Verkondiging op 9 januari 2011, Doop van de Heer, in de Laurentiuskerk te WeespJesaiah 42,1-4,6-7. Handelingen 10,34-38. Matteüs 3,13-17 Met het feest – Doop van de Heer – sluiten wij de kerstperiode af. Wij hebben met Kerstmis het verhaal van zijn geboorte gelezen. Wij hebben gelezen hoe herders, mensen van geen enkel maatschappelijk aanzien, de eersten waren die hem als kind aanschouwden, en in Hem de vervulling zagen van hun diepste verlangens naar waarachtig leven. Met het feest Openbaring, hebben wij gelezen hoe drie wijze mensen, als vertegenwoordigers van alle mensen en volkeren en culturen, het kind bezochten en gewaar werden: “bij hem ligt de toekomst”. En zij gingen op een andere manier terug naar huis, niet meer afhankelijk van de onberekenbare machten van koningen en anderen. Vandaag wordt de volwassen Jezus voorgesteld en vertelt het evangelie hoe de aanvang van zijn openbaar leven begon met een ritueel: met de doop. De doop is een verbindingsritueel. Ieder die gedoopt is, is daarmee opgenomen in de gemeenschap van gedoopte mensen die belijden, op welke manier dan ook, dat Jezus, met zijn levensverhaal, de bron en inspiratie is voor hun eigen levensverhaal. Wat is deze bron en inspiratie – het is het vertrouwen dat Hij Jezus, met zijn verhaal, de vervulling en invulling is van onze diepste verlangens en hoop. Waar hopen wij op? Dat is niet zo eenvoudig in een paar woorden uit te leggen. Maar toen ik de eerste lezing van deze viering, het stuk van de profeet Jesaiah dat in het Oude Testament te vinden is, las, wist ik dat de kern van mijn en uw verlangens daarin terug te vinden is. De profeet vertelt over een belofte die is gemaakt aan mensen, onderdrukt en hopeloos. Hij Jesaiah belooft dat God, de ongekende, de Eeuwige, hun God, hun een leider zal sturen, een Dienaar in wie God behagen schept. Gods Geest, word over hem uitgestort, en als gevolg daarvan zal deze leider gerechtigheid laten stralen over de volken. En hoe ziet deze gerechtigheid er uit- zonder geschreeuw, op straat niet zijn stem verheffend – geen ruzie maken. Nee nog veel mooier – het geknakte riet zal hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven. In andere woorden hij zal de kwetsbaarheid, het verdriet, het verlangen naar rust, vrede niet misbruiken, maar er gevoelig voor zijn en met veel respect mee omgaan. Ja in waarheid zal hij gerechtigheid laten stralen. Onvermoeid en ongebroken zal hij op aarde gerechtigheid laten zegevieren. Ja, zo’n leider zou fantastisch zijn. Ik kan me voorstellen dat de mensen die vandaag in Zuid Soedan hun stem uitbrengen voor een scheiding van Noord Soedan, en daarmee zorgen dat de onderdrukking waaronder zij zo lang en verschrikkelijk geleden hebben, ten einde komt, diep in hun hart hopen dat ze leiders krijgen zoals Jesaiah ze beschreven heeft. De werkelijkheid doet ons twijfelen of dat zal gebeuren, gezien hoe het gegaan is de laatste decennia in andere Afrikaans landen. En niet alleen daar. Kijken wij maar naar onze zuiderburen en zelfs naar ons eigen land. Dan zien wij ook niet veel terug van de visie van leiderschap die Jesaiah ons voorschotelde. Dus we kijken verder. In de 2de lezing vandaag uit de Handelingen van de apostelen die te vinden is in het nieuwe Testament, hoorden wij het verhaal hoe Petrus het woord nam en sprak”Nu besef ik pas goed, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat, uit welk volk ook, ieder die Hem vreest en het goede doet Hem welgevallig is.” Petrus deed er lang over om tot dit inzicht te komen. Er moest veel gebeuren voordat het zover was. Maar het gebeurde wel. Hij dacht dat hij als jood, en alle andere joden uitverkoren waren om de vervulling van de beloftes die Jesaiah uitsprak, te mogen meemaken. Een ding was voor Petrus wel zeker. Hij zag in Jezus de leider die het soort leiderschap waar maakte waarover Jesaiah gesproken en geschreven had. Maar Petrus kwam bovendien tot het verdere inzicht, dat de leiderschapskwaliteiten die Jezus bezat, en die zo prachtig door Jesaiah verwoord waren, kwaliteiten zijn die door ieder mens gekoesterd en geoefend kunnen worden. Gods geest leeft niet alleen in Jezus, maar in elk mens van goede wil, en dus kan gerechtigheid overal zegevieren. Dat wordt benadrukt door het verhaal van de doop van Jezus. Jezus komt bij Johannes de Doper. Johannes protesteert, en zegt dat eigenlijk Jezus hém moet dopen. Nee zegt Jezus, ik moet door jou gedoopt worden. Iedereen moet kunnen zien en weten dat ik, de mens Jezus, gelijk ben aan alle mensen - , zoals allen mensen gelijk zijn in de ogen van de Eeuwige, mijn Vader. Dat mijn Vader, de Eeuwige, zijn Geest over ieder die van goede wil is, uitstort.” En prachtig die woorden van het verhaal die de ongeëvenaarde mystieke ervaring van deze gebeurtenis verbeelden. “En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen. En een stem uit de hemel sprak; ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb.”. Dat geldt voor elk een van ons. Wij zijn gezegend, want ook in ons kan op aarde gerechtigheid onvermoeid en ongebroken zegevieren. Dat wij dit willen en deze visie van de doop tot ons blijvend toe laten, bidden wij vandaag. Amen. pater Jan Haen C.Ss.R. |