Verkondiging op 3 oktober 2010, Zeven-en-twintigste zondag door het jaar, in de Nicolaaskerk te MuidenEerste lezing: Habakuk 1, 2-3; 2, 2-4 Evangelie : Lucas 17, 5-10
Beste mensen,
Gisteren hebben waarschijnlijk velen van u/jullie langere tijd aandachtig gekeken, of zelfs betrokken meegeleefd, met de beelden en meningen op de partijdag van het CDA: leden van het CDA waren massaal bijeengekomen om na te denken over de toekomst van hun geliefde partij. Zij allen zien zich als trouwe aanhangers. Maar toch hebben zij vaak totaal verschillende ideeën over de richting waar de partij naar toe moet, om heilzaam te kunnen zijn voor ons land. De richting wordt bepaald door de regering. Maar - om tot goede resultaten te komen - moet die regering wèl het vertrouwen genieten van de leden. En - zoals we nu weten - was en blijft daarover de mening van de leden heel uiteenlopend: wat betreft de regering die wordt voorgesteld. Hoe de stemming is verlopen, weten we nu: een meerderheid is vóór, maar een grote minderheid is tegen. Toch was het nog een moedgevend slot: "Laten wij elkaar vasthouden: met al onze verschillende ideeën." Hoe dat verder zal gaan lopen? Dat zullen wij nog moeten afwachten. De toekomst zal het antwoord geven. Waarom dit verhaal over een politieke partij? Het antwoord daarop is: met onze Kerk zitten wij op het ogenblik in zo'n zelfde situatie. Ook onze katholieke Kerk is in grote verwarring. Over het "waarom?" hoef ik niet veel te zeggen: degenen die zich allemaal "katholiek" noemen, hebben ook bijna allen heel verschillende ideeën over de richting die wij uit moeten gaan om "onze Kerk" weer gezond te maken. Een echte "bezinning" is nodig. Heel bijzonder ook: bij degenen die tot de leiding van onze christengemeenschap behoren. Zij mogen niet zwaaien met de leus "wij weten precies wat goed is voor onze gelovigen!" Want hebben ook de "gewone" kerkleden niet de Heilige Geest ontvangen die aan ons geweten de taak heeft opgelegd om te getuigen van de Geest van Jezus die in ons leeft: als wij die bevrijdende Geest tenminste de kans geven. De dwang daartoe wordt ons niet opgelegd van bovenaf, maar de drang daartoe komt uit ons eigen binnenste. Dat mogen wij echt verwachten. En gelukkig zien wij - ook in onze tijd - dat er nog veel christenen zijn die hun leven lang die "Geest van Jezus" gestalte geven. Maar ook in "niet-christenen" blijkt Jezus vaak te leven: Hoe velen - die zich "ongelovig" noemen - stralen toch een naastenliefde uit waar je verbaasd over kan staan. Ja, ik ben ervan overtuigd: "Jezus leeft!" Hij leeft in mensen, waarvan je het niet verwacht. Maar helaas óók: Jezus leeft vaak niet in mensen waarvan je het juist wèl zou verwachten. Althans: je kan daar zo weinig van zien. Mensen - hoe of wat ze ook zijn - moeten worden beoordeeld naar de liefde die van hen uit gaat. Jezus heeft zelf gezegd: "Wie de liefde heeft, vervult de wet!" En wij zingen soms het "Ubi caritas et amor, Deus ibi est". Dat betekent: "Waar goedheid is en liefde, dáár is God." Liefde vraagt niet: "Wat voor bonus krijg ik voor een daad van liefde?" Maar liefdevolle mensen vinden het zo "vanzelfsprekend" wat ze allemaal doen: voor hun medemensen, voor het behoud van onze natuur enz. Liefdevolle mensen staan helemaal achter die woorden van Jezus in het Evangelie van vandaag. Zij zeggen (of denken dat in ieder geval): "Wij zijn maar gewone knechten: wij hebben alleen maar onze plicht gedaan." Hierin is Jezus ons voorgegaan. Zijn leven was de weg van dienstbaarheid. En Hij nodigt ons uit met Hem mee te gaan, met in onze rugzak niets anders dan het vertrouwen dat God met ons meeleeft. Moge onze Kerk ons daarbij helpen en niet in de weg staan. Dan is onze toekomst gered! Dan zal "de steppe bloeien". Amen.
Henk Samsom, emerituspastoor |