Verkondiging op 22 augustus 2010, Eenentwintigste zondag door het jaar, in de Nicolaaskerk te Muiden

Eerste lezing: Jesaja 66, 18-21
Evangelie: Lucas 13, 22-30

Een dezer dagen las ik in een preekvoorbeeld het volgende:

‘Petrus kijkt bij de hemelpoort niet of er eelt op je knieën zit van het bidden, maar wel of er eelt op je handen zit van het werken voor je naasten’. Een anekdote die mooi past bij de evangelielezing van vandaag!1  Ja, toch!!

 Heel vaak lezen wij in het Evangelie hoe moeilijk het is het Rijk Gods binnen te komen! Ook de lezing van deze Zondag gaat erover en bevat een dubbele boodschap.

Aan de ene kant krijg je te horen dat iedereen welkom is in het koninkrijk Gods, aan de andere kant is het niet zo dat iedereen vanzelf, automatisch, een toegangsbewijs voor dat koninkrijk op zak heeft!! Niet iedereen zal door de nauwe deur komen. Er worden aan Jezus brandende vragen gesteld: wie zal gered worden? ben ik erbij? zijn het er veel, zijn het er weinig?’

Ik denk dat die vraag door een weldenkend mens van tijd tot tijd gesteld wordt.

‘Wat gebeurt er na de dood?’

En voor een gelovig mens komt er dan nog de vraag bij: Hoe zal ik voor God staan?

Vele mensen van onze tijd zijn minder met deze vraag bezig. Zij vragen zich af: hoe kan ik in deze wereld verder komen?  Hoe verkrijg ik rijkdom? Ze zijn niet zo geïnteresseerd in de toekomst met God.

 Voor mij blijft de vraag: Zal ieder mens gered worden?

Op die vraag geeft Jezus geen antwoord.

 Het eerste wat Jezus heel duidelijk zegt is: “Span u in tot het uiterste’. Wij maken het ons gemakkelijk wat ons geloof betreft. Wij menen al heel wat te doen als wij op bijzonder momenten aan God denkenen zoals bij huwelijk of begrafenis.

 Het tweede wat Jezus zegt is:’De deur is eng’. Pas op leert Jezus:’Het heil zal u niet zomaar in de schoot geworpen worden’. Bij het oordeel zal jij je niet kunnen beroepen op je christelijk geloof. De deur is eng, dat wil zeggen: er is een eigen, persoonlijke levenskeuze nodig die zich uit in een trouwe navolging van de levenswijze van Jezus. Anders zal God op die dag zeggen: ‘waar was je ------ ik weet niet waar je vandaan komt’.

 En het derde wat Jezus zegt is : ‘de deur gaat op slot.  Als je de deur mist is er niets meer te verwachten.’

Die woorden klinken hard voor wie

-wil als God in Frankrijk

-Godgeklaagd wil leven

-zich van God nog gebod iets aantrekt.

 Maar toch eindigt het evangelie van vandaag troostvol:’Velen zullen komen, uit oost en west, uit noord en zuid en aanzitten in het koninkrijk Gods’.

Maar weest waakzaam, Toewijding en inzet zijn nodig.

Ik heb jullie niet gezien toen ik honger en dorst had, getroffen werd door natuurrampen. Al degenen die een dak boven hun hoofd zoeken en die voortgejaagd worden van land naar land. Ook zij hebben jullie niet gezien. God, de huisvader, laat ons alleen binnen als we recht doen aan onze naasten. Als mensen -gelovig of ongelovig- recht doen, krijgen zij de eerste plaatsen.

 DUS MAAR NIET MEER NAAR DE KERK GAAN? Nee, toch----

 Als parochie kunnen wij telkens horen over breken en delen. Als parochie kunnen  wij elkaar bemoedigen. Als parochie kunnen wij de boodschap doorgeven.

Nemen wij daarbij een voorbeeld aan de vele mensen die zich toewijden aan de zorg voor weerlozen, degenen die zichzelf niet kunnen redden, de zieken.

 Wanneer de Mensenzoon komt in al zijn heerlijkheid, dan zal hij maar één vraag stellen ’WAAR WAS JIJ?’

 Herman van Dijk, Liturgiegroep Muiden