Verkondiging op 24 april 2011, Hoogfeest van Pasen, in de Boskapel te Muiderberg

Handelingen 10, 34a.37-43, Kolossenzen  3, 1-4, Johannes 20, 1-9

          Iedere dag opnieuw horen en zien wij op TV dat mensen verlangen om in vrijheid te mogen leven en "zichzelf" mogen zijn. Zij willen loskomen van hun onderdrukkers, die zich hun leiders noemen. Maar in feite zijn die leiders niets anders zijn dan machtswellustelingen, die er niet voor terugschrikken om hun eigen landgenoten te martelen en te vermoorden.

Maar mensen die vrijheid willen en een menswaardig bestaan, zijn over de hele wereld te vinden, en niet alléén maar in Egypte, Syrië en Libië: óók "overal ter wereld" kunnen  wij zogenaamde "leiders" vinden die zichzelf boven  hun volk verheffen, zonder besef dat hun ambt er eigenlijk in zou moeten bestaan dat zij ”dienaren" zijn van hun volk. Het woord "minister" is trouwens een Latijns woord dat "dienaar" betekent.

 

          In de eerste lezing van vandaag vertelt Petrus over Jezus: hoe Hij - als "Gezalfde van God" - toch juist als dienaar van de mensen heeft geleefd: "Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden", zegt Petrus. Daarmee zegt hij ons dat dwingelanden, tirannen, machtswellustelingen, in dienst staan van de duivel -, in dienst dus van het kwaad.

 

          Dat Zijn dienstbaarheid aan de "gewone mensen" niet gewaardeerd werd door de zogenaamde "leiders", werd duidelijk toen Hij ter dood werd veroordeeld, een afschuwelijke dood aan  het kruis. Zijn volgelingen waren in grote droefheid: "zo'n leider krijgen wij nooit meer terug!"

 

          Maar... zo zegt Petrus: God heeft Jezus doen opstaan, Hem dus laten herleven. Én Jezus ging vóórtleven - nadat Hij niet meer zichtbaar op deze aarde rondging - in andere mensen, die - in Jezus' Geest - zich tot dienaren van het gewone volk maakten . En dan voorál: als dienaren van de mensen in nood. Zulke mensen zijn er - te allen tijde - sindsdien opgestaan: ook nu dus nog steeds. In hen zien wij dat Jezus leeft! Jezus is levend uit het graf opgestaan en leeft nog steeds voort!

 

          Hoe Jezus uit het graf is opgestaan, begrepen ook Maria Magdalena, Simon Petrus en andere leerlingen niet. Zij vonden  op die Paaszondag alleen maar een leeg graf. Maar zij hebben ervaren dat Jezus in hen was gaan leven, dat Hij hen de kracht zou schenken  om het werk van Hemzelf voort te zetten, ten bate van het geluk van de mensen.

 

          Zo gaat het óók vaak bij ons als dierbaren - man, vrouw -, vader, moeder -, zoon, dochter -, vriendin, vriend -, enz. overleden zijn: zij leven nog voort in ons! Ik heb dit zelf meegemaakt - toen mijn vader was overleden - dat mijn moeder zei: "hij ligt niet in het graf, hij leeft voort in mij!" En zij legde haar hand op haar hart!

 

          Zonder de verrijzenis van Jezus zouden christenen er niet op uit gegaan zijn om overal nieuw leven te brengen: in mensen die zichzelf als het ware niet meer in staat achtten om nog echt als levend mens door te gaan. Heel dichtbij en ook in den vreemde gebeuren er door begeesterde christenen prachtige dingen.

 

          Valt de verrijzenis uit de doden te bewijzen? Neen: niet dat de overledene weer - zichtbaar voor iedereen - naast je staat. Maar je kunt wèl ervaren dat dit geloof, dat deze overtuiging onszelf en vele anderen de energie en de geestkracht geeft om de vele dode èn  dodende momenten in het leven te boven te komen. Ik zag het aan mijn moeder. U kent ongetwijfeld ook dierbare mensen om u heen die dat lukt. Steeds opnieuw kun je jezelf herpakken. Dank zij Jezus die in ons leeft.

 

          Moge ook dit Paasfeest voor onszelf betekenen: ondanks alles wat wij mee maken: Hij gaat met ons mee! Zalig Pasen!

 

 Henk Samsom, emerituspastoor