Verkondiging op 22 augustus 2010, Eenentwintigste zondag door het jaar, in de Laurentiuskerk te WeespEerste lezing: Jesaja 66, 18-21 In de eerste en tweede lezing van vandaag zít een dubbele boodschap. Aan de ene kant krijgen we te horen dat iedereen welkom is in het Koninkrijk van God, ongeacht waar ze vandaan komen. Aan de andere kant is het niet zo dat iedereen vanzelf, automatisch, een toegangsbewijs voor dat Koninkrijk op zak heeft. Niet iedereen zal door de nauwe deur komen. De aanleiding voor die harde woorden van Jezus is een vraag. Iemand in Jezus' gezelschap begint zich af te vragen of hij wel zo goed zit, of hij wel kans maakt op de redding. Er klinkt angst door in die vraag: 'Zijn het er weinig, Heer? '. Je kunt er bijna achteraan horen klinken: 'Hoor ík er wel bij?' Het is een vraag die speelt op dat moment, hele discussies gaan over de vraag of heel Israël als het uitverkoren volk van de Heer gered zal worden of alleen een kleine heilige rest. Voor deze man lijkt Jezus de aangewezen figuur om voor eens en altijd antwoord op die vraag te krijgen - hij wil nu zekerheid. Maar een rechtstreeks antwoord krijgt hij niet. En ook geen zekerheid. De reactie van Jezus is ook niet alleen tot hem gericht, maar is voor iedereen bestemd die naar Jezus' woorden luistert. Inclusief wij, hier en nu. De vraag was: 'Zijn het er weinig?' En Jezus reageert daarop met: 'span je in, want de deur is nauw.' Dat is niet erg geruststellend voor die angstige vragensteller, of voor ons. En het wordt zelfs nog erger want die deur - zo nauw als hij al is - kan ook nog eens op slot en blijft dan ook op slot. Jezus is hier op weg naar Jeruzalem. Hij is zelf op weg naar een definitief moment van keuze, een uiterste inspanning... En zijn volgelingen krijgen de wacht aangezegd. Ook zij moeten kiezen, zich tot het uiterste inspannen. En dan niet onder het mom: baat het niet, dan schaadt het niet. Het gaat om een inspanning die het verschil maakt tussen binnen of buiten gesloten worden. Er zit geen greintje vrijblijvendheid bij. Baat her niet, dan schaadt het wel degelijk. Velen zal het niet lukken om binnen te komen, vertelt Jezus erbij. En dat lijkt de angstige vermoedens van de vraagsteller te bevestigen: het zijn er weinig. Maar Jezus zegt ook, dat degenen die binnen komen uit alle windstreken van de wereld komen. Dat lijkt weer op veel mensen te wijzen. Hij lijkt zichzelf bijna tegen te spreken. Even hiervoor heeft Jezus zijn leerlingen verteld dat wie vraagt gegeven zal worden, en dat wie klopt zal worden opengedaan. En hier helpt dat kloppen weer helemaal niet. Hoe zit dat dan?Jezus waarschuwt hier dat aankloppen geen goocheltruc is, geen geheime code die jou automatisch toegang geeft. Veel mensen zullen op zo'n manier, met die houding, proberen om binnen te komen, maar dat zal ze niet lukken. De mensen die in dit verhaal aankloppen denken dat ze wél automatisch toegang krijgen. 'Doe open!', eisen ze. Ze vragen niets, ze geven een bevel aan de huisvader. Schiet eens op, ik klop toch. Zo werkt het niet, zegt Jezus, je kunt niet op het laatste moment aan komen hollen en dan eisen om binnen gelaten te worden in het Koninkrijk. Maar het is ook niet zo dat voor het Rijk van God een beperkte oplage toegangsbewijzen gedrukt is die alleen in de voorverkoop te krijgen zijn. Degene die in de nacht voordat de verkoop startte, als eerste in de rij stond - met zijn slaapzak bij zich - krijgt niet automatisch een kaartje. Er zijn eersten die laatsten zullen zijn. Maar ook laatsten die eersten zullen zijn. En dat is bemoedigend: niet het resultaat lijkt te tellen. Niet of je het gemaakt hebt of niet, maar de oprechte inspanning. De moeite die je deed om door de deur te komen. De mensen buiten eisten toegang, ze dachten er recht op te hebben. Maar toegang tot het Rijk van God is nooit iets waar je recht op kunt laten gelden. Het is genade, barmhartigheid van Gods kant. Je kunt nooit aankomen en zeggen: ik heb met U gegeten en gedronken. Ik ben naar de kerk geweest, ik ben gedoopt en gevormd. Laat me er dus in. Je kunt wel aankomen en vragen: ik heb met U gegeten en gedronken. Ik ben naar de kerk geweest, ik ben gedoopt en gevormd. Ik heb geprobeerd om te leven zoals ik dacht dat U van mij vroeg. Je kunt niet eisen: mag ik er dan nu in? Van de andere kant, hoe nauw die deur ook voor iemand is, voor God is niets onmogelijk, Hij krijgt zelfs een kameel nog door het oog van een naald. Zijn barmhartigheid is groter dan al ons pogen en falen. Maar pas op: ook Gods barmhartigheid is geen laatste goocheltruc, geen zekerheid, geen wet waarop je je kunt beroepen. God nodigt iedereen uit. Uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, tollenaars en hoeren, rijken en armen. Maar allemaal, één voor één, ieder moet zichzelf inspannen om ook door die deur te pássen. Die deur is nauw, wie ongerechtigheid bedrijft kan er niet door. Misschien dat daarom ook de profeten genoemd worden. Zíj zijn het die in de geschiedenis van Israël steeds weer waar- schuwden dat alleen de letter van de wet volgen niet genoeg is. Het gaat om de geest van de wet, om rechtvaardigheid: leven zoals God het graag ziet. Ook Jezus herhaalt de waarschuwing dat rechtvaardigheid belangrijker is dan de wet. En Hij versterkt die waarschuwing zelfs. De profeten waarschuwden voor straf en onheil in dit leven als de rechvaardigheid ver te zoeken zou blijven. Jezus waarschuwt voor onheil in het leven ná dit leven. Het volgen van de regels, doen zoals het hoort in de ogen van de mensen, is niet wat telt als het gaat om het Rijk van God. Daar gaat het om rechtvaardigheid, doen zoals het hoort in de ogen van God. En dat geldt voor ieder mens persoonlijk, maar ook voor een hele gemeenschap van gelovigen, die samen op weg zijn. Jezus zegt 'span je in want de deur is nauw.' Het is een eerlijke waarschuwing: leef, hier en nu al zó dat het toekomst heeft, dat de deur open blijft. Pater Jan Haen C.Ss.R. (met dank aan Het Woord Delen) |