Verkondiging tijdens de viering van het 40-jarig priesterfeest van pastor Jan Divendal op 4 juli 2010 in de Laurentiuskerk te WeespEerste lezing: Exodus 4, 10-17 Evangelie: Johannes 1, 43-51
Beste mensen,
Dezer dagen hoorde ik dat mijn nichtje Jet - ze heeft nog niet zo lang geleden leren lezen - gek is op de verhalen over Mozes uit de kinderbijbel, en dan het liefst de meest enge verhalen. Een echte Divendal, zou je bijna denken. Deze verhalen en zoveel andere verhalen hebben mij mijn leven lang inspiratie geboden, en dat doen ze tot op vandaag. Juist ook het leren lezen van die verhalen heeft mij gevormd en mij ervoor doen kiezen om priester te worden. Die keus was in de 60-er jaren niet vanzelfsprekend, integendeel bijna. Paus Johannes XXIII had met het 2e Vaticaans Concilie de ramen van de kerk open gegooid voor Gods Geest, bisschop Bekkers benadrukte in 1963 in zijn televisie-epiloog de persoonlijke verantwoordelijkheid van ieder van ons, ook binnen het huwelijksleven, en de verwachting was dat het celibaat niet lang meer verplicht zou zijn. Dat celibaat bleef verplicht, en toch wilde ik priester worden, niet omdat dat zo hoorde als oudste binnen een katholiek gezin. Ik ging dus ook niet naar het kleinseminarie, want ik wilde journalist worden. Pas 7 jaar later koos ik er voor om priester te worden, na de wijding van een goede vriend. De grootste rol speelde wellicht, dat mijn vader - publiciteitsman binnen de katholieke kerk - en mijn moeder veel voortreffelijke priesters als vrienden hadden. Zij inspireerden mij om priester te worden, een mooie manier van leven om de boodschap van Jezus Messias, de liefde van God door te geven en op die manier veel voor mensen te kunnen doen. Helaas stierven van die priesters velen veel te jong, dat was in die tijd het lot van goede priesters. Onder hen waren er niet veel die hun 40-jarig feest haalden. Maar intussen ervaren we allemaal hoe ook andere voortreffelijke mensen veel te jong sterven. U weet wellicht hoe we nog maar kort geleden broer Joost en zwager Pieterjan begraven hebben, en dat doet pijn, dat geeft veel verdriet.
Nu 50 jaar geleden koos ik er voor priester te worden, want om te beginnen had ik tien jaar studie voor de boeg. Bisschop Zwartkruis wijdde mij 40 jaar geleden op Mariënheuvel in Heemstede, de plek waar Paul Chapel goed met liturgievernieuwing bezig was. Ook in de Studentenecclesia en de Dominicus voelde en voel ik me thuis, maar zeker ook hier in Weesp, Muiden en Muiderberg, vooral als ik veel met u samen kan zingen, mooie Latijnse gezangen, en Bijbelse liederen van Oosterhuis en als ik mag luisteren naar goede preken. Onder andere vanwege plankenkoorts ga ik zelf niet meer voor, tenzij op hoogtijdagen samen met anderen. Dat is u bekend. Maar vanaf de zijlijn, juist zeker ook in deze dagen heel belangrijk als je wereldkampioen wilt worden, ook vanaf de zijlijn kun je veel doen, naast alle dingen die een huisman doet. Nog steeds mag ik met u, met mensen samen hun levensweg gaan, bij de bediening van het sacrament van het Oliesel, in gesprekken en ontmoetingen.
Natuurlijk weet
ik dat er 40 jaar geleden maar ook nu binnen de kerk - en ook daarbuiten
trouwens - afschuwelijke dingen gebeurd zijn en gebeuren. God alleen weet
hoeveel nare herinneringen bij u in afgelopen maanden boven gekomen zijn. Zoek
mensen op, binnen of buiten de kerk, die naar je luisteren. Leven doe je niet
alleen, ook dat leven niet. Als je iemand vindt die naar je luistert is dat
bevrijdend, zoals Pasen een bevrijdingsfeest is. Soms gaat dan de hemel een
beetje open. Achter de schapen van zijn schoonvader Jethro werd Mozes weggeroepen om naar de farao te gaan en voorganger te zijn, dwars door 40 jaar woestijn, op weg naar het Beloofde land. Het bijzondere is dat in wat over hem verteld word, steeds zijn vraag op duikt: kan ik dat wel, is er niet iemand anders die dat beter kan, en zo gaat Mozes door. Het is of hij probeert om er onder uit te komen. Hij zegt dan: ik kan niet zo goed praten, Heer, kun je niet iemand anders sturen? De Heer werd kwaad, horen we. "Je hebt je broer toch ook nog..." En dan: "Ik zal met je mond zijn", "Ik ben met je". Dezelfde woorden die Mozes al hoorde toen de Heer met hem sprak vanuit het brandende braambos, hoort hij nu opnieuw. In navolging van Mozes maakte Jezus Christus op Paasmorgen tastbaar en voelbaar dat de dood het einde niet is, dat er - zelfs als je iemand in de dood verliest - toch voor u, voor jou, nog leven is, een goed leven dat sterker is dan de dood, hoe sterk je het gemis van je dierbare, je vriend, je kind ook voelt. Daarvan probeer ook ik te getuigen, door te zijn wie ik ben, door mee te leven en mee te lijden, mee te rouwen en mee te vieren, met de mensen om me heen en met mensen ver weg. Lopend in een museum in Groningen of door het heuvelland van Limburg en ook hier in onze drie kerken of op straat kan het gebeuren dat ik opeens woorden opvang: "Hoor ik daar Jan Divendal"? Hoe praat die man eigenlijk. U en ik hebben vast en zeker al lang ontdekt dat het niet belangrijk is hoe je praat, maar wát je zegt en ook soms wat je níet zegt. U en ik weten ook - en ik weet zelf hoe moeilijk dat soms is - dat naar een ander luisteren nog veel belangrijker kan zijn. Binnen en buiten de muren van de kerk in Volendam, in Weesp, in een café of bij mensen thuis, in het ziekenhuis of zelfs achter je winkelwagentje mag ik met mensen op weg, naar mensen luisteren, met mensen praten, getuigen dat wij mogen leven, hier en nu, en tot over de grens van de dood heen. Maar u mag dat ook, het is heus niet noodzakeljk dat je daarvoor priester gewijd bent, maar het geeft je wel alle mogelijkheid om zo met mensen mee te leven en mee te lijden, om Gods boodschap van liefde te brengen. Met welk resultaat? God mag het weten..... Mozes mocht het beloofde land niet binnen, maar hij zág het wel. Van hem wordt verteld, dat zijn ogen niet dicht gingen toen hij stierf op de grens van die hemel op aarde. Soms, heel even, mogen we dwars door de tranen van verdriet, honger, ziekte en oorlog zien hoe goed het is dat u en ik kans op leven hebben. In de woestijn gaan bloemen bloeien: aan ons de zorg dat er water genoeg is. Als dat ons lukt zie je ook gebeuren dat er niet alleen uit Nazareth, maar ook uit Zuid-Afrika of Polen, uit Den Haag of Weesp, en zelfs uit Heemstede iets goeds komt. Voor elkaar mag je het leven waardevol maken, waard om te leven. En dan ook voor ieder met wie je leeft, gelovend in God, of niet, hoe zijn of haar huidskleur, geaardheid, of afkomst ook is, of zijn of haar Eeuwige Allah genoemd wordt of God. Wij, grootgebracht met Gods blijde boodschap van liefde mogen die weg gaan in naam van Mozes en van de Messias.
Jan Divendal, emerituspastor |