Verkondiging op 25 december 2010, Kerstmis in de Laurentiuskerk te Weesp

Jesaja 52, 7-10, Hebreeën 1, 1-6, Johannes 1, 1-18

Beste mensen!

U/jullie zijn hier vandaag gekomen om Kerstmis te vieren, de herdenking van de komst van Jezus Christus in onze wereld. Praktisch iedere Nederlander viert dat Kerstfeest. Maar hoe? Velen weten helemaal niet wat Kerstmis is, of: om welke reden er ieder jaar - juist op deze dag - feest is. Maar ze bereiden dat feest wel uitbundig voor met grootse inkopen, omdat ze goed voor de dag willen komen bijvoorbeeld met lekker eten. Daar is natuurlijk niets mis mee. Zoals dat óók het geval is met stemmig kaarslicht, met familiebezoek en veel gezelligheid, en vaak óók nog met goedgeefsheid voor mensen die het minder hebben dan wij.

Met dit laatste komen wij al dichter bij de betekenis van het Kerstfeest. Want Jezus was de man die zich volledig inzette voor het geluk van zijn medemensen. Hij heeft daar zijn leven voor gegeven, óók voor ons allen . Daarom is het zo goed dat Hij in deze wereld is gekomen. Hoe Hij in onze wereld kwam, staat in de overbekende kerstverhalen, die gisteravond geklonken hebben in de Nachtmissen: de geboorte in een stal - , de arme herders die een nieuw lied hoorden over een Kind dat is geboren, en op zoek gingen om Hem te vinden. Het verhaal van de Wijzen uit het oosten, die de ster volgen naar Bethlehem waar ze een Kind vinden dat ze geschenken aanbieden.

In de viering van vandaag horen we niets van dit alles. Nee, Johannes vertelt niet over schapen en herders, en óók niet over wijzen uit het oosten. Johannes, de evangelist, begint moeilijk. Misschien haken wij al af na een paar regels te hebben gehoord. Moet dat nu op Kerstmis? Het lijkt wel alsof een of andere theoloog aan het woord is! En dat ís ook zo. Hij werkte met radicale tegenstellingen. Het is bij Hem alles òf niets. Licht staat tegenover duisternis. Wint "de duisternis in onze wereld" het van het licht?

Als je om je heen kijkt in de wereld, reageer je spontaan met "helaas wel!" Maar Johannes zegt ons: Niks daarvan: de duisternis wint niet! Hij noemt Jezus "het Licht, dat iedere mens verlicht". In het hele Evangelie van Johannes komt naar voren dat ín Jezus "God kwam om de wereld te redden". Het eerste hoofdstuk van Johannes heeft het karakter van een geloofs-belijdenis. Johannes - zo moeilijk als hij is - vertelt ons: lief mens, God heeft het goed met jullie voor. Hij heeft aan het begin van onze wereld gezegd: "er zij licht!" En dat zegt Hij nog steeds, door de komst van die mens Jezus in onze wereld. Zoals die mens geleefd heeft -, zoals die mens er voor een ander is geweest, zó is God. In Jezus komt onze God aan het licht, zegt Johannes.

Maar... Jezus is niet meer als levende onder ons. Wat nu?

Wij hebben mensen nodig ín wie Jezus leeft. En zulke mensen zijn er gelukkig altijd geweest. En... die zijn er nog steeds. Dat zijn de mensen die Jezus' liefde als het ware uitstralen, mensen, van wie wij kunnen zeggen: in hem/haar zien wij iets terug van de goedheid en liefde en zorgzaamheid, die wij in Jezus zien. Die mensen kunnen ook wij dus zijn! Wij kunnen mensen gelukkig maken, die nu nog in duisternis leven. En hopelijk zullen wij - als wij in duisternis leven - ook zulke lichtbrengende mensen ontmoeten.

Door onze cultuur wordt ons voorgehouden dat het lichaam altijd mooi zou moeten blijven en onvergankelijk. Alles zou paradijselijk en leuk moeten zijn. Zo worden we op het verkeerde been gezet. Want: voel je door moeite juist niet dat iets loont? Is vrij-zijn niet juist heerlijk na inspanning? Voel je door boosheid niet dat zaken recht gezet moeten worden? Is het niet door de kwetsbaarheid van ons leven dat we beseffen hoe zielsveel we van een ander houden? Zijn wij juist niet na een ziekte veel dankbaarder voor een herkregen gezondheid (die wij anders zo "vanzelfsprekend" vonden?

Hij roept ons juist op om zèlf licht en redder te worden: om het licht van Jezus in ons te laten wonen, zodat wij ook in anderen een lichtje kunnen aansteken: door goed te doen, waardoor wij de duisternis bij anderen een weinig - of helemaal - kunnen laten verdwijnen.

Het Kerstkind helpe ons daarbij!

Zalig Kerstmis

Henk Samsom, emerituspastoor