Verkondiging op 24 december 2010, Kerstavond in de Laurentiuskerk te WeespJesaja 9,1-3,5-6. Lucas 2,1-12 Al wekenlang zijn straten en tuinen hel verlicht. Deze tijd van het jaar heeft iets met licht te maken. En het heeft duidelijk iets met religie te maken. Heeft religie iets met ons te maken? Ik ben ervan overtuigd dat religie iets met ons te maken heeft. Religie is het bij elke mens ingeboren besef dat hij/zij tot een grotere werkelijkheid behoort, een werkelijkheid die hem/haar overstijgt. In andere woorden: de religieuze mens vermoedt in de zichtbare werkelijkheid een onzichtbare werkelijkheid, een mysterie. En hoe ervaren wij zoiets als mysterie? Ik voel dat er iets is dat mij pakt en dat ik niet pakken kan. Ik merk dat er in mij een voortdurend verlangen is naar weten, naar beter mens worden, naar verder reiken. En dat houdt nooit op. Zo gauw ik een antwoord weet, rijzen er nieuwe vragen; zo gauw ik iets bezit, wil ik weer iets anders. We kunnen rustig zeggen dat elk mens dat heeft; dat elk mens religieus is. Religie doet wat het woord zegt: religie verbindt. Het mysterie is in heel de zichtbare werkelijkheid aanwezig, dus ook in elke mens, in jou, in mij, in elke situatie. Het mysterie is in het water, de lucht, de grond, de planten, de dieren. Het mysterie houdt de band tussen ons en de werkelijkheid en de natuur in stand. Het mysterie houdt ons verwonderd; eerbiedig. De religie, het mysterie houdt ons ook in twijfel, in de wolk van niet weten, in het nog niet. Religie houdt in ons het gevoel levend dat we onaffe mensen zijn, die elkaar nodig hebben. Religie geeft ons het besef dat wij een wezenlijk tekort in ons dragen net als de mens naast ons. We zullen ons tekort met lieve ogen moeten bekijken, ook het tekort in de ander in de hoop dat die ander ons tekort met lieve ogen bekijken wil. Zonder religie, zonder het mysterie, valt het dragende fundament onder onze werkelijkheid weg. zonder religie geen verbondenheid met elkaar, geen vertrouwen in elkaar, geen respect voor elkaar. Zonder religie, geen zelfkennis, geen vertrouwen in jezelf, geen respect voor jezelf. Zonder religie geen ruimte voor de ander, voor het verschil, voor de dialoog. Zonder religie wordt onze samenleving beheerst door angst en geweld. Religie is mysterie. Mysterie is onkenbaar. Maar onkenbaar wil niet zeggen ondenkbaar, onervaarbaar. Zo kom ik terug bij het thema licht, en die herders uit het evangelieverhaal. De schrijver van het evangelieverhaal Lucas, heeft bedacht hoe hij het religieuze, het mysterie van het Jezus-verhaal het beste kan duiden. Hij wou vertellen over de geboorte van Jezus, niet als geschiedschrijver, maar als aanduiding dat het hier gaat om een verlichting in de duisternis van het voor ons,onkenbare. De herders werden toen niet hooggeacht. Ze werden eerder gezien als ontheemde, ongeletterde zwervers; kwamen nooit in de synagoge. Ze konden niet lezen en schrijven. Ze onderhielden de wet van Mozes maar heel slapjes, want niemand had hun geleerd hoe het te doen. Ze waren arm en pretentieloos. Maar ze waren wel religieus in de zin dat elk mens religieus is. En meer dan welke toenmalige beschaafde jood, stonden zij open voor tekens aan de hemel: ze leefden in de natuur, vertrouwd met licht en donker. Ze waren niet omringt door kunstmatige dwaallichten van de beschaving, waardoor de mens vaak blind en ongevoelig wordt voor de echte duisternis. Pas wie ervaart en weet wat duisternis en nacht is, begrijpt het licht. In de geboortenacht van het Kind gaat de hemel open. Geen gewoon licht, geen zon of maanlicht breekt over hen uit, maar de glorie van de Heer, die een engel omstraalde, een bode van God, de onkenbare. Wanneer ze van verbazing bekomen zijn, horen ze de engel zeggen: “Vrees niet, heden is u een redder geboren, Jezus de Heer.” Deze nacht heeft voor de herders geen duisternis meer. Integendeel, de nacht heeft zin gekregen en inhoud. Ze komen bij het kind en bij zijn ouders, Jozef en Maria. En ineens zien zij dat in dit kind, God met hen is. Het is een diepmenselijk verhaal van een grootse ontdekking, die het leven van de herders totaal zal veranderen. Heel even hebben ze een ‘God-met-ons’-ervaring en ze hopen die niet meer kwijt te raken. Zo heeft de schrijver van het evangelie verhaal het in vervulling gaan van de woorden van de profeet Jesaja aangeduid. De woorden van Jesaja die zeggen - Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet dan een helder licht, over hen die wonen in een land vol duisternis gaat een stralend licht op – want een kind is ons geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem: wonder van beleid, sterke God, Vader voor eeuwig, Vredevorst. In dit kind is God met ons. De vraag is dus – zien wij het? Zien wij dat het verhaal van Jezus het oplichten van onze duisternis kan zijn, in feite is, ook in deze dagen van de 21ste eeuw? Ik als religieus mens geloof in dit verhaal van Jezus dat begint met deze wonderlijke beschrijving van zijn geboorte. U als religieus mens zijnde, durft u er ook in te geloven? Want dan hebben wij alle reden om hier en nu met volle teugen feest te vieren met gezang, rituelen en eten en drinken. En hiermee authentiek en elkander in de ogenkijkende zalig, gelukkig kerstfeest toe te wensen. Amen Pater Jan Haen C.Ss.R. |