Verkondiging op 19 september 2010, de 56e verjaardag van de kapel, in de Boskapel te MuiderbergEerste lezing : Amos 8, 4-7 Tweede lezing: 1 Timoteüs 2, 1-8 Evangelie: Lucas 16, 1-13
Beste mensen! De eerste lezing vandaag gaat over list en bedrog, waartegen de profeet Amos zich met harde woorden verzette. Die woorden kwamen vanuit zijn hart. Want hij kon het echt niet verdragen dat armen en misdeelden werden misbruikt door de rijken en de machthebbers. Daardoor werden de rijken en de machthebbers nog veel rijker en machtiger. En de armen nog veel armer, totdat zij zelfs geen levensbestaan meer hadden, en omkwamen. Het stootte Amos tegen de borst dat die afzetters zich nog "goede gelovigen" noemden ook. Want zij onderhielden bijvoorbeeld de Sabbatrust: dán had niemand last van hen en gingen zij heel vroom naar de synagoge om daar te bidden en God te loven. Maar hun echte gedachten gingen al uit naar wat ze daarna zouden doen: list en bedrog dus. Hun schijn-heiligheid wordt door God veroordeeld, - zegt Amos - want "de Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob: geen van jullie daden zal ik ooit vergeten". In het Evangelie zegt Jezus met andere woorden toch eigenlijk hetzelfde., Hij vertelt een verhaal over een "rentmeester" die het bezit van een rijke man zogenaamd "beheert" maar het in feite verkwist in zijn eigen voordeel. Om het concreet te maken in onze tijd zou ik het kunnen noemen: het verhaal van een gretige bankier van een pensioenfonds of van een bank die verkeerd met het vele geld omgaat zodat hij de klanten te kort doet. Zo'n "klant" kan de Staat zijn, maar ook doodgewone inleggers van hun spaarloontje. De rentmeester (in Jezus' verhaal) moet uit zijn functie worden gezet. Maar niet nadat hij eerst ter verantwoording is geroepen. De heer wil weten wat deze boekhouder heeft gedaan met al dat geld. De "rentmeesters" van nu worden grotendeels niet afgezet, maar moeten er wèl voor zorgen dat hun bank weer in staat wordt gesteld om aan alle verplichtingen tegenover de klanten te kunnen voldoen. De gedupeerden moeten worden geholpen. In het Evangelie probeert de rentmeester dit te doen met een systeem van schuldbekentenissen waarmee "gesjoemeld" kan worden. Maar om daarvan iets te begrijpen moet je eigenlijk op de hoogte zijn van de praktijk van "de schuldbrieven" in Jezus' tijd. Dat is erg ingewikkeld voor ons, maar in Jezus' tijd blijkbaar niet. Één ding is mij duidelijk: die rentmeester wilde het weer goed maken met zijn slachtoffers. Ik kan begrijpen dat Jezus dit streven van die rentmeester kon prijzen. In het evangelie staat niet dat Jezus die rentmeester prees voor álles wat hij gedaan had. Maar wèl dat hij de gedupeerden wilde helpen. Nadat hij zelf in nood was komen te zitten, was hij pas in staat om de nog veel grotere nood van zijn medemensen te zien. Hij maakt een keuze voor hen, maakt zich tot hun zaakwaarnemer. Hij bekeert zich tot de medemens. Eigenlijk is dit nóg steeds het geval. Nog altijd zie je gebeuren dat veel mensen alleen maar aan zichzelf denken: aan hun eigen geluk, hun eigen welzijn, hun eigen rijkdom. Maar ook aan ons heeft de Heer de opdracht gegeven om er te zijn voor onze medemensen, vooral voor de medemensen die in nood verkeren. Om dat te kunnen doen moeten wij ons bewust zijn dat wij medemensen kunnen helpen die dat nodig hebben: wij hebben immers allemaal wel talenten meegekregen. Die talenten kunnen wij gebruiken om (soms) erg veel geld en eer te ontvangen. Maar dat is egoïstisch. En anderen hebben daar niets aan. En zijn de rijke en geëerde mensen altijd de gelukkigste mensen? Zeker niet! Wat kan je ontzaglijk gelukkig worden als je iemand echt hebt kunnen helpen, waardoor weer een lach kan komen op het gezicht van mensen, die daarvóór alleen maar droevig konden kijken. Zo'n lach is vaak de grootste gelukbrenger voor ons. Want inderdaad: als je weet: "ik beteken iets voor iemand in nood", dan is dat toch prachtig?g? Vandaag is het Vredeszondag: Kunnen wij iets bijdragen aan iemand die in nood verkeert? Iemand die afhankelijk is van anderen. Mogen steeds meer mensen in hun medemensen broeders en zusters zien. En... mogen wij daartoe behoren!n!n!n! Amen. Henk Samsom, emerituspastoor |