tot in de hemel reikte. Hoger, breder, sterker, machtiger, meer invloed, een uitzicht over de hele wereld; met zo`n toren zou je pas aanzien krijgen. Het doet denken aan de Pyramiden in Egypte, maar ook aan de wolkenkrabbers in New York, de Eiffeltoren, en veel andere imposante bouwwerken.
De mensen van Babel die deze toren wilden bouwen, hoopten daarmee onvergetelijk te worden. Ze zouden meer eer en aanzien krijgen bij alle volkeren. En misschien wilden ze nog wel meer. Een toren naar de hemel is een opstap naar Gods domein, naar Gods Rijk. Maar dat was blijkbaar geen goed idee en daarom ontstond er misschien wel die spraakverwarring. Ze werden het gewoon niet eens met elkaar. En dan stopt de bouw van de toren. Babel wordt zo een synoniem van wartaal en onbegrip.
Maar de mens gaat natuurlijk door. We scheppen een nieuwe eenheidstaal, doen aan wetenschap en techniek. En doel is het zelfde: macht, eer en aanzien. Zeggenschap over dood en leven, zodat de aarde en de hemel doen wat wij willen. Zou God ook nu weer verwarring gaan stichten, zoals dat verhaal van Babel beschrijft?
De tegenhanger van Babel is Pinksteren. Het verhaal van Pinksteren markeert een omslag in de vroege Christelijke gemeenschap. Na Jezus`lijden en sterven, na de verrijzenis, de verschijningen en Hemelvaart, worden de leerlingen apostelen. Ze ontvangen de vriend die Jezus had aangekondigd in de vorm van inspiratie. Ze worden enthousiast. In deze twee woorden zit het wonder van Pinksteren. Inspiratie – in het Latijn: inspiration – betekent inblazing, bezieling of goddelijke ingeving. Enthousiast – in het Grieks: en theos – betekent: door een godheid bezeten. Goddelijke hulp voor een goddelijke boodschap. Met hun enthousiasme kunnen zij anderen inspireren . - en niet zomaar anderen, - maar alle andere mensen. Daarom de verwijzing naar de vreemde talen. De hele toen bekende wereld wordt aangesproken en valt onder het goddelijk plan. Dat plan kunnen de leerlingen als apostelen gaan uitvoeren. De boodschap van Jezus kan nu uitgedragen worden naar alle mensen wereldwijd. Dit betekent het begin van de kerk. Het begin van de Jezus-beweging. Het missionaire werk kan gaan beginnen.
Na de ‘nederdaling van de heilige Geest’ gaat Petrus naar buiten en begint te spreken. Zijn gehoor bestaat uit mensen uit vele landen. Allemaal verstaan ze hem, alsof hij ieder in zijn eigen taal toesprak. En hier heeft men het tegenovergestelde van het verhaal van de toren van Babel. Daar ontstond een scheiding van volkeren. Maar de Pinkstertoespraak van Petrus, - die de boodschap van Jezus uitdraagt, - brengt de mensen samen, over de grenzen heen van ras, cultuur en taal. De boodschap van Petrus bevat op die manier de boodschap en de droom van een wereldwijde gemeenschap van alle mensen. Een wereld vol bondgenoten. Het volk van God’s bondgenoten zijn wij allen, welke onze afkomst ook mag zijn.
Het Pinkstergebeuren is nog altijd tegenwoordige tijd. Wat altijd is geweest, - het waaien van de Geest, - gebeurd bij ons vandaag. Deze werking van de Geest is zo veelvoudig. Gods Geest schept ruimte. Gooit deuren en vensters open. Breekt muren en grenzen af. Brengt alle mensen samen. Het maakt heel wat verdeeld is.
Maar zou de Geest niet in de eerste plaats ruimte moeten scheppen in ons eigen hart? Want hoeveel deuren houden wij nog gesloten voor mensen in nood. Voor mensen die anders denken. Voor mensen die anders geloven dan wij. Eigenlijk houden we die blijde boodschap voor ons zelf. Wij treden zo weinig naar buiten. Want daar vindt men bondgenoten. Niet alleen in de kerk. Maar waarom zouden we ook. Kijk om je heen. De priesters worden oud. De kerken lopen leeg. Er is zo weinig te merken van die vurige tongen, die duidelijke taal, van de begeestering die de eerste christenen, - door toedoen van de heilige Geest, - wel hadden. Ja, wij zelf hebben alle recht om op deze dag op de eerste plaats voor onszelf te vragen: kom heilige Geest en ontsteek in ons hart het vuur van uw liefde.
We zouden de Geest ook zeker graag een beetje ruimte moeten geven in onze kerk. Er is nog zo veel kleingeestigheid, angst om macht te verliezen. De kerk is zo vastgeroest in oude structuren, bang voor het nieuwe. De taal in de liturgie is zo afstandelijk. Er is te veel uiterlijkheid, er is te weinig innerlijkheid. Er is te weinig communicatie, er is te veel polarisatie. Ook hier: kom heilige Geest, herbouw wat is vernield, maak een wat is verdeeld.
En wat zou de Geest kunnen betekenen voor deze wereld? Voor ons mensen, - ondanks de verschillen in taal en cultuur, - dat we elkaar verstaan waar het om vrede en gerechtigheid gaat voor alle mensen. Waarom die verdeling van de wereld in Noord en Zuid? En ook hier: kom heilige Geest, stort uw Geest uit over de mensen, zonder onderscheid van godsdienst en rassen.
Het is Pinksteren. Wij hoeven geen torens te bouwen om de hemel te veroveren. De hemel komt zoals destijds in Jeruzalem naar ons toe. Toen begon het te waaien, en vurige tongen verschenen boven de hoofden van de leerlingen. Ze begonnen vreemde talen te spreken, al naar gelang de Geest hun te vertolken gaf. Ze waren één van hart en één van Geest en ze verkondigden Gods grote daden.
Het is Pinksteren. Stellen ook wij ons hart open voor de heilige Geest. Voeden we ons met het woord van Jezus. Met zijn mentaliteit. Volgen we Hem in ons doen en laten. Dan pas geven wij de Geest de ruimte.
Amen.
Stef Koelman, lid liturgiegroep |